Plus

Dna-specialist over 40 jaar misdrijven oplossen

Na veertig jaar misdrijven oplossen gaat Ate Kloosterman, dé dna-specialist van het NFI, met pensioen. 'We slepen hier collega's door de gangen om te onderzoeken waar het dna terechtkomt.'

Ate Kloosterman: 'De kracht van dna-onderzoek zit in die databanken.'Beeld Harmen de Jong

Als forensisch onderzoeker Ate Kloosterman (66) over zijn vak praat, gaat het over 'het 'volume en 'de kwaliteit' van de sporen en over 'de bewijskracht.' De vaak tragische verhalen achter het celmateriaal dat hij onderzoekt kent hij soms, maar niet altijd.

Het maakt voor de puzzel ook niet uit. "In de grote zaken weet je natuurlijk wel wat je onderzoekt en je kent het belang daarvan. De ene match is de andere niet, maar de science is altijd hetzelfde."

Na veertig jaar misdrijven oplossen gaat Ate Kloosterman, die bekendstaat als 'de nestor van het forensisch onderzoek,' met pensioen.

Als hoogleraar Forensic Biology aan de Universiteit van Amsterdam leidt hij de nieuwe generatie forensische wetenschappers op en decennialang was hij dé dna-specialist van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI).

Hij was betrokken bij grote onderzoeken als de Puttense moordzaak en de moord op Nicky Verstappen en was medeverantwoordelijk voor de identificatie van de slachtoffers van MH17.

Als onderzoeker van bloedgroepen begon Kloosterman veertig jaar geleden bij het NFI, toen nog op 'een buitengewoon onvriendelijk industrieterrein.' Bloedgroepenonderzoek was niet erg nauwkeurig: zo'n veertig procent van de bevolking heeft bloedgroep 0.

"Als we dan een spoor hadden met bloedgroep AB, dan stonden we te juichen, want slechts drie procent van de bevolking heeft dat. Bloedgroepenonderzoek werd als bewijs gebruikt. Dat is nu niet meer voorstelbaar natuurlijk."

Baby'tje René
De eerste strafzaak waarin het veel nauwkeuriger dna-profiel werd gebruikt, leidde tot de vrijspraak van een man die ten onrechte was veroordeeld voor een reeks verkrachtingen rond het World Trade Center in Amsterdam.

Strafpleiter Cees Korvinus vroeg het dna-onderzoek met succes aan. Korvinus is donderdag de dagvoorzitter van een symposium dat ter gelegenheid van Kloostermans pensioen wordt gehouden.

Dna-onderzoek duurde aanvankelijk lang, vertelt Kloosterman. "We waren met een team van vijf personen en deden alles zelf. Nu hebben we 130 medewerkers in dienst en heeft iedereen zijn specialisme. We slepen hier ook weleens collega's door de gangen, om een scenario in een strafzaak te toetsen. Dan onderzoeken we waar het dna terechtkomt."

"In 1988 kreeg ik de zaak van baby'tje René. Het werd een zaak waarin dna doorslaggevend zou zijn. Uit het ziekenhuis van Dordrecht was baby'tje René gestolen. De baby was twee weken spoorloos, tot een arts argwaan kreeg toen een patiënte zich meldde met een kindje terwijl ze nooit zwanger was geweest."

"Wij moesten onderzoeken of dat baby René was. Dat duurde toen nog twee weken, die ongekend spannend waren voor de ouders. Toen kregen we het resultaat terug: links en rechts zag je de profielen van de biologische ouders en precies in het midden zat het dna-profiel van het baby'tje."

Databanken
Kloosterman was betrokken bij vrijwel alle grote moordzaken waarin dna een rol speelde. Soms leek een zaak onopgelost te blijven, zoals de Puttense moordzaak. Pas nadat de moordenaar Ron P. 14 jaar later gedwongen zijn dna moest afstaan, kon de zaak definitief worden gesloten.

Kloosterman: "Ik weet nog dat een medewerkster van de databank op mij af liep. Ze wist dat ik de onderzoeker in die zaak was. 'We hebben een match', zei ze. Ze wist natuurlijk ook het belang van die zaak wel. Het was ongelofelijk."

"De kracht zit in die databanken," zegt Kloosterman. Met zo'n databank kunnen dna-profielen worden vergeleken met sporen die op plaatsen delict zijn gevonden. Inmiddels vergelijkt het NFI elke nacht automatisch de databank met die van andere instanties in Europa, om te zien of er een match is met nieuwe sporen.

130

Kloosterman begon met 5 medewerkers, nu werken er 130 mensen bij het NFI. Nog te weinig om aan alle verzoeken te voldoen.

Kloosterman: "Gelukkig zie je ook de versoepeling van de wet op dat gebied." Een wetswijziging leidde er toe dat sinds enkele jaren dna-verwantschapsonderzoek mag worden ingezet. Het leidde tot de oplossing van een aantal geruchtmakende moordzaken.

Met de methode verzamelt de politie op grote schaal dna van een bepaalde groep personen, om vervolgens te onderzoeken of het dna van de dader overeenkomsten vertoont met dna van de mensen die vrijwillig hebben gedoneerd. Zo kan het NFI vaststellen of de dader een familielid is van iemand die aan het onderzoek heeft meegedaan.

Zo is de moordenaar van Marianne Vaatstra opgespoord, net als de verdachte in de moord van de Zaanse Milica van Doorn. Verwantschapsonderzoek moet ook voor een doorbraak zorgen in de zaak van Nicky Verstappen, die in 1998 op de Brunssumerheide werd misbruikt en vermoord.

Kloosterman: "Ik hoop zo dat het lukt. Het is één van de laatste van grote, onopgeloste kindermoorden uit mijn carrière."

Forensische sporen zijn steeds belangrijker om complexe misdrijven op te lossen, zegt Kloosterman. Ook doordat verdachten tijdens verhoren steeds vaker zwijgen. "Je moet die sporen eerst wel in handen krijgen. De vluchtauto's bij liquidaties worden niet voor niets in brand gestoken. Eigenlijk zou je de brandweer direct na een liquidatie al de straat op moeten sturen, zodat ze zo snel mogelijk kunnen blussen."

Hoe belangrijk forensisch onderzoek ook is, bij het NFI is een capaciteitstekort, dat tot grote vertragingen leidt in rechercheonderzoeken. Sporenonderzoek duurt soms maanden, vanwege een lange wachtlijst.

Kloosterman: "Dat capaciteitstekort is er en dat is een geldkwestie. Een dna-test kost tussen de 50 en 100 euro. Terwijl het uitsluitsel kan geven over verdachten. Het is een politieke discussie, waar ik niet veel over heb te zeggen, maar dat lijkt mij niet iets om op te bezuinigen."

MH17
Natuurlijk, het vinden van de dader van een moordzaak 'blijft spannend,' zegt Kloosterman, maar de ramp met MH17 maakte misschien wel meer indruk. Kloosterman slaagde er met zijn team in om vrijwel alle slachtoffers van de ramp te identificeren, op twee na.

"Dat onderzoek was voor het NFI uniek, zowel qua volume van de sporen als de snelheid waarmee alles werd onderzocht. De betrokkenheid van de medewerkers was groot: iedereen wilde meehelpen."

"De emotionele belasting was groot, omdat de verhalen achter de sporen bekend waren. Het lukte bijvoorbeeld niet om een kind direct te identificeren met referentiemonsters van familie. Dan kregen we speelgoed of een pyjamaatje om de sporen te vergelijken. Dat maakt diepe indruk."

Wat hij na zijn pensionering gaat doen, weet Kloosterman nog niet. Hij blijft betrokken bij dna-onderzoek, daar twijfelt hij niet aan. Mogelijk in internationaal verband: de verantwoordelijkheid om anonieme slachtoffers een gezicht te geven, voelt Kloosterman ook voor de duizenden vluchtelingen die verdrinken in de Middellandse Zee, tijdens de oversteek naar Europa.

"Al die slachtoffers blijven nu anoniem. Ik vind dat Europese forensisch instituten een morele plicht hebben meer te doen om die mensen te identificeren. Nu blijft een kind in Afrika in onzekerheid over het lot van zijn ouders, als die tijdens de oversteek naar Europa zijn overleden. Terwijl er voor zekerheid niet meer nodig is dan een beetje wangslijmvlies."

Cv

Ate Kloosterman (1951)

- Studeerde biochemie aan de Universiteit Utrecht (1969-1976)
- Werkzaam bij afdeling cel­biologie van het Centraal ­Laboratorium van de Bloedtransfusiedienst (CLB) (1976-1979)
- DNA-deskundige bij het ­Nederlands Forensisch ­Instituut (1979-heden)
- Promotie aan de Universiteit van Santiago de Compostela met doctoraal onderzoek naar forensisch dna-onderzoek in Nederland (2002)
- Docent Forensic Science aan de Universiteit van ­Amsterdam (2005)
- Bijzonder hoogleraar Forensische Biologie aan de Universiteit van Amsterdam (2008)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden