Plus Column

Een autorit van drie lange dagen in een spuuglelijke Renault 21

Mano Bouzamour (1991) publiceerde eind 2013 zijn succesvolle debuutroman De Belofte van Pisa. Elke zondag lees je hier zijn column uit Het Parool.

Mano Bouzamour Beeld Wolff

Elke keer als ik ga tanken, moet ik aan iets grappigs denken. De geur, de heerlijke geur van benzine katapulteert mij naar de zomers waarin we met de hele ­familie, met zijn negenen, in een verlengde versie van de Renault 21 naar Marokko reden.

De banden begaven het zowat, want het dak was volgestouwd met oude meuk: defecte wasmachines, oude racefietsen en tafels en stoelen. Mijn ouders leden aan een lichte vorm van verzamelzucht.

De autorit door drie landen duurde drie lange dagen. Mijn vader zat achter het grote stuur, de oudste broer naast hem. Hij moest op tijd de juiste afslagen aangeven. Mijn broers en zus zaten op de middelste bank, de mooiste plekken, veel ruimte om je benen naar believen uit te strekken.

Met mijn ma en zusjes zat ik op het achterste bankje met de kleinste ramen, urenlang naar buiten te staren. De landschappen die dagelijks veranderden: saaie weilanden tot de spectaculaire rotspartijen van de Pyreneeën. Daarna de gele, golvende graanvelden met de ­gigantische beeltenissen van zwarte stieren die met hun heldhaftige hoorns over het land waakten. Ik stelde mij altijd voor dat als ze even van opwinding opsprongen, ze de kont van Allah ermee raakten.

Maar de runderen schrikken de gevreesde snelwegbandieten niet af. De dieven op motoren die zich als ­politieagenten voordoen. Hun slachtoffers, meestal families met jonge kinderen, eenlingen of ouderen, worden van de weg geperst. Op de vluchtstrook wordt een 'drugscontrole' uitgevoerd, waarbij ze het voertuig inspecteren.

Een oude man die in de Van Wou­straat woonde en al die 'verzonnen verhaaltjes' hoonde, trotseerde de duizenden kilometers in zijn eentje en kwam toen zo'n bende tegen. Hij werd voor tien mille bestolen - waarschijnlijk opgespaard uitkeringsgeld waarmee hij nóg een etage bovenop zijn vakantiehuisje zou bouwen. Geruchten deden de ronde dat hij het geld in een Lidltas gewikkeld had en erop zat. Toen hij werd gesommeerd om uit te stappen, viel dat tasje natuurlijk het eerst op.

's Nachts stopten we bij tankstations om te rusten. We stapten uit de auto, verkreukeld als melaatsen, en gooiden dekentjes op grasveldjes naast de parkeerplaatsen. Tot aan de Middellandse Zee wasten we ons in een openbare plee. En soms, vlak voordat we vertrokken, zag ik vader naar mij wenken en mocht ik het spuuglelijke gevaarte tanken.

Een paar jaar geleden nam mijn broer mijn ouders mee naar Marokko. Ze vlogen voor het eerst in hun leven. Toen het vliegtuig, na drie uurtjes gracieus door het luchtruim te zijn gegleden, op het vliegveld landde, konden ze niet geloven dat ze al in Marokko waren. Vol ongeloof zei mijn vader: "We hadden al die jaren gewoon het vliegtuig kunnen pakken. En dan waren we er in drie uurtjes. Drie uurtjes!"

Vader sloeg zijn hand tegen zijn voorhoofd alsof hij een migraine­aanval verduurde. En barstte toen in lachen uit.


m.bouzamour@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden