Plus

DNB: geen nieuwbouw, gewoon een renovatie

Het door velen gehate hoofdkantoor van De Nederlandsche Bank op het Frederiksplein wordt gerenoveerd. Het gebouw van architect Marius Duintjer staat daarmee steviger op zijn plek dan ooit.

De Nederlandsche Bank vanaf de Stadhouderskade in 1984. Beeld Beeldarchief DNB

Er is bijna geen gebouw in Amsterdam dat meer is beschimpt en verguisd dan het door Marius Duintjer ontworpen hoofdkantoor van De Nederlandsche Bank (DNB) op het Frederiksplein.

De eerste demonstratie van Amsterdammers tegen de bank was twee jaar na de opening in 1968. Velen wilden dat het pand weer werd afgebroken. In plaats daarvan wordt het nu grondig gerenoveerd.

"Het gebouw zal weer toegankelijker worden voor publiek," zegt Gert Eijkelboom, architectuur-historicus en ict-architect bij DNB, die een boek schreef over de geschiedenis van de huisvesting van de bank. Mogelijk verdwijnende ijzeren hekken, het goud van de bank verhuist naar een locatie in Zeist.

Honderd jaar discussie
De ronde toren op het binnenterrein gaat waarschijnlijk ook weg. En het icoon van het pand, de sculptuurachtige en elegant glooiende wenteltrap, krijgt juist weer een prominente rol toebedeeld. Volgens Eijkelboom wordt de bank zo stijlvol gerenoveerd.

De bebouwing van het Frederiksplein zorgt al bijna honderd jaar voor discussie. Nadat in 1929 het Paleis voor Volksvlijt was afgebrand, rees de vraag wat er op de open plek moest komen te staan.

In de jaren dertig deed Duintjer al mee aan een prijsvraag voor een nieuw stadhuis op het Frederiksplein, al maakte hij eerst een klassiek ontwerp met bakstenen naar voorbeeld van Duitse Hanzesteden. Daarna volgden moderne ontwerpen.

De prijsvraag werd pas na de oorlog toegekend, aan concurrent Johannes Berghoef, maar het stadhuis kwam er niet. Ook plannen voor de bouw van een operahuis liepen stuk.

Modernisme
Duintjer kreeg in 1959 de opdracht voor het ontwerp voor de bank op het Frederiksplein. Hij kreeg het werk, omdat hij eerder de prijsvraag had gewonnen voor nieuwbouwplannen van De Nederlandsche Bank op het terrein van het Binnengasthuis, achter het oude hoofdkantoor van de bank op de Oude Turfmarkt.

Het was toen de bedoeling het Binnengasthuisterrein af te breken. Al die plannen gingen niet door, omdat burgemeester Gijs van Hall daar liever de Gemeentelijke Universiteit zag.

Toen DNB vervolgens voor het Frederiksplein koos, was Duintjer in de ban van modernisme en functionaliteit. Hij had in 1933 stage gelopen bij de stedenbouwkundige Charles-Eduard le Corbusier, inspirator van de Bijlmer.

Het kenmerk van Le Corbusier, hoogbouw, viel niet in goede aarde in Amsterdam, waar stedenbouwkundigen vasthielden aan laagbouw.

"Voor de bank maakte Duintjer een plan met 66 meter hoogbouw," aldus Eijkelboom, "dat enorme tegenstand ontmoette." Ook de latere bankpresident Nout Wellink zette destijds zijn handtekening onder de petitie.

Auteursrecht
Helemaal nieuw was het ontwerp niet. In 1952 was in New York het Lever House van de Lever Brothers Company verrezen, dat als twee druppels water lijkt op het DNB-gebouw op het Frederiksplein. Ook zijn er overeenkomsten met het SAS-gebouw in Kopenhagen.

Het gebouw van De Nederlandsche Bank lijkt op het in 1952 voltooide hoofdkantoor van de Lever Brother Company in New York. Beeld Ezra Stoller

In Amsterdam bleef het pand omstreden. Het meest verwonderd is Eijkelboom over het gesol met de hoofdingang. Een fatsoenlijke entree was er niet. Mensen moesten ernaar zoeken en kwamen binnen aan de westzijde, via de binnenplaats.

Eijkelboom: "Er is rond de Eurotop in 1997 enorm gesleuteld om de ingang toch nog iets te laten lijken." Ook was er altijd discussie over de vloer bij de ingang, die erg glad was. Bij zijn afscheidsreceptie gleed oud-bankpresident Jelle Zijlstra uit en brak zijn pols.

De laatste die meende dat het gebouw er voor de eeuwigheid stond, was Duintjer. Hij zei dat het pand na zestig jaar te klein zou zijn en moest worden vervangen. Ook zag hij af van het 'droit moral', het auteursrecht, waardoor het pand vogelvrij was.

Het gevolg was dat Duintjers vrouw geen poot had om op te staan, toen de bank begin jaren tachtig de cilindertoren, in de volksmond 'sigarettenkoker', toevoegde.

Wim T. Schippers bepleitte lang de herbouw van het Paleis voor Volksvlijt, nu het pand van Duintjer wordt opgeknapt, zit dat er niet meer in.

Gert Eijkelboom schreef het boek 200 jaar huisvesting van DNB. De tentoonstelling 50 jaar Duintjer aan het Frederiksplein is tot 6 juli te zien in de Kunstruimte van De Nederlandsche Bank.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden