Plus

Ed van Thijn: Altijd aan de goede kant willen staan

Wat houd je over als je Ed van Thijn afpelt? De oorlog. Rechter in ruste Willem van Bennekom schreef een biografische schets over de PvdA-politicus en oud-burgemeester van Amsterdam. 'Hij hunkert naar de complete omhelzing.'

1991: Ed van Thijn als burgemeester van Amsterdam bij de heropening van de gerestau­reerde Westerkerk Beeld John Scholten

Vorige maand is hij 84 jaar geworden. Ed van Thijn, in de roerige jaren zestig en zeventig de grote man achter de legendarische PvdA-leider Joop den Uyl, toen het er in Nederland alleen nog om leek te draaien hoe links het land eigenlijk zou worden. Van 1983 tot 1994 was hij burgemeester van Amsterdam.

Hij is broos. Hij woont tegenwoordig in een verzorgingsflat bij het Museumplein. Het is zwaar geweest, deze hete zomermaanden. Kantje boord zelfs, toen bij hem een long­embolie werd ontdekt, zegt zijn biograaf Willem van Bennekom. Maar hij is opgekrabbeld en toont zich alweer zijn goedlachse zelf.

Volgende week verschijnt over hem Ed van Thijn - Leven Als Opdracht. Geen klassieke biografie, haast Van Bennekom zich te zeggen. Een 'verslag van een kennismaking' noemt hij het zelf. En dat is precies wat het is: een schets over de vraag hoe Van Thijn zo'n onverbeterlijke vooruitgangsoptimist kon worden, ondanks de loodzware deken van de Tweede Wereldoorlog die over zijn leven lag.

Geen gemakkelijke taak: weinig politici zullen meer over zichzelf hebben geschreven dan hij. Een moedeloos makende stapel boeken van veertig centimeter dik.

Over de mislukte onderhandelingen met het CDA, die er in 1977 voor zorgden dat het gedroomde tweede kabinet-Den Uyl er nooit kwam. Over zijn eigen smadelijke aftocht uit de politiek in 1994, maar ook over zijn persoonlijke geschiedenis in Het Verhaal en Blessuretijd. Wat valt daar nog aan toe te voegen?

Hij had zelf behoefte aan een biografie, zegt Van Bennekom, die voor het boek tientallen ­gesprekken voerde en inzage kreeg in nog niet eerder aan de openbaarheid prijsgegeven documenten. "Aan een onafhankelijk oordeel over zijn werk en leven. Hij wil weten: heb ik het goed genoeg gedaan? Of eigenlijk: ben ik een goed mens geweest? Hij hunkert naar de complete omhelzing."

Drietrapsraket
Van Thijn de idealist, die meer dan vijftig jaar geleden al bedacht dat er voor de kiezer echt iets te kiezen moest zijn, omdat het anders snel afgelopen zou zijn met het aanzien en de slagkracht van Den Haag.

De man die gruwde van de zakelijkheid waarmee PvdA-leiders als Wim Kok en Wouter Bos de rode veren van zijn partij vaarwel zegden en die pleitte voor polarisatie in de politiek, zonder het populistisch geweld en de versnippering die daar nu mee gepaard gaan.

In 1983 werd Van Thijn burgemeester van Amsterdam, in een tijd dat de stad aan anarchie ten onder dreigde te gaan. Krakers en drugscriminelen hadden vrij spel, leegstand en verwaar­lozing teisterden de straten, de werkloosheid steeg tot ongekende hoogte, terwijl bedrijven de stad massaal de rug toekeerden.

Wat was zijn verdienste voor Amsterdam? "Dat hij heeft ingegrepen," zegt Van Bennekom. Dat hij ervoor heeft gezorgd dat het 'rechtse' thema veiligheid voor links niet langer een taboe was. "Van Thijn huldigde niet alleen het principe dat ordeloosheid leidt tot het recht van de sterkste, hij handelde daar ook naar."

Een drietrapsraket noemt Van Bennekom het: eerst het gezag terugveroveren op de chaos, dan de stad aantrekkelijk maken en vervolgens het bedrijfsleven terughalen met een vorm van ­publiek-private samenwerking. In die zin stond Van Thijn aan de basis van het succes dat Amsterdam momenteel in de staart lijkt te bijten. Hij heeft, zonder het zich te realiseren, een doos van Pandora geopend, zegt Van Bennekom.

Maar ja, wanneer zet je de rem erop? Van Bennekom: "Dat is de kunst van de politicus en ik aarzel erover of hij die kunst helemaal verstond. Van Thijn was een betere politicoloog dan politicus en een betere schrijver dan politicoloog. Naïviteit is hem niet vreemd. Komt er iemand met het onzalige idee dat de Olympische Spelen naar Amsterdam moeten komen, dan gaat hij daar full speed in mee."

Zwijgzaamheid
Blijft voor de biograaf de belangrijkste vraag: wat hou je werkelijk over als je Ed van Thijn afpelt? De oorlog. Van Thijn heeft er lang omheen gedraaid. Het bekende verhaal, aldus Van Bennekom: wegstoppen en assimileren.

Pas in 1972, toen de Kamer een emotioneel debat voerde over het gratieverzoek van drie Duitse oorlogsmisdadigers, wenste hij zich niet langer te verschuilen achter de dikke muur van zwijgzaamheid. In 1999 trad hij met zijn oorlogsverleden naar buiten in het indrukwekkende Het Verhaal en omarmde hij zijn Joodse afkomst.

"Er zit een draai in zijn leven," zegt Van Bennekom. "Hij heeft op zeker moment de wissel ­genomen. Zijn grote aandacht voor het thema racisme, discriminatie en uitsluiting valt ook samen met de ontdekking wie hij zelf nu eigenlijk was. Dan komt ook de emotie. In Kamer­debatten uit de jaren zeventig moet je met een lantaarntje zoeken naar momenten dat hij het erover had."

Gekmakende onzekerheid
Tien jaar was Van Thijn, toen hij met zijn moeder in doorgangskamp Westerbork belandde, alvorens een eindeloze tocht te beginnen langs achttien verschillende onderduikadressen. Door verraad belandde hij aan het einde van de oorlog opnieuw in het kamp. Terug bij zijn ouders bleek het grootste deel van zijn familie te zijn vermoord en begon het grote zwijgen, onder de verstikkende liefde van een wanhopige moeder.

De officiële versie: door een list slaagde zijn vader er in 1943 in om zijn vrouw en zoon uit het kamp te halen. Van Bennekom heeft goede aanwijzingen gevonden dat het zo niet zat en dat Ed van Thijn zijn leven lang gebukt is gegaan onder gekmakende onzekerheid wat er dan wel is ­gebeurd.

Jeugdfoto van Ed van Thijn, uit 1947. Hij was toen 13 jaar oud Beeld Privé

Zijn vader, die het huwelijk met zijn moeder vlak na de oorlog beëindigde, werkte voor de ­Expositur, een aan de Joodse Raad gelieerde instelling, die er onder meer op moest toezien dat de Joden inderdaad naar de treinen naar Westerbork werden gebracht. Wat was zijn rol nu echt geweest?

Zijn vaders latere vriendin suggereerde Van Thijn bovendien dat het zijn moeder was geweest die hem uit Westerbork had gehaald door zich in het kamp te laten misbruiken. In een door Van Bennekom gevonden brief uit 1966 bevestigt zij dat min of meer zelf.

Hoe reageerde Van Thijn op die bevinding?

Van Bennekom: "Laat maar, zei hij. Laat maar. Het is te moeilijk. We weten het niet zeker en al zou je het weten, wat heb je eraan?"

Huilebalk
Maar, zegt Van Bennekom, dat wil niet zeggen dat het probleem van binnen weg was. Integendeel. "Er bestaat in Joodse kring nog steeds veel ongemak. Wat hebben wij zelf nou eigenlijk gedaan? Waarom hebben wij niet harder teruggevochten, wat was onze rol? Van Thijn is zijn ­leven lang bang geweest om te ontdekken wat er was gebeurd, totdat het te laat was en hij het zijn ouders niet meer kon vragen."

Ed van Thijn, jarenlang neergezet als de politiek-correcte huilebalk van links. Daar heeft hij niet zoveel mee, zegt Van Bennekom. Hij voelt zich uitstekend thuis bij mensen die correct zijn. Maar heeft hij het goed gedaan? Was hij een goed mens?

'Na de poging de kiezer echt te laten kiezen en het project om Amsterdam weer mee te laten tellen, werd de strijd tegen vreemdelingenhaat en racisme het derde grote project van zijn leven,' schrijft Van Bennekom. 'Ze zouden van hem niet kunnen zeggen dat hij niet aan de juiste kant had gestaan.'

Ed van Thijn - Leven Als Opdracht van Willem van Bennekom verschijnt donderdag 13 september bij uitgeverij Boom (€24,90).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden