Opinie

‘Een corona-app kan onze vrijheid onder druk zetten’

Niet alleen privacy, maar ook de mensenrechten staan onder druk met de corona-app, schrijven Tasniem Anwar en Berna Keskindemir. Maatschappelijke organisaties moeten dan ook betrokken worden in de discussie daarover.

In de Tweede Kamer werd een rondetafelgesprek gehouden over de corona-app. Beeld ANP
In de Tweede Kamer werd een rondetafelgesprek gehouden over de corona-app.Beeld ANP

Corona-apps: zijn die noodzakelijk en proportioneel? Die vraag stelden de meeste uitgenodigde experts nadrukkelijk tijdens een rondetafelgesprek in de Tweede Kamer vorige week woensdag. Het gesprek was georganiseerd naar aanleiding van de plannen van het kabinet om een zogenaamde corona-app te laten ontwikkelen. Sinds dat gesprek hebben veel van deze en andere experts hun bezorgdheid uitgesproken, ook in deze krant, omdat de overheid bijna geen randvoorwaarden voor het ontwikkelen van de app heeft opgesteld.

Maar waarom is de discussie over deze app zo ingewikkeld? Als je niks te verbergen hebt, is er toch geen probleem? Zo simpel ligt het helaas niet. We plaatsen daarom twee kanttekeningen en geven twee adviezen.

SyRI en toeslagenaffaire

Een deel van het probleem ligt bij de belofte dat neutrale en makkelijk meetbare digitale data een effectieve oplossing tegen de verspreiding van corona is. Digitale vormen om gedrag te monitoren lijken neutraal, maar zijn dat niet. De data worden namelijk beïnvloed door politieke keuzes in het ontwerpen en het uitvoeren van de technologie. Dit zagen we al eerder in controverses zoals de SyRI-rechtszaak en de toeslagenaffaire, waarbij de overheid belangrijke vragen rondom privacy, discriminatie en ongelijkheid onvoldoende in acht had genomen.

Een tweede kanttekening betreft het publieke debat over apps voor geo-tracking of contact-tracing om de Covid-19-crisis aan te pakken. Die wordt momenteel gevoerd alsof het gaat om een individueel belang (privacy van individuen) versus publiek belang (volksgezondheid). De acceptatie en implementatie van deze technologieën kunnen echter veel grotere maatschappelijke implicaties hebben dan we nu denken.

Het registreren en verzamelen van de persoonlijke data kunnen ertoe leiden dat onder meer onze bewegingsvrijheid, vrijheid van meningsuiting, vrijheid van vergadering en vereniging, inclusief het recht op protest, en andere vrijheden die cruciaal zijn voor het goed functioneren van een democratische samenleving, onder druk komen te staan. Het idee dat we niet veel rechten hoeven in te leveren om met behulp van digitale technologieën uit deze crisis te komen klopt dus niet.

Activistische groepen

Denk hierbij aan de mogelijkheden die een app als deze kan bieden om bepaalde groepen in de samenleving extra te monitoren zonder officiële verdenking, of onder druk te zetten om niet te gaan demonstreren. Alleen al het gevoel dat men continu wordt bekeken, kan voor bepaalde activistische groepen die te maken hebben met geweld vanuit de samenleving – bijvoorbeeld antiracismeactivisten of klimaatactivisten – grote gevolgen hebben. Dit terwijl juist deze groepen belangrijke maatschappelijke en politieke vraagstukken rondom racisme en ongelijkheid aan het licht brengen binnen onze democratie. Het zijn aspecten die daarom dienen te worden meegenomen in het publieke debat.

Het gaat hierbij niet om het afwegen van de kans dat de app inbreuk maakt op fundamentele vrijheden en mensenrechten. Het gaat om de garantie dat deze nieuwe, en redelijk onvoorspelbare digitale manieren van monitoren bij voorbaat al de vrijheden van burgers en organisaties moeten waarborgen. Dit betekent ook dat bij misbruik van de apps de juiste instanties aansprakelijk worden gehouden. Een garantie die breder zou moeten gelden voor het digitaliseren van datamonitoring en dataverzameling door de overheid überhaupt.

Maatschappelijke organisaties

Om deze redenen is het juist heel goed dat de experts en hopelijk ook onze vertegenwoordigers blijven hameren op de vraag of het laten ontwikkelen en gebruiken van dergelijke technologie écht noodzakelijk en proportioneel is in de huidige context.

Als er toch een app moet komen, willen wij met klem twee adviezen uitbrengen. Ten eerste: het gesprek moet uitvoerig gevoerd worden met, en toegankelijk gemaakt worden voor, het breed maatschappelijk middenveld. Door meer verschillende maatschappelijke organisaties hierbij te betrekken, kan de overheid een vollediger beeld krijgen van de risico’s van de app voor bijvoorbeeld het werk van mensenrechtenorganisaties en activisten.

Met deze input kan de overheid de juiste randvoorwaarden opstellen voor het beschermen van onze fundamentele rechten en vrijheden. Ten tweede: de app moet worden gezien als iets wat nooit ‘af’ is. Publieke en maatschappelijke organisaties zouden steeds de app moeten kunnen blijven controleren en makkelijk feedback kunnen geven in het geval van discriminatie, misbruik of andere verbeteringen.

Berna Keskindemir, de juridisch adviseur bij ­European Center for Not-for-Profit Law doet onderzoek naar de impact van corona-apps op mensenrechten. Beeld -
Berna Keskindemir, de juridisch adviseur bij ­European Center for Not-for-Profit Law doet onderzoek naar de impact van corona-apps op mensenrechten.Beeld -
Tasniem Anwar, PhD-kandidaat en docent politicologie aan de Universiteit van Amsterdam. Beeld -
Tasniem Anwar, PhD-kandidaat en docent politicologie aan de Universiteit van Amsterdam.Beeld -
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden