Plus

Een fietstunnel onder het water: hoe doen ze dat elders?

Een brug (of misschien wel twee) lijkt de voorkeur te hebben om Noord te verbinden met de rest van Amsterdam. Maar andere steden zijn juist blij met een fietstunnel: Rotterdam en Antwerpen koesteren het onderwatergevoel.

De Maastunnel, Rotterdam, 1970 Beeld Herbert Behrens/HH
De Maastunnel, Rotterdam, 1970Beeld Herbert Behrens/HH

Het is een lift voor bulktransport. Ooit bedoeld om, in geval van calamiteiten, ook ambulances onder de Schelde te kunnen laten door rijden. Veertig Vlamingen passen erin, een paar minder als ze allemaal hun fiets bij zich hebben, en toch komt het tijdens ochtend- en avonddrukte regelmatig voor dat fietsforenzen er eentje voorbij moeten laten gaan. Vol, afgeladen vol.

Antwerpen is net Amsterdam, als je het zo bekijkt: te veel mensen moeten aan de andere kant van het water wezen. Zijn het hier de pontveren waarover wordt geklaagd, de Antwerpenaars kunnen soms een beetje bokkig doen over de drukte in de Sint-Annatunnel, een van de twee ondergrondse oeververbindingen tussen het centrum en de Linkeroever.

Of, zoals de bijna-dagelijks gebruiker Jan Hens het herkenbaar formuleert: "De drukte is soms storend, vooral die drukte die wordt veroorzaakt door toeristen."

Stormachtige ontwikkelingen
Van die toeristen is op deze dinsdagochtend vroeg natuurlijk helemaal niets te merken. Het zijn vrijwel alleen maar fietsers en het gejakker gaat vrijwel uitsluitend van links naar rechts. 's Avonds is de beweging andersom. Het is duidelijk: links wordt hoofdzakelijk gewoond, rechts wordt vooral gewerkt.

Tot op zekere hoogte is het Antwerpse stadsdeel Linkeroever vergelijkbaar met het Amsterdamse Noord: de buurt die jaren min of meer schuilging achter het water dat de stad doorsnijdt, de Schelde in het geval van Antwerpen, is in opkomst.

Voor de Belgische stad geldt dat minder dan voor de stormachtige ontwikkelingen in Amsterdam, maar het is onmiskenbaar dat stedelingen op zoek naar een prettige woonomgeving de laatste jaren meer en meer uitkomen in het stadsdeel dat zo lang onontdekt was gebleven.

De gevolgen laten zich raden: lange rijen fietsers en liften en roltrappen die met een zekere regelmaat de geest geven.

En toch mag je van de inwoners van Antwerpen niet aan de Sint-Annatunnel komen. "Het is heerlijk om hier elke dag doorheen te mogen fietsen," zegt bijvoorbeeld Moniek Peters, als elke ochtend op weg naar haar werk in de Antwerpse binnenstad.

Noodkoker
Ze is de enige niet: uit het laatst bekende onderzoek bleek dat gemiddeld zo'n tienduizend mensen per dag gebruikmaken van de tunnel, waarvan het overgrote per fiets. Volgens Jef Schoenmaekers van het plaatselijke Agentschap Wegen en Verkeer zou dit weleens een onderschatting kunnen zijn aangezien het fietsgebruik in Antwerpen in de lift zit.

En het moet gezegd: de tunnel, die werd gebouwd in de jaren dertig, is prachtig, als ie niet al in het centrum zou liggen een omweg waard. Gietijzeren elementen overal, vintage tegeltjes tegen de wanden en van die lekker klepperende houten roltrappen. Maar denk niet dat het allemaal opgepoetste chic is: betreed de toegangshallen en de dieselige geur van stampende machines komt je tegemoet.

Dat de locatie van een tunnel belangrijk is, blijkt net iets meer dan twee kilometer verderop, waar fietsers in de oorspronkelijke 'nood­koker' van de Kennedytunnel ook de mogelijkheid hebben de rivier ondergronds te passeren. Typisch een geval: van niets naar nergens.

Cijfers over aantallen passanten zijn onbekend, maar veel kan het niet zijn, zegt Jan Hens. "Het is een onhandige en vieze tunnel. Niet prettig." Ach, het lost een mobiliteitsprobleem op, zegt een ander.

Een tunnel is ideaal, zeggen ze in Antwerpen. Maar tegelijk wordt daar ook gekeken naar de Amsterdamse veerponten.

De Sint-Annatunnel, Antwerpen. Fietsers komen er via een lift Beeld Piet den Blanken/HH
De Sint-Annatunnel, Antwerpen. Fietsers komen er via een liftBeeld Piet den Blanken/HH

Een badkamer van een kilometer lang

Van een afstandje doen ze denken aan twee moskeeën, één aan elke kant van de Nieuwe Maas. De ventilatie­gebouwen vormen de indrukwekkende bruggenhoofden voor het Maastunnelcomplex dat dagelijks niet alleen bijna 100.000 auto's verhapstukt, maar ook voor vele duizenden fietsers en een enkele voetganger de favoriete oeververbinding vormt tussen het centrum en volkswijk Charlois, net niet helemaal het Noord van Rotterdam.

Eenmaal dichterbij spatten de jaren dertig ervan af. Grotendeels houten roltrappen transporteren fietsers bijna twintig meter de diepte in, waar een meer dan één kilometer lange badkamer de oudste nog gebruikte fietstunnel van Nederland vormt. Links en rechts de buizen van de autotunnel, pal eronder een buis die bestemd is voor voetgangers.

De Rotterdammers houden van hun Maastunnel. Dat bleek na de opening van de Erasmusbrug, ruim een kilometer verderop. Een van de toezichthouders vertelt dat onder tunnelliefhebbers aanvankelijk de vrees bestond dat de nieuwe brug een gat zou slaan in de vaste schare dagelijkse gebruikers, maar zijn gevoel is dat de afgelopen jaren niet minder maar juist méér mensen ondergronds het water passeren.

Zorgen
Een van die gebruikers is Martijn Olthof, wonend in Charlois en werkzaam bij het Erasmus Medisch Centrum, pal aan de andere kant van de Nieuwe Maas. Twee jaar geleden verhuisden hij en zijn vrouw vanuit Groningen naar Rotterdam.

Charlois had niet bepaald hun voorkeur, zegt hij. "Te ver weg, te veel gedoe om in het centrum te komen. Tot we hoorden dat deze tunnel er ligt. In acht minuten fiets ik naar mijn werk. Ik kan wel zeggen dat ik zonder tunnel niet in Charlois was gaan wonen."

De gemeente zelf koestert ook de tunnel, zij het dat een onderwaterverbinding de nodige specifieke zorgen met zich meebrengt. Komend jaar bijvoorbeeld zullen de voetgangers- en de fietstunnel stevig onder handen worden genomen. Kostbaar. En het is maar de vraag of de stad Rotterdam in geval van hernieuwde behoefte aan vaste oeververbindingen opnieuw voor een tunnel zou kiezen. "Een tunnel is duurder."

Maar minstens zo charmant. Leerkracht Alfredo van den Berg fietst er elke dag doorheen en moet er niet aan denken dat hij in plaats daarvan een hoge fietsbrug zou moeten beklimmen. "Bruggen hebben we al genoeg, dit is juist bijzonder. Bovendien: de Maas is drukbevaren, er komen hier gigantische schepen langs: een tunnel is de meest praktische oplossing."

Toezicht
In het ventilatiegebouw aan de stadse kant van de rivier, pal onder de Euromast, is Chander Oedietram ook blij met de tunnel. Met tientallen schermen voor zijn neus houdt hij geconcentreerd in de gaten of alles goed gaat in de fietstunnel.

"We komen soms ogen tekort om alles in de gaten te houden, zo veel mensen maken er gebruik van." Dat vergt ook in het gebruik wel de nodige mankracht, zegt hij.

"We hebben 24 uur per dag toezichthouders bij de roltrappen staan. Die houden in de gaten of iedereen zich netjes gedraagt." Een collega: "Daar komt bij dat de liften best klein zijn en de meeste gebruikers met fiets en al de roltrap nemen. Er zijn de afgelopen jaren twee keer mensen dood­gevallen."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden