Echt in Marokko (slot)

Op een terrasje gingen we dicht bij de bullebakken zitten. Toen begon het feest: we hebben toch een partij zitten meuren.

Marokko is een land vol hoop.

Ik voel me nog steeds schuldig tegenover de taxichauffeur die mij bij het hotel in Al-Hoceima (ook wel Biya genoemd) had afgezet. Het is onbegrijpelijk waarom hij een tik op zijn kop moest incasseren en een scheldkanonnade over zich heen kreeg van deze ongemanierde agenten.

De zachtaardige taximan bood mij geen mogelijkheid om voor een goedmakertje te zorgen. Hij wilde geen minuut langer blijven in een stad waar zo veel makhzan (overheid) aanwezig was.

In het hotel Mohammed V was ik de enige échte gast. Het was onduidelijk waarom mijn reservering niet was gecanceld, want dat was wel met alle andere boekingen gebeurd, vanwege het koninklijke bezoek. Er waren wel logés van een ander type in het staatshotel: beveiligingsagenten van de koning. Het hele hotel zat er vol mee.

Bij binnenkomst zag ik er een paar in de lobby zitten: onbehouwen mannen met boze blikken, gehuld in zwarte pakken. Ze spraken binnensmonds en rookten non-stop
sigaretten van het merk
Marquise.

Eentje paste niet in het rijtje. Hij was klein van stuk en graatmager. Het tweedelige pak dat hij aanhad, was veel te groot. De scherpe neus, spitsige oren en de twee scherpe voortanden deden hem niet van de apen, maar van de ratten afstammen.

Toen ik mijn tas op het hotelkamerbed neerlegde, zakte de moed mij in de schoenen. In de naastgelegen kamer ratelde de hele tijd een fax en hoorde ik verschillende stemmen druk telefoneren. Ik word hier paranoïde, dacht ik.

Later die dag liep ik naar het centrum van Biya, waar ik met M. had afgesproken. Hij zou mij in contact brengen met mensen die wellicht interessant konden zijn voor een te schrijven reportage.

Ik vertelde hem het verhaal van de taxichauffeur en de apenpakjes die het hotel hadden bezet. De gids zag dat de gebeurtenissen mij geen goed hadden gedaan en vroeg of ik al gegeten had. Ik zei dat ik weinig eetlust had. M. moest een beetje lachen. Hij bracht mij naar een eetgelegenheid en bestelde vier borden met gestoomde bruine bonen (tishashi). ''Eten, want je zult het nodig hebben, '' zei M. en keek mij met ondeugende ogen aan.

Na ieder twee borden weggewerkt te hebben, liepen we naar buiten. Hij zei: ''Die makhzan mag ons misschien de mond snoeren, maar over onze sluitspieren hebben ze vooralsnog niets te zeggen. ''
Op een terrasje zijn we dicht bij een paar gekostumeerde bullebakken gaan zitten. Toen begon het feest; we hebben toch een partijtje zitten meuren. Niet van die harde knallers zonder inhoud, maar van die ruften die heet je kont verlaten en maar één doel hebben: levende wezens vergassen.

M. was blijkbaar van het geoefende soort, want hij vertrok geen spier, terwijl zijn darmen complexe geuren produceerde. Bij mij ging het redelijk goed, maar ik moest uitkijken om niet in al mijn enthousiasme mijn broek te verpesten. Ik had nog nooit zo'n lol gehad met winden laten.

Mensen als M. zijn een hele opluchting.

Dit is de laatste 'Echt in Marokko' (ASIS AYNAN)

null Beeld
null Beeld
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden