Plus

Drie exposities over Jean Dubuffet, de uitvinder van 'Art brut'

In liefst drie Amsterdamse musea is Jean Dubuffet te zien. Een uitgelezen kans om kennis te maken met deze eigenzinnige Fransman, de uitvinder van 'Art brut'.

Een aquarel van Else Blankenhorn, die is te zien in de Hermitage. Haar werk kreeg de goedkeuring van Jean Dubuffet. 'Prachtig,' schreef hij Beeld Else Blankenhorn

Art brut, vrij vertaald als 'rauwe kunst', bedoelde Dubuffet (1901-1985) kunst die buiten de gevestigde orde is gemaakt, los van tradities, opleidingen of trends. Hij verzamelde graffiti en kunstuitingen van kinderen, gedetineerden en geesteszieken.

In het Outsider Art Museum in de Hermitage kijk je over zijn schouder mee naar kunstwerken van psychiatrische patiënten. Vervolgens kun je in de tuinen van het Rijksmuseum en in het Stedelijk Museum zien hoe hij in zijn eigen werk een zekere ongedwongenheid nastreefde.

Geen argumenten
In 1950 bezocht Dubuffet de Prinzhorncollectie in Heidelberg, die hij zag als belangrijkste voorloper van zijn eigen Collection de l'art brut. Op een lijstje beoordeelde hij de tekeningen, aquarellen en sculpturen. Vreemd genoeg is die lijst zelf niet te zien in het Outsider Art Museum (wel in de catalogus), maar de bijzondere kunstwerken wel, mét zijn oordeel.

Lastig is dat Dubuffet geen argumenten opschreef. Glashard noteert hij 'buitengewoon goed' (bij Johann Knopf) of 'niet erg interessant' (Joseph Schneller). Het is dus een beetje puzzelen, kijken en vergelijken om te ontdekken wat Dubuffet zocht en waardeerde in deze kunst.

Hyacinth Freiherr von Wieser tekende fijnzinnig met potlood op karton een hoekig mannenhoofd met een stad als kroon: 'niet goed'.

Te geraffineerd? Wat Dubuffet wél mooi vond: het sigarettenpapier dat door een anonieme tekenaar ('geval 419') is volgekrabbeld met paarden, vogels, vissen, een slang en een ruiter.

Diep persoonlijk
Figuratieve elementen, humor, niet moeilijk te ontcijferen, maar diep persoonlijk. Dubuffet waardeerde een eigen beeldtaal, dus het moest niet lijken op een bekende stijl als het expressionisme.

Dubuffet keek enkel naar artistieke kwaliteiten. Over Else Blankenhorn schrijft hij 'prachtige aquarellen en tekeningen met blauwe inkt, soms gemengd met rood of bruin'. Haar intenties interesseren hem niet, en de expositie geeft ook geen achtergrond.

Jammer, want het is best interessant te weten dat Blankenhorn bankbiljetten tekende om daarmee de wederopstanding van gestorven geliefden te financieren.

Grillig en ongepolijst
In het Stedelijk Museum is te zien wat Dubuffet maakte: schilderijen, litho's en een sculptuur uit eigen collectie. De twee zalen laten zien dat hij meerdere stijlen had, met als gemene deler een afschuw van conventies.

In de eerste zaal gaat het er vooral om dat hij oppervlaktes met grove, ongebruikelijke technieken bewerkte: hij kerfde in dikke lagen gips, of trok de bovenste laag verf eraf, net voor die droog was. Het oogt grillig en ongepolijst, een beetje vies ook.

In 1962 sloeg Dubuffet een andere weg in, maakt de tweede zaal duidelijk. De viezigheid maakt plaats voor een meer grafische uitstraling.

Het begon met droedels, die hij gedachteloos met een balpen tekende terwijl hij telefoneerde. Hij maakte een boekje met collages van deze tekeningen, dat is te zien in het Stedelijk. Daaruit volgde een feestelijke cyclus die hij L'hourloupe doopte - behalve nieuwe technieken bedacht Dubuffet graag nieuwe woorden.

Driedimensionaal tekenen
Hij begon schilderijen te maken met zwarte lijnen die op contouren van cellen lijken. Sommige zijn ingekleurd of gearceerd met het rood en blauw van balpennen. In het begin deden groen en geel ook nog mee, zo is te zien in het schilderij Le cosmopolite (1963). L'escampette (1964) is helemaal vol geschilderd met deze cellen, maar het wordt nooit volledig abstract; van een afstandje herken je er drie figuren in.

Deze schilderijen vormen een uitstekende opmaat naar de grote sculpturen bij het Rijksmuseum. Hij maakte modellen van piepschuim, die hij met een hete draad bewerkte tot torens, bomen en mensfiguren. Van mallen liet hij dan grotere, soms monumentale versies vervaardigen. Op de epoxy sculpturen is het korrelige oppervlak van het piepschuim nog herkenbaar.

Eigenlijk maakte hij nog steeds tekeningen, maar dan driedimensionaal. Calamuchon (ook een eigen woord) oogt als pentekening, een trekpop, die vooroverhellend bij het open hek staat. Wuivend heet hij de bezoekers welkom in de eigengereide beeldenwereld van Dubuffet.

De lijst van Dubuffet: t/m 24/9, Outsider Art
Museum - Hermitage Amsterdam. Jean Dubuffet, the deep end: t/m 7/1, Stedelijk Museum Amsterdam. Dubuffet in de Rijksmuseumtuinen: t/m 1/10.

Werk van Dubuffet in de tuinen van het Rijksmuseum. Beeld anp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden