Plus

Dit zijn de rituelen van Ajacied Dusan Tadic

Dusan Tadic (29) bereidt zich volgens een vast stramien voor op een wedstrijd. De Servische linkspoot geeft een inkijkje in zijn gewoontes. 'Ik ben niet bijgelovig, maar dit armbandje draag ik altijd.'

Na de training voor het duel tegen Benfica doet Dusan Tadic nog wat schijnbewegingenBeeld ANP Pro Shots

Dusan Tadic: "Ik werk gedurende de week veel voor mezelf, in de gym. Het is extra training naast de reguliere met de ploeg. Mijn Servische fysiotherapeut, Andreja Milutinovic, stuurt mij een programma van 30 minuten, dat ik voor en na de training moet afwerken. Het is vooral preventie, de kans op blessures verkleinen. Alleen de dag voor een wedstrijd doe ik het rustiger aan."

"Op zo'n dag eet ik veel koolhydraten. Voor de lunch pasta en rijst, bij het diner vis, salade, groente, soms soep. 's Avonds neem ik een kop thee, koffie drink ik alleen overdag. En tussendoor veel water: vijf, zes liter per dag. Soms met een bruistablet. Mineralen, goed voor de spieren. Heb je minder snel last van kramp."

"Ik ben een makkelijke slaper, minimaal acht uur. Ik ontbijt met een bak yoghurt met granola, een mengsel van granen, zaden en gedroogd fruit. En twee gekookte ­eieren voor de proteïne."

"Als we een late avondwedstrijd hebben, zoals in de Champions League, duurt de dag lang. Zeker voor een uitwedstrijd, als we in een hotel zitten. Elke speler heeft op zo'n dag zijn eigen voorbereiding. Hoe ouder je wordt, hoe beter je je lichaam leert kennen."

"Sommige jongens willen wat doen: stretch­oefeningen in de gym, een rondootje, een lichte inspanning. Ik niet. Ik houd ervan om een wandeling te maken en een kop koffie te drinken in de stad. Klaas-Jan Huntelaar en Kostas Lamprou gaan dan mee. Het is beter dan de ­hele dag in het hotel hangen."

"Goed eten en goed rusten zijn belangrijk voor een voetballer. Op de wedstrijddag lig ik 's middags nog even op bed, een klein uurtje. Soms dommel ik weg, soms niet. Het is in elk geval geen diepe slaap."

Banaan met honing
"Sommige spelers willen een paar uur voor de aftrap een sportmaaltijd nuttigen, ik doe dat liever rond lunchtijd. Een groot bord pasta, met kip of vis. Tegen de avond eet ik iets licht verteerbaars: een broodje, wat kaas. En een banaan met honing als sluitstuk. Altijd."

"Ik ben niet bijgelovig. Toen ik jonger was wel. Ik heb mijn vaste rituelen, maar ik raak niet in de war als dingen anders gaan dan verwacht. Als je daar te veel mee bezig bent, word je gek in je hoofd."

"Tijdens de week leg je de basis voor een prestatie. Als je dat verzuimt, zal niets je helpen in het veld. Fysieke, mentale en tactische ­voorbereiding is belangrijker dan ­dezelfde ­onderbroek dragen, omdat die geluk brengt."

"Eenmaal in het stadion ga ik direct naar de kleedkamer. Ik ga niet het veld op. Ik speel altijd op voetbalschoenen met pinnen en niet op rubbers, dus ik hoef het gras niet te checken. Dat veld hebben we de avond daarvoor tijdens de training al gevoeld."

"Ik vraag de materiaal­mannen mijn noppen te controleren en nog één keer goed aan te draaien. Daarna kleed ik me om. Ik laat me nooit masseren."

Stretchen
"Ik doe aan beide voeten een pleister om de teen naast mijn grote teen. De tenen drukken tegen elkaar aan en zonder pleisters gaat dat schrijnen. Ik draag behalve scheenbeschermers ook enkelbeschermers."

"Als ik het seintje krijg dat het nog tien minuten duurt voordat we naar buiten gaan, drink ik wat extra water. Ik praat tussendoor met mijn medespelers. Vooral met spelers die in mijn buurt staan op het veld."

"De coach geeft ons een plan, met taken en aandachts­punten voor het hele team, maar ik wil dat alles duidelijk is als we het veld op gaan: wat we doen in welke situatie, waar de ruimtes liggen, waar ze mij kunnen vinden en ik hen."

Dusan Tadic in actie tegen Benfica in de Champions LeagueBeeld ANP

"In de catacomben doe ik stretchoefeningen, even de spieren een signaal geven dat er gewerkt gaat worden. Ik hou van een stevige warming-up. Ik moet mezelf pushen, echt moe worden. Anders begin ik slordig aan de wedstrijd."

"Als iedereen na de warming-up naar binnen gaat en het veld leeg is, blijf ik vaak in mijn eentje achter. Ik móet nog wat dribbelen, een paar schijnbewegingen eruit gooien en op doel schieten. Leuk dat de supporters me dan toezingen, maar dat is niet de reden dat ik het doe. Ik zoek gewoon dat lekkere gevoel in mijn benen."

Felle sprints
"Terug in de kleedkamer doe ik een stuk tape over mijn armbandje. We mogen geen sieraden dragen, maar wel als die zijn afgeplakt. Dat armbandje biedt mij bescherming."

"Ik ben in mijn tijd als speler van Southampton twee keer ­geblesseerd geraakt aan mijn hoofd. Ik liep in een interland tegen Wales een gebroken neus op en een paar maanden later struikelde ik tegen Burnley langs de zijlijn voorover een soort greppel in. Met mijn kin op het beton."

"Sindsdien draag ik dat bandje, op advies van mijn vrouw. Baat het niet, dan schaadt het niet."

"Daarna ga ik nog naar het toilet en peppen we elkaar op in de kleed­kamer. Buiten trek ik een paar felle sprints: links, links, rechts, rechts."

"En dan kunnen we beginnen."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden