'Doodschieten GGZ-patiënt niet goed onderzocht'

Het onderzoek door de Rijksrecherche naar het schietincident in september 2016 waarbij twee agenten een 23-jarige GGZ-patiënt in zijn huis doodschoten, is onvolledig en niet volgens de richtlijnen uitgevoerd.

Nan Romijn en Robert Broekhuis: 'Onze zoon had veilig in de kliniek moeten komen' Beeld Dingena Mol
Nan Romijn en Robert Broekhuis: 'Onze zoon had veilig in de kliniek moeten komen'Beeld Dingena Mol

Dat zeggen rechtspsycholoog Peter van Koppen en oud-rechercheur Dick Gosewehr in Zembla, dat het vertrouwelijke Rijksrechercherapport in handen heeft.

De agenten zouden hebben geschoten, omdat de 23-jarige Cyprian Broekhuis een mes zou hebben getrokken. Of dat echt is gebeurd, of dat de schutters een zaklantaarn aanzagen voor een mes, is volgens Van Koppen en Gosewehr echter nooit onderzocht.

Volgens Van Koppen zijn er dingen in het dossier die wel op het scenario wijzen van een zaklantaarn die voor een mes is aangezien.

De ouders van Broekhuis waren al een juridische procedure gestart tegen de agenten.

Ook zijn de betrokken GGZ-hulpverleners niet door de Rijksrecherche verhoord, maar door de Amsterdamse politie, wat tegen de regels is. Ook worden de schutters pas twee dagen na het incident verhoord, terwijl dat binnen 24 uur had moeten gebeuren.

Lees ook: Het tragische leven van Cyprian Broekhuis (23)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden