Fotoserie

Dit zijn de bewoners van de Vluchtgarage

Gisteren hadden ze eruit moeten zijn, maar vanmorgen zaten ze er nog, de uitgeprocedeerde asielzoekers (allen man) van de Vluchtgarage, een parkeergebouw in de Bijlmer. Het wachten is nu, na maanden actievoeren en procederen, op ontruiming. Dit zijn 62 van de circa 100 bewoners. Fotograaf Elmer van der Marel portretteerde hen in samenwerking met Amnesty International.

In Het Parool van 1 april 2015 stond het verhaal van Ross Yankey, een 21-jarige vluchteling uit Ghana.

Ross Yankey uit Ghana begint onbedaarlijk te lachen als hij vertelt over zijn reis naar Nederland over zee. Af en toe giert hij het uit met zijn hand voor zijn mond en stampt hij met zijn voet, alsof hij moppen aan het tappen is. 'Met twee vrienden ben ik in de haven stiekem tussen de scheepsschroef door geklommen om met een internationaal schip mee te reizen naar Europa. Hoe groot het schip was? Ooooh, het was echt een groot, groot, groot schip,' zegt hij lachend, terwijl hij zijn armen uitstrekt om zijn woorden kracht bij te zetten.

Yankey was destijds nog een knaap van zestien, zijn vrienden waren dertien en veertien. En dat was maar goed ook, zegt hij. 'We waren klein.' En daarmee bedoelt hij: zo wisten ze zich met hun ranke lijven tussen de wieken van de propeller te manoeuvreren. 'Dat ging maar net. Voordat we dit deden hebben we drie dagen gepost om te kijken wanneer de bewakers langsliepen. Met de kerstdagen was het stil, dus zagen we onze kans schoon om na zonsondergang naar het stilstaande schip varen. Dat deden we met een kano, die werd gebruikt om in de haven fruit aan schepen te verkopen.'

Machineruimte
De drie kwamen met natte kleren terecht in een machineruimte van ongeveer twee bij twee. Bovenin zat een afgesloten luchtrooster, dus zaten de jongens in de ruimte gevangen zolang het schip voer en de scheepsschroef draaide. 'We konden daar niet alle drie tegelijkertijd liggen omdat het schuin afliep. Dat deden we om beurten. We hadden wel eten bij ons - biscuitjes en gari (gemalen cassave, een Ghanees product waar je met koud water een soort pap van kunt maken, red.). Verder paracetamol, een stokje waar je je tanden mee kon poetsen en elk tien literflessen water.'

De volgende ochtend om negen uur begon de boot koers te zetten naar Europa. Het geluid in de machineruimte was oorverdovend. 'In het begin waren we blij dat ons plannetje gelukt was, en nee, we waren niet bang, al was wat we deden heel erg gevaarlijk. Als iemand van ons tussen de propellerbladen zou komen, zou diegene het niet na kunnen vertellen. We waren ook niet bang ontdekt te worden, want waar wij zaten, kwam nooit iemand en anderen konden ons toch niet horen.'

Paar uur kloppen
De jongens hielden dit zes dagen vol - pratend en zingend om de moed erin te houden. Ze voeren zonder morren het nieuwe jaar in, een nieuw leven tegemoet, maar daar kwam al gauw verandering in. Yankey: 'Ik voelde me na zes dagen niet meer goed, dus besloten we met onze schoenen tegen de stalen wand aan de slaan om aandacht te trekken van het scheepspersoneel.' Dat werkte. De jongens werden na een paar uur kloppen ontdekt doordat het geluid doordreunde naar boven.

'Omdat ik de oudste was, ging ik er als eerste uit. Ik werd opgewacht door mannen met grote messen en vuurwapens die op mij werden gericht.' Yankey was vies en verkleumd. 'Toen ze zagen dat ik nog maar een jongen was, sloegen ze een handdoek om mij heen, maakten ze een foto van mij, mocht ik douchen en kreeg ik te eten.' Zijn vrienden kwamen pas later uit de machineruimte. 'Ze waren bang dat ik was vermoord.'

De jongens vonden het scheepspersoneel meteen aardig. Omdat in Ghana Engels de officiële landstaal is, konden zij gemakkelijk met elkaar praten. 'Ze hadden verschillende nationaliteiten; er waren Filipijnse medewerkers, maar de kapitein was Russisch,' vertelt Yankey. Aangekomen op de eerste bestemming op Europees grondgebied - Las Palmas - wilde het scheepspersoneel de jongens overdragen aan mensen van de immigratiedienst. 'Ze kwamen aan boord, spraken over ons en gingen weer weg.' Het schip voer weer verder. 'De kapitein bevroeg ons: waarom kwamen jullie op ons schip? We gaven geen antwoord. Hij belde met de Ghanese ambassade. Vanaf toen mochten we niet meer aan dek.'

In elkaar geslagen
De drie vrienden waren bang dat het schip hen zou terugbrengen naar Ghana. 'We gingen in hongerstaking. Toen het schip aanmeerde in Rotterdam om de watervoorraad aan te vullen, hebben ze ons eraf gehaald. De immigratiedienst zette ons in een cel.' De jongens kwamen vermagerd terecht in een AZC bij Maastricht. Omdat ze ama's waren - alleenstaande minderjarige asielzoekers - mochten ze tot hun achttiende in Nederland blijven, ook al werd hun asielprocedure afgewezen.

'Mijn vrienden zijn naar Frankrijk en Duitsland gegaan. Met mijn vriend in Frankrijk heb ik contact. Hij heeft, anders dan ik, wel een verblijfsstatus.' Yankey kreeg van de immigratiedienst te horen dat hij nog familie heeft in Ghana en best terug kon naar zijn land. Hij is het daar absoluut niet mee eens. 'Ik spreek mijn familie niet meer sinds ik vijf jaar geleden ben weggegaan.' Hij knikt op de vraag of ze boos op hem zijn.

Over de reden voor zijn vertrek uit Ghana zegt hij: 'De politie is daar fucked up. Ik ben een keer of zes door de Ghanese politie in elkaar geslagen. Als je goed naar mijn kaak kijkt, zie je dat deze asymmetrisch is. Waarom de politie dat deed? We deden dingen.'

Ongemakkelijk schuift hij in zijn stoel. 'We hebben op school geld gestolen, ik ging wiet verkopen en het heel vaak roken. Mijn vriend was pas echt een probleemgeval; hij stal veel van mensen, zo had hij een keer een motor gestolen. We waren inderdaad bad boys.'

Pleeggezin
Tot zijn achttiende woonde hij bij een Surinaams pleeggezin in Assendelft. 'Ze waren ontzettend aardig, ik was toen gelukkig en zat op Nederlandse les.' Toen het recht op een pleeggezin verviel, kwam hij in een opvanghuis in Tilburg. 'Toen ik met Nederlandse vrienden op vakantie wilde, kwam uit dat ik geen papieren had en belandde ik in een uitzetcentrum.' Medewerkers van de Internationale Organisatie voor Migratie bereidden zijn terugkeer voor.

'Als ik zou teruggaan naar Ghana, kreeg ik geld. Dat zou ik pas ontvangen op Schiphol, maar dat vertrouwde ik niet. Ze hadden mij een vals uitreisdocument gegeven, zeiden andere Afrikanen die het document zagen.' Zo gauw dat kon, maakte Yankey dat hij weg kwam. Het vliegtuig naar Ghana vertrok zonder hem. 'Ik kon terecht bij een vriend in Haarlem die ik in het AZC had leren kennen.' Hij woonde er tot zijn twintigste. Vorig jaar moest hij daar het huis uit en kwam hij terecht in een gekraakt garagekantoor in Zuidoost - de Vluchtgarage - bij de We Are Here-groep, die voornamelijk uit uitgeprocedeerde asielzoekers bestaat. Het tochtige pand, met gebrekkige stroomvoorziening, deelt hij met ongeveer honderd anderen. Het is er extreem smerig en de situatie is uitzichtloos. Yankey slaapt met acht anderen in een kamer op de tweede etage; rond zijn bed hangen dekbedden en gordijnen voor nog een beetje privacy. Hij haalt zijn schouders op, wederom lachend. 'Ik vind het prima hier.'

Zijn hachelijke reis over zee en zijn positie als ongedocumenteerde in Nederland hebben hem veranderd, zegt hij. 'Sindsdien heb ik nooit meer verkeerde dingen gedaan. Dat kan ook niet; als ik word betrapt op zoiets kleins als zwartrijden, moet ik terug.'

Hij denkt dat de relatie met zijn familie ooit nog wel goed zal komen. 'Ik heb hun nummer niet, ik zoek pas contact als hier alles goed met mij gaat.'

Beeld Rink Hof
Beeld Rink Hof
Beeld Rink Hof
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden