Column

'Dus je lieve juffrouw gaat straks naar de hel?'

 

Mano Bouzamour.Beeld Het Parool

Maandag begon de allereerste editie van de boekenweek voor jongeren. Het CPNB wil lezen en schrijven op scholen bevorderen en vroeg of ik ambassadeur van de jongerenboekenweek wilde zijn. Eén van m'n speerpunten is dat ik de jeugd aan het lezen wil krijgen. Laten zien dat literatuur niet stoffig en saai hoeft te zijn.

In een stoffig en saai Volkswagenbusje werden we naar middelbare scholen door het land gereden. Oegstgeest, Roermond, Best. Op de deuren van het busje stond in zwarte letters: Literatour. Het busje kwam als een reuzenschildpad vooruit.

Ik speelde met de gedachte de volgende jongerenboekenweek te laten sponsoren door een duur automerk. Ferrari, Bentley of Lamborghini. 'Literatuur is sensatie,' zei Hafid Bouazza ooit in een interview.

We werden op de schoolpleinen hartelijk ontvangen door de scholieren en leraren. Ik stuiter van de energie als ik op scholen mag vertellen over mijn vak. Ik trek alles uit de kast. Ik kijk aandachtig van links naar rechts naar mijn puberende publiek, draag hartstochtelijk een passage voor uit mijn boek, waar zo nu en dan een vloekwoord in voorkomt, zodat de leerlingen naar de leraren kijken om te zien of ik daar ongestraft mee wegkom.

Op die manier sympathiseer ik met de leerlingen, sluit ik een verbond met ze, wij tegen de leraren. Geen restricties, geen beperkingen, in de literatuur mag alles. Schrijven is als goede seks, ik geef me helemaal over en ben compleet schaamteloos. Dat begrijpen ze op de meeste scholen.

Woensdag hoefde ik Amsterdam niet uit. Nooit eerder had het Marcanti College in Amsterdam-West bezoek gekregen van een schrijver. Ik ging er daarom heen én bracht het er, tegen alle verwachtingen in, levend van af. De minderheid was de meerderheid: een vol klaslokaal, de juf was de enige autochtoon.

Ze vroeg: 'Is choqueren je hoofddoel?'
'Nee, een neveneffect. Ik schrijf om mezelf en vooral anderen te amuseren.'
Een meisje vond m'n schrijfsels totaal niet amusant en vroeg of ik in plaats van de islam, het jodendom of christendom op de hak had kunnen nemen. Ik vroeg: 'Zou je dat minder erg hebben gevonden?'
'Ja.'
Ze vroeg: 'Geloof je niet in God?'
'Ik geloof in mezelf.' En ik vervolgde: 'Wat gebeurt er na de dood met niet-moslims?'
Een jongen achterin de hoek: 'Die gaan branden in de hel.'
'Hoe weet je dat?'
'Staat in de Koran.'
'Heb je die gelezen?'
'Ja.'

Hij begon in het Arabisch een Koranvers op te dreunen.
'Dus je lieve juffrouw gaat straks naar de hel?'
'Ja, nee, ja, dat beslis ik niet, dat beslist God. Maar hoeveel geld heb je eigenlijk verdiend met je boek?'
'Waarom wil je dat weten?'
'Ik wil misschien wel gaan schrijven.'


m.bouzamour@parool.nl

Wilt u reageren op deze column? Dat kan! Scroll (een beetje) naar beneden om een reactie te plaatsen of mail de schrijver.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden