Column

Eberhard gaf de stad een nieuw predicaat: lief

Theodor Holman. Beeld Wolff

Vandaag zou het om 7.48 uur licht worden.

De vuilnismannen wisten van niets en ­reden nog in het duister de ­wagens uit.

De merels in het Vondelpark hadden een angstig vermoeden en zongen in mineur de zon tegemoet. Merels weten vaak alles iets eerder in tegenstelling tot duiven, die steeds meer op een volle zak oude ­patat lijken.

In de Gerard Doustraat nam een verliefde minnaar afscheid van zijn minnares.

Op de Egelantiersgracht zette een vrouw haar deur open en verlieten haar hond en kat het huis om een plas te doen.

Zo'n gewone vrijdagochtend.
De rolkoffers roffelen over
de stoep.
Cafés worden schoon­gemaakt.
Kinderen worden gedwongen hun ontbijt op te eten.
De dood nog gezien?
Nee, niemand, maar hij was langs geweest en had aan­geklopt.
Bij Eberhard blijkt.

Dus werd het nieuws een ­requiem.
Even stilte, om elkaar te groeten met 'Heb je het gehoord?'
"Heb je het gehoord?"
"Ja, zeg... heb je het ­gehoord?"
Een vloek siste door de stad, een hand ging naar een mond, een vuist dreunde op een keukentafel.

De zon verborg zich achter een wolk.
Eerst waaide toen een jammer door de straten.
"Jammer. Wat jammer. Wat ontzettend jammer."
Daarna een briesje met waarom.
"Waarom toch? Waarom?"
Tja, we kenden het antwoord. De stadsomroepers hadden geruime tijd geleden al laten weten dat het zou gebeuren.

Maar als het dan gebeurt, gebeurt er meer dan werd voorzegd.
Dood steelt altijd meer dan je wil. Hij pakt ook iets af van ons. En nu ook van de stad.
Je wordt altijd armer van de dood, al is de erfenis nog zo rijk.
De vuilnis is opgehaald.
De merels zijn gestopt met fluiten.
De duiven eten hun eerste friet.
En de hond en kat komen weer binnen.
De minnaar zit op zijn werk.
Zo'n gewone vrijdagmorgen.
'Overwegend bewolkt.' Veertig procent kans op regen.

De stad zal zich moeten troosten - en dat kan de stad goed.
Ze gaf al een staande ovatie, een open doekje, voordat de voorstelling was geëindigd.
Hij gaf de stad een nieuw predicaat: lief. Zo werd de stad wat hij zelf was.
Om 19.06 uur gaat de zon vandaag onder.
De dood kent geen rust en zet z'n werk voort.
Dus dat moeten wij ook maar doen.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Lees ook:

- Verschillende Amsterdammers hebben hun herinnering gedeeld over Van der Laan. De fijnste burgemeester die ik ooit heb gehad: Amsterdammers over hun burgemeester Van der Laan.

- Burgemeester Eberhard van der Laan werkte maandenlang door, ondanks zijn ziekte. Hij deelde uit, incasseerde. Hij was kwetsbaar en scherp: De laatste maanden van Van der Laan als burgemeester.

- Geliefd was hij altijd al, maar nadat Van der Laan meldde dat hij ziek was steeg zijn populariteit tot ongekende hoogte: De burgemeester die een volksheld werd.

- Een burgervader die geliefd was bij alle Amsterdammers, maar ook een harde bestuurder die werd gevreesd door zijn ambtenaren. Joviaal en charmant, maar soms ook bot en bloedchagrijnig. Een straatvechter met een hekel aan verliezen: Amsterdam is zijn geliefde, integere doordouwer kwijt.

Eberhard van der Laan, de bepalende momenten uit zijn leven

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden