Column

'Dominee', 'Dominooit'. Dat zal ze leren

Roos Schlikker Beeld Oof Verschuren
Roos SchlikkerBeeld Oof Verschuren

De dag nadat mijn oudste door een scooter is geschept, maken we een rondje door de buurt. Als we de ruwe bolster van de gympenwinkel laten zien dat mijn zoon nog lopen kan, grijpt hij hem met zijn berenarmen vast en wil hem een halve minuut niet loslaten. "Jongen toch," klinkt het schor.

Even later staan we bij de ijscoman wiens vrouw mijn kind in de ambulance van zoetigheid voorzag. Eigenaar Job trakteert opnieuw op ijs en barst dan los over de nieuwe winkel naast de zijne.

Er zat altijd een lief kledingzaakje. Maar de eigenaar vertrok, hij wilde het overdoen aan een jongen die er een koffietentje in zou beginnen, dat mocht niet van de gemeente en nu flikkert er de godganse dag een hysterisch neonlicht dat toeristen naar binnen lokt die er tatoeages van hasj­bladeren laten zetten.

Midden in de etalage zit een enorme pop, een ordinair stuk vreten met meloentieten, plateauzolen en een minuscuul rokje. En 'Ze heb geen onderbroekie an,' aldus Job.

We spreken er al jaren schande van. Vriendelijke buurtwinkels die opgeslokt raken door piercingshops en telefoonhoesjesboeren. Even verderop dreigt Domino's een vestiging te openen.

Het prachtige Amsterdamse pandje moet als uitgifteplek dienen voor deeghompen, die door scooters worden opgehaald om ze door de stad te distribueren. De buurt tekende bezwaar aan, maar de keten kreeg toch een vergunning. Nog meer fastfood dus. En nog meer scooters. Klaar zijn we d'r mee.

Het buurtcomité riep mensen op flyers te maken met de goeiige teksten 'Dominee!' en 'Dominooit!'. Dat zal ze leren. Waarschijnlijk niet. De stad verloedert, de stad verruigt, de stad vergroft, de stad vervuilt. We zijn aan de goden overgeleverd.

Toch? Nee. Niet zo lang er gympenjongens met beren­armen zijn, de eigenaar van de wasserette die meteen aansnelde met een stoeltje toen mijn kind bloedend op straat lag, een uitbater van het Indiase restaurant die met een theedoek begon te redderen, ijscomannen die troostzoet brengen, en een buurtcomité dat toen Domino's in de winkel een camera op een trapje plaatste om te registreren welke onverlaten protesten op de ruit plakten een nieuwe oproep deed: "Loop langs de beoogde vestiging van Domino's. Kijk in de camera, schudt met je hoofd en zeg: Domino's... nooit!"

It takes a village to raise a child. It takes a city to make a city.

Ik weet dat ik de neiging heb te romantiseren. Maar liever dat dan de neiging te cynisiseren. Gek eigenlijk dat dat geen werkwoord is, terwijl het stukken vaker wordt gedaan.

Mijn zoon en ik wandelen bij de Indiër naar binnen, die onmiddellijk uitroept: "Jij wordt 120! Wij hadden het net over je, en nu sta je hier. In India geloven we dat je dan heel oud wordt."

De man kroelt mijn kind door zijn bleke haar. "Hé jongen. Wij zijn één familie, hè. Dus als je voortaan wilt oversteken, kom je maar hier naar binnen. Dan loop ik met je mee."

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden