Plus Klapstoel

Dragan Bakema: 'Ik ben overal een buitenlander'

Dragan Bakema (1980) is acteur. Hij speelt in Het Pauperparadijs. Het theaterspektakel over de Drentse koloniën waar in de negentiende eeuw armen te werk werden gesteld, is vanaf woensdag te zien in Carré.

Dragan Bakema Beeld Harmen de Jong

Appelscha

"Tot mijn derde gewoond, daarna gingen we naar Leeuwarden en toen naar Oosterwold, ­terug naar de Friese Wouden. Ik kom er vaak. Mijn ouders wonen er nog en de natuur is prachtig. Mijn jeugd speelde zich ook deels af in Servië, toen nog deel van Joegoslavië.''

''Mijn vader was een hippie. Op weg naar Turkije kwam hij aan de Joegoslavische kust, het huidige Kroatië, mijn moeder tegen. Drie dagen later waren ze getrouwd. Toen ze een kind wilden, zijn ze hierheen gekomen. Dat wilde zij graag. Je moet bedenken: Nederland was in de jaren zeventig nog een waanzinnig progressief land."

Johannes van den Bosch

"Het was rond 1860. Er was veel armoede in Nederland. Hier in Amsterdam stierven de mensen van de honger op straat. Generaal ­Johannes van den Bosch, mijn karakter in Het Pauperparadijs, wilde die armoede uitroeien. Zijn plan:breng die armen naar Drenthe en laat ze daar werken in landbouwkoloniën.''

''Ik citeer even uit mijn tekst: 'Dan bewijzen zij de samenleving een dienst en kunnen zij tegelijkertijd in eigen levensonderhoud voorzien.' Prachtig ­natuurlijk, de armoede willen uitroeien, eigenlijk vormden Van den Bosch' ideeën de grondbeginselen van de verzorgingsstaat, maar er is in Drenthe iets vreselijk misgegaan. Er liggen daar 16.000 mensen begraven, gestorven onder vaak erbarmelijke omstandigheden. Hoe kon het zo ontsporen? Waar is het misgegaan? Dat zijn belangrijke vragen in deze voorstelling."

Tobias Braxhoofden

Sergeant Tobias Braxhoofden. Mijn andere rol in Het Pauperparadijs. Hij is de vader van Cato, die verliefd wordt op de pauper Teunis. Dat kan natuurlijk niet, maar uiteindelijk kiest Tobias Braxhoofden voor zijn dochter en haar hart. Anders dan generaal Van den Bosch spreekt Braxhoofden met een zwaar Noordelijk accent. Zo sprak ik zelf vroeger ook, tot het er op de ­toneelschool in Arnhem werd uitgeroeid. Ik sprak geen Fries, maar wel met een Fries accent en met die zangerige toon. Ik zei ook joun in plaats van 'jouw'."

Theo van Gogh

"Ik ren in het Oosterpark. Altijd als ik langs dat beeld kom dat er voor hem staat, sla ik een kruisje. Verschrikkelijk wat er is gebeurd met hem, echt verschrikkelijk. Ik heb gespeeld in zijn tv-serie Medea. Meteen de eerste keer dat ik bij hem thuis kwam, hadden we een prettig gesprek. Hij was lovend, gaf mooie complimenten. Hij kéék naar je, heel bijzonder. Het ging hem als regisseur niet alleen om zijn eigen ­product, het ging het ook om de mensen met wie hij dat maakte. Hij kon bot zijn. Maar ik houd wel van licht chagrijnige mensen, dat zijn vaak toch de leukste."

Dakloos

"Voor het tv-programma The homeless experiment heb ik drie weken in Amsterdam op straat geleefd. Mensen vragen altijd: was dat echt?

Ja, dat was echt. Ik ging de straat op met helemaal niks en moest maar zien te overleven. Het was een waanzinnige ervaring, die er soms flink inhakte. En dan kwam mijn ervaring niet eens in de buurt van die van echte daklozen."

"Mensen hebben drie sociale pijlers: hun ­familie, hun partner en hun werk. Bij daklozen zijn meestal twee van die pijlers weggevallen. Ze betreden een andere wereld, waarin vaak sprake is van een verslaving. Ik was een luxe dakloze, ik had al die problemen niet en mocht na drie weken lekker naar huis. Ik kreeg voor die drie weken ook nog eens goed betaald. Wat ik moeilijk vond, was het overgeleverd zijn aan anderen. De controle weggeven, hulp vragen: niets voor mij."

Artis

"In bed hoor ik voor het slapen gaan altijd de dieren in Artis. Ik herken de geluiden niet, maar ze lijken me afkomstig van dieren die je beter niet in de vrije natuur kunt tegenkomen. We wonen echt vlakbij en ik heb kleine kinderen, dus Artis is voor ons vooral de dichtstbijzijnde zandbak. We komen er heel vaak, we hebben van die passen. Een favoriet dier hebben de kinderen niet, het hangt een beetje af van waar ze op de crèche of de basisschool mee bezig zijn. We moesten een tijdje elke keer kijken bij de krokodil, had te maken met een liedje dat ze toen zongen."

Carré

"Nooit gespeeld, komende week is het zover. Eerder hebben we Het Pauperparadijs in Veenhuizen gespeeld: op de heilige grond van het zogeheten Tweede Gesticht, een van de koloniën. Dat was een echte locatievoorstelling in de open lucht. We begonnen als het nog licht was, gaandeweg werd het donker. Alles deed mee: de wolken, het land, de vogels. In een zaal als Carré is alles veel gecontroleerder, je kunt een veel preciezere voorstelling maken.''

''Maar je mist dus wel die buitenwereld. De voorstelling is ook aangepast: er zijn meer dansers, er wordt meer gezongen, er zijn nieuwe kostuums. In Veenhuizen doorbrak ik geregeld de vierde wand: ik richtte het woord tot iemand in het ­publiek. Dat kan niet in het donker van Carré natuurlijk. Daar richt ik me tot een fictieve toeschouwer."

Soldaat van Oranje

"Dat is lang geleden, Jezus. Zeven jaar om precies te zijn. Ik weet het zo precies omdat ik toen net was gestopt met drinken. Als ik terugdenk aan Soldaat van Oranje, waarin ik een half jaar de hoofdrol heb gespeeld, denk ik vooral daar aan. Soms is je privéleven belangrijker dan je werk. Dat zal iemand met een passie en een ­talent niet snel zeggen, maar toen was ik even vooral met mezelf bezig.''

''Al vanaf mijn negentiende dronk ik te veel. Van mijn 25ste tot mijn 31ste speelde het me parten. Ik begon rond een uur of vier met rode wijn, 's avonds stapte ik over op gin-tonic. Ik was zoals dat heet een functionele alcoholist. Mijn werk leed niet onder mijn drankgebruik: ik kende mijn teksten, stond nooit dronken op het toneel.''

''Maar mijn leven werd wel beheerst door alcohol. Soldaat van Oranje was een geweldige ervaring, maar mijn overwinning op de drank had veel meer impact. Waar ik erg aan moest wennen, was dat ik conflicten niet langer uit de weg kon gaan. Vroeger was het zo: ja, is goed met je, we drinken er nog één, doeiii."

Turnen

"Ik was vijfde van Nederland bij de kampioenschappen van 1990. Dus ja, ik was er best goed in. Tot pakweg mijn vijftiende was turnen het belangrijkste in mijn leven, daarna werd het ­acteren. Ik vond 18 uur trainen in de week wel genoeg, maar daarmee kom je er niet. Wil je echt wat bereiken, dan moet je 28 uur trainen, 40 uur misschien wel. Ik zag het niet zitten. En daarbij: met turnen is er maar één manier om een 10 te halen, je moet het precies zo en zo en zo doen. Wat me in de wereld van de kunst meteen aansprak is dat er veel manieren zijn om ergens te komen."

Servië

"Ik ben er drie maanden per jaar, wil naar een half jaar. Wat ik er doe? Ik schrijf, ik maak muziek en ik bereid me fysiek voor op de dingen die komen gaan, bijvoorbeeld door spiertraining. Ik kom er vooral in contact met mijn andere helft. Zonder Servië ben ik incompleet. Het is ingewikkeld hoor, een moderne allochtoon zijn.''

''Over die eerste allochtonen, de mensen die van ergens anders naar Nederland kwamen, is genoeg geschreven. Hoe zit het met mijn generatie, wie zijn wij? Hier ben ik een Servische Nederlander. Daar zien ze me als een Nederlandse Serviër. Waar ik ook ben, ik blijf een buitenlander. Ik hoor van leeftijdgenoten met een zelfde achtergrond dat ze hun kinderen bewust een internationale naam geven; een Servische naam zou ze wel­eens dwars kunnen zitten.''

''Ik ben blij met mijn naam. Dragan Bakema, het geeft precies aan wat ik ben: half Servisch, half Nederlands. Maar ik sta wel op het punt die Servische kant voorrang te geven. Tot nu toe was ik vooral Nederlander, na mijn veertigste zou ik vooral Serviër kunnen worden."

Rembrandt

"Ik heb de jonge Rembrandt gespeeld in de tv-serie waarin Michiel Romeyn de oude Rembrandt was. Ik moet er wel om lachen dat ik al meer van dat soort iconische Nederlanders heb gespeeld: Erik Hazelhoff Roelfzema, Koning Willem II. Johannes van den Bosch past er ook bij. Dan kijk ik in de spiegel en denk ik: Eh, ik? Ik zie er toch niet uit als een typische Nederlander. Ik vind het prachtig van Nederland dat men daar blijkbaar blind voor is."

Brandwonden

"Ik was net gestopt met turnen en besloot met vrienden met vuur te spelen. Met flessen spiritus gingen we het bos in. Het ging fout toen een van die vrienden op zo'n fles sprong en ik een liter spiritus in mijn gezicht kreeg, die ­direct vlam vatte. De verwondingen in mijn gezicht vielen nog mee, hoewel ik daar wel zeven keer aan ben geopereerd.''

''Echt erg was het op mijn borst; er was huid van mijn benen voor nodig om daar weer wat van te maken. Erge pijn heb ik niet eens gehad; doordat zelfs mijn zenuwen waren verbrand, voelde ik op sommige plekken niets meer. Echt erg was de mentale pijn. De eerste keer dat ik in de spiegel keek, herkende ik mezelf niet eens. Ik weet nog precies wat ik dacht: ik ga nooit in mijn leven seks hebben. Nou, dat is goed gekomen."

Babette van Veen

"Ik ken haar, maar niet privé. Als ik haar op tv zie, heeft ze een aandoenlijk kwetsbaar gezicht. Ze heeft altijd iets meisjesachtig. Waar ze op het ogenblik mee bezig is, weet ik niet. Als acteur heb je af en toe nauwelijks tijd te volgen wat anderen doen. Zij zal van mij ook geen idee hebben wat ik aan het doen ben."

Het Pauperparadijs, Carré, 4 juli t/m 5 augustus

Wekelijks een overzicht van de nieuwste hotspots, uitgaanstips, films en restaurants in je mailbox? Schrijf je dan nu in voor de Stadsgids-nieuwsbrief van Het Parool.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden