Column

Een beleefd draaiorgeltje

Theodor HolmanBeeld Wolff

Of ik Koning van school wilde halen. Natuurlijk wil opa dat.

Terwijl ik daar sta tussen de jonge moeders en vaders, word ik ineens op mijn schouder getikt.

"Vroeger stonden we hier op onze kinderen te wachten, nu op onze kleinkinderen," zegt de schouderklopper. Ik herken hem absoluut niet; hij heeft iets van een gedroogde pruim. "Het spijt me, ik herken je niet," zeg ik.

"Ik ben Ernst, weet je wel, de vader van Anouschka."

"O ja, Ernst..."

Ik veins dat ik hem ken. Waarom schaam ik me voor het feit dat m'n geest me in de steek laat?

"Hoe gaat het me je dochter?" vraagt Ernst.

Ik speel het beleefde draai­orgeltje: goed, leuk werk, leuke vriend, leuke kinderen, grapje: leuke vader, leuke opa... hahaha en ik eindig met: "En hoe gaat het jouw dochter... met Anouschka?"

De pruim verschrompelt verder. "Nou, niet zo goed dus."

Ik kijk meteen ernstig, en hij vervolgt: "Misschien heb je het wel gehoord. Nou, d'r vriend ging dus dood door de alcohol toen zij zwanger was, en ze kreeg dat kind, en toen bleek dat zij ook niet van de alcohol en de drugs kon afblijven en nou ja... Gesodemieter, je kent dat wel. En toen was er een akkefietje, nou ja, akkefietje...Toen kwam ze dus terecht in de gevangenis... Ja, ik kan het tegen jou wel zeggen: ze had dus haar vriend proberen dood te steken."

In mijn zak voel ik de chocoladereep die ik mijn kleinzoon wilde geven, maar ik heb de neiging hem Ernst te schenken.

"Dat is niet gering, Ernst."

"Nou ja... Anouschka wil haar kind niet meer. Kun je je dat voorstellen? Dus hebben Anja en ik gezegd: Wij doen het wel. Maar ja, we zijn 66... We zitten wat krap in de tijd."

Ik slik en zeg in mijn geest dat ik nooit meer zal zeuren over mijn familie.

Gelukkig komen de kinderen naar buiten. Eerst komt zijn kleinkind naar buiten. Een mooi meisje met Pippi Langkousbeentjes. Dan komt mijn kleinzoon. Ik haal de reep tevoorschijn en breek die bijbels in tweeën. Koning kent het meisje niet, maar vindt het best.

Ik knik tegen Ernst.

"Leuk met je gepraat te hebben, Paul. Ik hoop dat wel elkaar nog eens zien," zegt hij.

Ik lach breed. We gaan ieder ons weegs.

"Waarom noemde die man jou Paul, opa?"

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden