Plus

Een dik geheim dossier vol etnische zorgen in de Bijlmer

De inlichtingendiensten hielden de Surinaamse gemeenschap in de Bijlmer scherp in de gaten, blijkt uit door Het Parool opgevraagde documenten uit de jaren zeventig, tachtig en negentig.

Protest op het Bijlmerplein in 1975. De mensen op de foto komen niet voor in dit artikel. Beeld George verberne

Surinamers en (de kans op) ordeverstoringen is de ondertitel van een rapport dat de Amsterdamse politie in april 1979 opstelde op verzoek van de toenmalige Binnenlandse Veiligheidsdienst.

In de jaren zeventig waren vele duizenden Surinamers neergestreken in de Bijlmer, en de vraag aan de hoofdstedelijke politie was of deze grote groep nieuwkomers op enige manier een bedreiging vormde voor de staatsveiligheid. Met name naar de bewoners van de in korte tijd geheel zwart geworden kraakflat Gliphoeve werd met zorg gekeken.

Het rapport, onderdeel van de vrijgegeven documenten over de Bijlmer, heeft een geruststellende toon. 'Een heel kleine kriminele minderheid moet verantwoordelijk worden geacht voor de slechte naam, die Surinamers in de publieke opinie hebben gekregen,' schrijft de opsteller op basis van de ervaringen van de politiemensen in het gebied.

In Gliphoeve heeft de politie de zaak ­onder controle. 'Bij arrestatie wordt vrijwel nooit verzet geboden en de arresterende politiemensen durven desnoods ongewapend de Glip­hoeve binnen te gaan en arrestaties te verrichten.' Vuurwapens worden slechts sporadisch aangetroffen, vermeldt de rapportage.

'Alleen interesse in feest'
De Surinamers vormen op dat moment twintig procent van de Bijlmerbevolking, maar voor blokvorming hoeft volgens het rapport niet te worden gevreesd. 'De Surinaamse bevolking is niet in staat zich te organiseren of tot blok­vorming van enige betekenis te krijgen. (...) Zij zijn materieel gezien sterk individualistisch ingesteld en hebben slechts één gemeenschappelijke interesse: feest en gezelligheid maken of zoeken.'

Alleen een ingreep in de sociale voorzieningen zal de mensen waarschijnlijk op ­grotere schaal in beweging zetten, is de tamelijk cynische conclusie.

De staatsgreep van 1980 in Suriname brengt de inlichtingendienst ook in Nederland in beweging. In september 1981 luistert een informant mee op een bijeenkomst op Ganzenhoef van het Nationaal Ondersteunings Front dat vanuit Nederland de militairen ondersteunt.

De latere stadsdeelbestuurder Chas Warning spreekt de zaal toe, en uit Suriname is voorzitter Iwan Graanoogst van de Nationale Militaire Raad overgekomen. De zaal blijkt onverwacht kritisch over de gang van zaken in Suriname, en het betoog van Graanoogst wordt geregeld onderbroken met boegeroep.

Een maand later doet de Surinaamse vakbondsleider Fred Derby jongerencentrum Kwakoe aan, en ook daar wordt verslag van gedaan. Ook Derby toont zich kritisch over het militaire bewind en vergelijkt Suriname met de autoritaire kolonelregimes in andere landen.

De naam in het verslag is weggelakt, maar vermoedelijk gaat het ook om Derby als een spreker wordt geciteerd die stelt dat velen in Suriname rondlopen met gedachten aan een tegencoup, en dat zeer waarschijnlijk ook in de Bijlmer met die gedachte wordt gespeeld.

Die vage en concrete plannen voor een tegencoup leiden in december 1982 tot de moord in Fort Zeelandia op vijftien vooraanstaande Surinamers. Ook Derby wordt opgepakt, maar de vakbondsleider wordt naar verluidt op voorspraak van Desi Bouterse vrijgelaten.

De woede over de Decembermoorden is groot. In maart 1983 ontvangt de inlichtingendienst een tip over een geheime wapenopslagplaats in de Bijlmer voor een groep van honderden tegenstanders van Bouterse. Volgens de tip zijn zij niet afkomstig uit de 'verdovende middelen wereld' en beschikken zij over een goede conditie.

Tegenstelling tussen zwart en wit
Halverwege de jaren negentig ontstaat nieuwe deining in de Bijlmer. Onder de naam Zwart ­Beraad pleit een groep zwarte deelraadsleden en ambtenaren op luide toon voor meer invloed op het bestuur. Aanleiding is de besteding van ruim 26 miljoen euro uit Europa voor werkgelegenheid, veiligheid en scholing in de Bijlmer.

Het dagelijks bestuur maakt een lijst met goede bestemmingen, maar onder druk van de Surinaamse gemeenschap wordt deze lijst in de prullenbak gegooid en komt er een gemengde stuurgroep die het huiswerk overdoet.

De oplaaiende tegenstelling tussen zwart en wit maakt de politiecommissaris die verantwoordelijk is voor de Bijlmer 'zeer bezorgd', zo schrijft hij begin november 1996 in een memorandum.

'De polarisatie tussen blank en zwart geschiedt thans in een zeer hoog tempo en verschillende ambtenaren op de stadsdeelraad hebben mij reeds bericht dat het in hun functioneren van het bestuurlijke apparaat zijn eerste uitwerkingen begint te krijgen.'

Volgens de commissaris ontbreekt het aan politieke moed bij het bestuur om effectief tegengas te geven.

Mede daardoor verkeren de leden van het Zwart Beraad in de veronderstelling dat zij na de verkiezingen van 1998 de macht in het stadsdeel kunnen grijpen. 'Zij willen een zwarte burgemeester, een zwarte universiteit, een zwart museum en op termijn een zwarte politiecommissaris,' somt de commissaris op.

Vooruitlopend op de verkiezingen eist het Zwart Beraad ook dat geen nieuwe ambtenaren op het stadsdeel worden aangenomen, zodat zij na de machtsovername hun eigen mensen kunnen kiezen.

De brief leidt tot een gesprek van de BVD met de commissaris, en in het verslag daarvan wordt vastgesteld dat een aantal Surinamers de tegenstelling tussen wit en zwart tracht te stimuleren 'teneinde zichzelf meer macht toe te eigenen. Het hiermee samenhangende financiële gewin sterkt hen in dit streven.'

De conclusie van het bezoek is dat de BVD alert dient te zijn. 'De meest recente ontwikkelingen in Amsterdam Zuid-Oost kunnen op termijn de democratische rechtsorde op lokaal niveau ernstig aantasten.'

Risico op een tweedeling
Een jaar later, in september 1997, stuurt het hoofd van de BVD de minister van Binnenlandse Zaken een notitie met de naam De Bijlmer: storingsverschijnselen binnen de locale democratie.

In de notitie wordt verslag gedaan van een onderzoek dat begin dat jaar van start is gegaan. Het onderzoek richtte zich op het risico van een tweedeling op etnische basis, maar ook op het waarheidsgehalte van de geruchten dat Desi Bouterse vanuit Suriname bemoeienis zou hebben met de onrust in de Bijlmer.

Voor dat laatste wordt geen bewijs gevonden, en ook van een bedreiging van de democratische rechtsorde is volgens de notitie geen sprake. Wel ziet de baas van de BVD dat 'politieke cultuurverschillen tussen de diverse etnische groepen in de Bijlmer (...) leiden tot storingsverschijnselen die vooral te maken hebben met de politieke en bestuurlijke integriteit van de locale democratie'. Want aan het onderzoek in Zuidoost heeft de dienst duidelijk geen vrolijk beeld overgehouden van het bestuur.

Kenmerkend is een sfeer van wantrouwen, concludeert de BVD op basis van gesprekken met witte en zwarte informanten. Er is sprake van slecht financieel beheer, belangenverstrengeling en cliëntelisme, waarbij stemmen worden gekocht met politieke beslissingen.

Witte informanten stellen dat incompetente zwarte bestuurders en ambtenaren zijn aangesteld vanwege hun huidskleur. Zwarte informanten zeggen dat capabele zwarten worden geweerd uit belangrijke functies. In vrijwel alle lokale afdelingen van politieke partijen zijn spanningen en conflicten.

De notitie besluit met dat de Bijlmer kan worden gezien als proeftuin van een land dat verandert in de richting van een multiculturele samen­leving. De bijverschijnselen daarvan vormen geen bedreiging voor de democratische rechtsorde, herhaalt de schrijver, maar kunnen 'op den duur de zuiverheid van politieke en bestuurlijke processen' in gevaar brengen.

Het advies van de BVD: 'Het is daarom zaak dat de dienst in dit vlak steeds observerend actief blijft om aan te kunnen geven of/waar/wanneer/in welke mate er van bedenkelijke ontwikkelingen sprake is.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.