Een blowverbod in de speeltuin: wie is daar nu op tegen?

Jaren is gestreden om een blowverbod op het Hemonyplein in De Pijp. Daar zitten meer dan alleen juridische haken en ogen aan, schrijft socioloog Danielle Chevalier, die onlangs aan de UvA promoveerde op onderzoek naar de totstandkoming van lokale blowverboden, vandaag in een opiniestuk in Het Parool.

Het Hemonyplein in de Pijp: een speelplaats voor kinderen, maar ook een geliefde plek voor blowende jongeren.Beeld Marc Driessen

Op het Hemonyplein in Amsterdam-Zuid is een mogelijk blowverbod al lange tijd onderwerp van discussie tussen buurtbewoners en stadsbestuur, en buurtbewoners onderling.

In 2008 vroeg een groep omwonenden het stadsbestuur een blowverbod in te stellen op het speelpleintje, ter bestrijding van de overlast die daar werd ervaren. Het stadsbestuur wees het verzoek af, en er volgde een lang juridisch proces. In 2011 oordeelde de Raad van State dat gemeenten niet bevoegd zijn een dergelijk verbod uit te vaardigen. Deze uitspraak was omstreden en is ondertussen langs de strafrechtelijke route geneutraliseerd. Sinds 1 augustus 2013 geldt de facto voor alle speeltuinen in de stad een blowverbod.

Zandbak
Relevanter dan de juridische neteligheden is voor velen wellicht de vraag of dergelijke verboden wenselijk zijn. Of andersom benaderd; een blowverbod in de zandbak, wat is daar nou op tegen? Wat gebeurt er als een dergelijke regel wordt ingesteld?

De voor de hand liggende vraag is of een blowverbod ervoor zorgt dat er niet meer geblowd wordt op die plek. Het antwoord daarop is vaak ingewikkelder dan met het stellen van de vraag was beoogd. Bovendien betekent het afwijzen van een verbod niet automatisch dat men voorstander is van blowen in de zandbak.

Een alternatieve vraag onderzoekt de bredere effecten van een verbod: wat doet het met een ruimte en de manier waarop deze ruimte wordt beleefd en geleefd door de gebruikers van die publieke ruimte?

Gekke bedragen
Het Hemonyplein ligt in een buurt in transitie. Door een gestage opmars van koopwoningen buiten het financiële bereik van zittende bewoners verandert de demografie van de wijk. Dat gebeurt niet zonder frictie. Een voormalige buurtbewoner fulmineerde in 2012 in een ingezonden brief in Het Parool over 'de boerendochters en -zonen die na hun studie geen zin hadden om naar hun dorp terug te keren' en die 'steeds vaker een vette baan' krijgen en 'steeds gekkere bedragen voor een huis in De Pijp' betalen. Hij stelde dat de bewoners hadden moeten weten dat ze naast een coffeeshop gingen wonen; die zit er ten slotte al twintig jaar.

Daartegenover staan buurtbewoners die zich met hart en ziel inzetten voor een 'leefbaar kinderspeelplein', dat niet wordt gedomineerd door blowende hangjongeren, afkomstig van de vele coffeeshops in de omgeving.

De verschillen in inzicht tussen de voor- en tegenstanders van het verbod zijn groot, de meningen stellig. Beide groepen zijn wat ik noem 'emotioneel eigenaar' van het pleintje, ze voelen zich ermee verbonden omdat het een belangrijke plek is in hun dagelijkse bestaan.

Overtuiging
Emotionele eigenaren dragen zorg voor 'hun' plein, soms heel letterlijk door het regelmatig met een bezem aan te vegen. Ze hebben het beste voor met die ruimte, en handelen niet (enkel) uit eigenbelang, maar uit oprechte overtuiging over het algemeen goed.

Emotionele eigenaren voelen ook bepaalde rechten over 'hun' ruimte: het recht te bepalen hoe de ruimte behoort te zijn. De verschillende emotionele eigenaren van het Hemonyplein hebben allen het beste voor met het plein, maar verschillen van mening over hoe het pleintje zou moeten zijn en hoe dat moet worden bewerkstelligd.

In die controverse wordt een formeel blowverbod door sommigen gezien als symbool van hoe 'hun' buurt wordt overgenomen en omgevormd naar een omgeving waar zij zich niet thuis voelen. De rechtsregel legt dan niet meer de gedeelde en gestolde normen van gebruik vast, maar wordt een instrument in een conflict over het gebruik van een openbare plek.

Een blowverbod in de zandbak: wat is daar nou op tegen? Maar zo simpel is het niet. De vraag is eigenlijk of het recht functioneert als hoeksteen voor samenleven of als wapen in de strijd om zeggenschap over de openbare ruimte. Daar moet iedereen zich van bewust zijn.


Wilt u reageren op dit artikel? Dat kan. Scroll een beetje naar beneden om een reactie te plaatsen.

Daniëlle Chevalier.Beeld Eigen foto
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden