Plus

Doktoren nieuwe actievoerders in strijd tegen roken

De activistische arts staat op, tegen tabak en voor een suikertaks. Maar hoe ver moeten doktoren gaan met hun lobby? 'Wij zien de ellende in de spreek­kamer. Als wij niks doen, wie dan wel?'

Beeld Rein Janssen

Altijd een rookwalm, altijd stank, altijd een permanent paffende haag. Ilona Statius Muller (48), huisarts in De Pijp, ergerde zich elke keer als ze de bibliotheek van Amstelveen binnen wandelde.

Geïnspireerd door het doorzettingsvermogen van anti-tabaksactivist en longarts Wanda de Kanter besloot Statius Muller een mail te sturen aan Herbert Raat, wethouder in Amstelveen. De boodschap: roken is levensbedreigend, meeroken ongezond. Roken voor de ingang van de bibliotheek, waar veel mensen lopen, onder wie kinderen, moet afgelopen zijn.

Geen reactie.

Nog een mail: niks. Daarna bestookte ze hem met nog veel meer berichten, en uiteindelijk kwam er toch een antwoord van de wethouder: 'We maken de overkapping rookvrij'. "Ik was eigenlijk een beetje verbaasd. Het werkt kennelijk om als dokter je professie in te zetten. Raat zei ook: 'Jij bent de arts, dus jij zal het wel weten.' Dus ik dacht: heel goed, what's next?"

Statius Muller, die de smaak te pakken had, richtte het Amsterdams Rookalarm op, een club van artsen en instellingen als de GGD, de Huisartsenkring Amsterdam, Jellinek en binnenkort ook Cordaan. Het doel is om alle kinderen te laten opgroeien in een rookvrije omgeving.

Sportclub en dierentuin
Het Rookalarm heeft onlangs alle bazen van de Amsterdamse ziekenhuizen aangeschreven met het dringende verzoek het hele ziekenhuisterrein rookvrij te maken (zie kader). Nu nog staan patiënten met de infuusstok in de ene hand en de sigaret in de andere voor een ziekenhuis te roken. Met een beetje pech moeten andere patiënten door de sigarettenrook naar de hoofdingang. Dat moet afgelopen zijn, vinden de artsen. Juist de ziekenhuizen moeten het goede voorbeeld geven.

Maar dat is op werkterrein. De antirookactivisten gaan nog een stap verder, namelijk de privésfeer in. "We hebben alle artsen per mail gevraagd een rookverbod op de eigen sportclub na te streven." Er zijn ook individuele acties. Een kinderarts deed volgens Statius Muller een dringende oproep aan de directeur van Artis om een rookverbod in de huisregels op te nemen.

Leonard Hofstra, cardioloog en bijzonder hoogleraar in preventie van hart- en vaatziekten bij VUmc Beeld .

David Koetsier (50), een huisarts in Amsterdam-Noord, wist de gemeente zo ver te krijgen de sigaret op de pont in de ban te doen. En dat was niet alles: komende week wordt de Beverwijkstraat in Noord, waar zijn praktijk huist, op zijn initiatief tot eerste rookvrije straat van Amsterdam uitgeroepen. Dat heeft vooral een symbolische uitstraling, want het is openbare ruimte en daar mag gerookt worden - maar toch.

Waarschuwen
De activistische dokter staat op. Zeker tegen tabak. Nadat het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis (AvL) zich heeft geschaard achter de aangifte tegen de vier grootste tabaksfabrikanten volgden onder meer de kinderartsen, tandartsen en verslavingszorg. Dat roept de vraag op: is dit wel de taak van de arts? Is die niet druk met het behandelen van zieke mensen?

Ton Wurtz van de stichting Rokersbelangen vindt hartgrondig dat de dokter te ver gaat. "Er zijn zo veel andere belangrijke dingen waar ze energie in kunnen steken. Half Nederland valt van de stoel van de narigheid." Wurtz wijst op de eigen verantwoordelijkheid van mensen. "Artsen mogen waarschuwen, maar je moet zelf kiezen of je het wel of niet doet."

Statius Muller vindt dat kortzichtig. "Het puberbrein is bevattelijk voor allerlei invloeden. Tieners beginnen met roken en overzien de consequenties niet. Roken is verslavend, levensbedreigend en stoppen is ontzettend moeilijk. We hebben met elkaar een maatschappelijke verantwoordelijkheid.

Twee op de drie rokers overlijden vroegtijdig door sigaretten. Wekelijks heb ik mensen in de spreekkamer die kanker krijgen als gevolg van roken. De vijftig- en zestigplussers die als tiener zijn gaan roken krijgen nu de rekening gepresenteerd. Dat vind ik tragisch."

Volgens René Medema, voorzitter van de raad van bestuur van het AvL, kan het ziekenhuis niet anders dan naar de rechter stappen. Hij noemt de strijd tegen kanker 'dweilen met de kraan open zolang tabaksproducenten moedwillig mensen verslaafd maken'. De drijfveer van Statius Muller is vergelijkbaar, namelijk een poging de kraan dicht te draaien. "Als arts zie je de hele wereld voorbijkomen. Wij zien de ellende in onze spreekkamer. Als wij niks doen, wie dan wel?"

David Koetsier, huisarts in Amsterdam-Noord, lid van organisatie Amsterdams Rookalarm Beeld Tammy van Nerum

Snow en Sarphati
Die beweegreden is niet nieuw, zegt Henriëtte van der Horst, hoogleraar huisartsgeneeskunde aan het VUmc. We mogen aannemen dat zolang er artsen bestaan, er al activistische artsen zijn. Neem John Snow (1813-1858). Hij ontdekte dat er op een plek in Londen opvallend veel mensen ernstig ziek waren.

Een aantal ging zelfs dood. Snow kwam er ook achter dat die mensen hun water bij dezelfde pomp hadden gehaald. "Hij is op het gemeentebestuur afgestapt: jullie moeten die pomp afsluiten." Zo geschiedde. Wat bleek? Een cholera-epidemie had zich via het drinkwater verspreid.

De beroemde arts Sarphati maakte zich in Amsterdam sterk voor betere leefomstandigheden. Hij drong bij de autoriteiten aan op afvalinzameling. En met de oprichting van Nederlands eerste broodfabriek (1855) zorgde hij dat ook arme mensen goed brood kregen.

Recenter is het verhaal van de Brabantse huisartsen. Ze trokken aan de bel over een epidemie van Q-koorts, omdat ze opvallend veel ernstige longontstekingen zagen. "Die artsen werden eerst niet geloofd. Hun waarschuwing werd weggewuifd, maar ze bleven erop aandringen en zo kwam Q-koorts op de politieke agenda. Dan steek je echt je nek uit."

Is dat de taak van de arts? Ja, zegt van der Horst. "Dat staat ook in de artseneed: 'Ik zal zorgen voor zieken, gezondheid bevorderen en lijden verlichten.' En er staat ook in: 'Ik ken mijn verantwoordelijkheid voor de samenleving (...)'."

Levensstijl
Volgens cardioloog, 'lifestyleactivist' en bijzonder hoogleraar in preventie van hart- en vaatziekten aan VUmc, Leonard Hofstra, speelt ook mee dat uit onderzoek steeds duidelijker blijkt waar mensen ziek van worden.

90%

In 2004 bleek uit de zogenoemde Interheartstudie dat 90 procent van een hartinfarct wordt bepaald door levensstijl (roken, slecht dieet, overgewicht).

Ilona Statius Muller, huisarts in De Pijp en oprichter van organisatie Amsterdams Rookalarm Beeld Nout Steenkamp

"In de jaren negentig dachten we nog dat ziekte te voorspellen was door bepaalde moleculen en genen. Dat gaat voor veel ziekten nog op. Maar in 2004 bleek uit de Interheartstudie dat 90 procent van een hartinfarct wordt bepaald door levensstijl: te weinig bewegen, overgewicht, slecht dieet, roken, stress en daarmee samenhangende hoge bloeddruk en diabetes."

Hofstra, die zelf moleculair onderzoek deed, dacht: waar doe ik het eigenlijk voor? Hij is zich steeds meer op preventie gaan richten, nu ook bij Cardiologie Centra Nederland.

Hofstra maakt de vergelijking met de eerder genoemde Snow. "Sinds Snow zijn we er enorm bewust van dat we alleen schoon water moeten drinken. We drinken niet uit een plas op straat en in het verkeer doen we een gordel om. Maar als ik over ziekmakende voeding begin dan springen mensen in de gordijnen. Daar mag je niet aankomen, want dat is ieders vrije keus. Daar ben ik het niet mee eens. Ik ben voor een suikertaks - dat je belasting heft op toegevoegde suikers, zodat de consumptie vermindert. Net als met tabak. Als je sigaretten duurder maakt, wordt er minder gerookt."

Het is een taak voor de politiek om de samenleving zo in te richten dat mensen gezonder gaan leven. "Want ik kan wel zeggen dat mensen fruit en groente moeten eten, maar als ze op elke hoek van de straat ongezonde snacks krijgen aangeboden, waar ze in de toekomst heel ziek van kunnen worden, dan is dat hetzelfde als met het roken: dweilen met de kraan open. We ­moeten vaker naar Den Haag gaan om te lobbyen voor een gezondere omgeving voor onze patiënten."

Eigenaar van het probleem
Bart Meijman, huisarts in Osdorp en mede-initiatiefnemer van de beweging Optimale zorg - Dappere dokters, prijst artsen die de barricaden opgaan, maar hij waarschuwt ze ook: pas op dat je geen eigenaar wordt van het probleem dat je aankaart. Dat de politiek straks zegt: bedankt voor de tip, en los het nu maar op. Laat je als ­curatieve arts niet de leefstijlpreventiezorg inzuigen.

"Daar zijn wij niet voor. Want ondertussen zijn er nog heel veel zieke mensen, die lang niet allemaal optimaal worden behandeld. Ik kom op plekken en dan denk ik: het gaat erg magertjes hier. Het kan toch niet zo zijn dat zieke mensen moeten wachten, omdat de dokter te druk is met preventie? Dat de zieke patiënt een hindermacht wordt: 'Ik ben net zo lekker bezig met mijn preventieprogramma's en dan komt u met uw ziekte'."

Meijman ziet een duidelijke stroming binnen de beroepsgroep die zegt: we moeten meer aan leefstijl doen. Maar die preventie kun je beter overlaten aan anderen. De overheid kan met maatregelen veel veranderen aan rookgedrag, ongezonde voeding, beweegarmoede en publieksvoorlichting, benadrukt hij. "Dokters moeten dokters blijven en dus ook dokteren. Er is een beperkt aantal mensen die verantwoord kunnen dokteren. Daar moet je zuinig op zijn."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden