Plus

Een familiespelletje? Zo word je kampioen midgetgolf

Bij Midget Golf Club Aalsmeer spelen de leden al veertig jaar midgetgolf op wedstrijdniveau. Alleen met koelbloedigheid, opperste concentratie en een flink arsenaal aan ballen word je kampioen.

Marlène van den Bosch (l): 'Op een gegeven moment stond ik elke week op de baan.' Beeld Dingena Mol

Aan het einde van de rode midgetgolfbaan staat een slangenleren koffertje. Na elke beurt draagt Herman Kas (63) dat mee, om vervolgens een keuze te maken uit de tientallen gekleurde golfballetjes die erin verborgen zijn.

Andere wedstrijdspelers hebben een thermo-bag, waarin de ballen op temperatuur blijven.

"De hoeveelheid ballen vormt een belangrijk verschil met recreatief midgetgolf," vertelt Kas.

"Recreanten krijgen een stick en één balletje mee. Wedstrijdspelers hebben keuze uit zo'n vierduizend ballen. Harde en zachte ballen, dode en springende, warme en koude, snelle en langzame, zware en lichte. Gemiddeld kosten ze zo'n zeventien euro per bal, dus dat tikt aardig aan."

Kas is sinds 1987 lid van Midget Golf Club Aalsmeer. ­Hoewel midgetgolf bij velen vooral bekendstaat als een populaire familiebezigheid, wordt de sport bij MGC Aalsmeer al veertig jaar op wedstrijdniveau beoefend.

"Je kunt erover redetwisten of dit een sport is, maar ­beweging krijg je in elk geval genoeg. Bij vijf rondjes loop je toch gauw acht kilometer," zegt Kas, ferm voortstappend naar de volgende hole. Hij speelde met zijn vrouw en een ander echtpaar regelmatig een potje midgetgolf op banen door het hele land. "Dat vond ik zo leuk dat ik me aansloot bij een vereniging. Sindsdien doe ik mee aan de teamcompetitie en toernooien."

Laag rondje
Tijdens de Nederlandse kampioenschappen, die op de midgetgolfbaan in Aalsmeer worden gehouden, is Kas ­helaas niet zo in vorm. De ballen halen vaak het putje niet.

"Ik heb deze winter reuma gehad, waardoor ik geen bal meer kon slaan. Nu ben ik het weer aan het opbouwen."

Hij zucht veelvuldig, klakt met zijn tong tegen zijn verhemelte als weer een bal net uit een bocht vliegt. Zijn tegenspeler Arie Kammeraat (73) noteert zwijgend de stand op een houten klembordje.

"Zo moet het dus niet," verzucht Kas als zijn balletje hard tegen de zijkant van een tunneltje botst. Terloops: "Kijk, in deze regionen kun je dat wel doen, er zo bij gaan staan ­kijken, maar topspelers haal je volledig uit hun ritme."

Een gat tussen het struikgewas biedt zicht op drie mannen die hun koffertjes op de stenen zetten. Met vlakke hand strijkt een van hen een oneffenheid op het baanoppervlak glad.

Bij midgetgolf gaat het erom de achttien holes in zo min mogelijk slagen te voltooien. Een 'laag rondje', dus ­achttien punten, is het hoogst haalbare. Wedstrijden ­worden op drie verschillende baantypes beoefend: de Bongnibaan van beton, de grasbaan en de korte baan.

Die laatste is vaak te vinden bij campings en speelparken en wordt het meest gebruikt door recreanten. "Ook wij spelen wedstrijden op de korte baan," zegt Kas, "maar eigenlijk is die voor ons te makkelijk."

Hij grinnikt om het bekende basketnet waarin je het balletje moest zien te slaan. "Moeilijk? Die doen wij in één keer. Een harde, korte slag."

De grootste uitdaging ligt in het Friese Appelscha. "Dat is een heel moeilijke baan. ­Helaas wat ver weg om op te oefenen." Want om dat oefenen draait het bij midgetgolf. "Ook als je talent en balgevoel hebt, ligt de basis in de training. En concentratie. Je moet je helemaal kunnen afsluiten," legt Kas uit.

Hij oefende zo veel dat hij al eens een baanrecord haalde. Zijn beste rondje is 24. "Dan zeggen mensen: wat sta jij goed te golfen, terwijl ik voor mijn gevoel niks bijzonders doe. Pas als het niet lukt, merk je hoe moeilijk het is. Dan zit er ineens dwang achter om het goed te doen."

Beeld Dingena Mol

Na een paar missers slaat hij de volgende hole in één keer. Nonchalant prikt hij met de achterkant van zijn stick het balletje uit de put. "Tja. Als je deze niet maakt, kun je beter thuisblijven."

Kammeraat lacht opgelucht: "Mooi werk, Herman." Hij heeft al heel wat leeftijdsgenoten zien stoppen met midgetgolf omdat ze hun oude niveau niet meer haalden. "Maar zelf zeg ik: zonder verliezers ook geen winnaars. Ik doe dit voor mijn plezier en blijf het doen."

Europacup
Hans Broodbakker (61) zit op het terras uit te rusten van de eerste ronde. Hij heeft 33 jaar midgetgolfervaring en speelt internationale toernooien; hij is de afgelopen jaren in Tsjechië en Duitsland geweest voor EK's en WK's.

"Als matchspeler eindigde ik ergens tussen een vijftigste en zestigste plaats. De beste Nederlandse spelers worden twintigste of dertigste. Zij kiezen ervoor om in de Duitse competitie te gaan spelen; daar is minigolf veel groter."

In Nederland is dat anders. MGC Aalsmeer telt 30 ­leden, terwijl dat er ooit 108 waren. In drie jaar sloten slechts drie nieuwe leden zich bij de vereniging aan. Het ledenaantal van de Nederlandse Minigolfbond slonk van 2000 naar 600.

"Jammer," vindt Ria Paarlberg (77) die als een van de ­eersten lid werd van MGC Aalsmeer. Ze blikt graag terug op de glorietijd: "Ik speelde in het Nederlands damesteam. We waren heel succesvol en wonnen zelfs de Europacup in Italië. De interlands tegen België waren altijd zo spannend. Nu is de jeugd er nauwelijks nog voor te porren."

Nieuwe jeugdspelers
Kas wijst echter verheugd naar twee tienermeisjes die buiten hun tas met balletjes inspecteren. Ook zij doen mee aan het NK. "Helemaal verloren is het niet. Je ziet bij andere clubs toch wat jonge aanwas."

Zo begon Marlène van den Bosch (16) vijf jaar geleden met midgetgolf. "Mijn concentratie was niet zo goed. Deze sport hielp me daarbij. Op een gegeven moment stond ik elke week op de baan bij Midget Golf Club De Trekvogels in Boskoop. Mijn ouders hebben me toen een lidmaatschap cadeau gedaan."

Marlènes vrienden wisten aanvankelijk niet wat ze in haar vrije tijd deed. "Uiteindelijk heb ik ze verteld dat ik midgetgolf speel en ook deelneem aan kampioenschappen. Eerst moesten ze daar nogal om lachen, maar nu gaan ze er goed mee om."

Jeugdcoach Henk Goris (69) is net terug van de Europese kampioenschappen in het Tsjechische Cheb. Hij is ­gevraagd om de Nederlandse jeugd klaar te stomen voor midgetgolf op hoog niveau.

Dat is hard nodig, want de top­spelers komen nog altijd uit Duitsland en Zwitserland. ­Nederland bungelt met België en Noorwegen ergens ­onderaan.

Beeld Dingena Mol

Goris toont foto's van een paar tieners die uitgeteld op een stretcher liggen: "Je ziet wel hoe vermoeiend dit is." Zelf is hij al veertig jaar fanatiek minigolfer. Dat zijn tomeloze enthousiasme voor de sport nu eindelijk weer gehoor vindt bij de jeugd, stemt hem meer dan tevreden.

"Een meisje schreef na het EK dat ze er naast haar eigen familie nog een familie bij had gekregen: een minigolffamilie. De haren op mijn arm gingen recht overeind staan toen ik dat las. Dat is toch schitterend! Als we allemaal met elkaar ­omgaan als deze jonge minigolfers, kun je het woordje 'oorlog' wegstrepen."

Kas is intussen aan de laatste hole in het circuit bezig: nummer achttien, een lastige, oplopende baan. Langdurig wrijft hij een zorgvuldig gekozen balletje tegen zijn T-shirt. Een doodse stilte. Koelbloedig slaat hij de bal in één keer in de put. "Al met al een matig rondje," besluit hij.

"Je ziet: het blijft knokken om de score zo laag mogelijk te houden. Dat kost veel energie. Maar zit je eenmaal in die flow, dan maakt niemand je meer iets."

Beeld Dingena Mol
Beeld Dingena Mol
Beeld Dingena Mol
Beeld Dingena Mol
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden