Plus

Dit zijn de 4 ongelijkheden in Amsterdam

De opwaardering van buurten is goed nieuws voor Amsterdammers met geld. Maar de lagere inkomens vertrekken, blijkt uit promotieonderzoek.

De Baarsjes in 1913 (Baarsjesweg) Beeld Spaarnestad

Al jaren bestudeert stadsgeograaf Cody Hochstenbach impopulaire Amsterdamse wijken die zich transformeren tot bolwerken van levendigheid en horeca. In die tijd werd deze opwaardering van stadsbuurten - in vaktermen: gen­trificatie - uit tot onderwerp van politiek debat.

Natuurlijk is het leuk dat de Javastraat nu een hotspot is en De Baarsjes een populaire woonwijk, en dat de Spaarndammer­straat meer dan tien restaurants telt, maar gaan achter deze verhipping geen stijgende huizenprijzen en een toenemende onbetaalbaarheid schuil?

Hochstenbach verzamelde over de jaren alle denkbare cijfers over deze wijken voor zijn promotieonderzoek: inkomens, werkloosheid, sociale huur, gemiddelde leeftijd, afkomst.

Zijn belangrijkste conclusie in het proefschrift dat hij woensdag verdedigde, is dat de ongelijkheid in deze buurten snel toeneemt. De armere Amsterdammer maakt plaats voor de gegoede middenklasse - en dit gebeurt dus in erg veel wijken.

"Gentrificatie verandert uiteindelijk de sociale samenstelling van de gehele stad."

Slecht nieuws voor armere inwoners
De transformatie van buurten gaat hier veel sneller dan in bijvoorbeeld Berlijn, zegt Hochstenbach. Op zich kan de stad daar trots op zijn, want veel wijken zijn leuker geworden. Niet alleen doordat daar veel koffietentjes of leuke restaurants zijn neergestreken, maar ook doordat bijvoorbeeld overlast van hangjongeren is afgenomen.

"Maar dit soort sociale problemen is niet opgelost, maar heeft zich verplaatst. Arme mensen zijn niet ineens rijk geworden, maar zijn uit deze wijken vertrokken. Deze transformatie is positief voor de mensen die het al goed hebben, maar slecht voor de Amsterdammers die het toch al moeilijk hebben."

James Cookstraat in 2017: een wereld van verschil met 1913 Beeld Floris Lok

In eerste instantie zorgt opwaardering voor meer sociale menging in de buurt. Wijken die uit overwegend sociale huurwoningen bestaan, krijgen mensen binnen die beter verdienen. Dan ontstaat een mix.

Uiteindelijk slaat deze menging door in het voordeel van de welgestelden, de nieuwe dominante groep. "Dan komt er dus weer ontmenging; dit kantelpunt is in veel wijken allang bereikt."

De gemengde stad staat onder druk en dat is reden tot zorg, zegt de promovendus. "Diversiteit is één van de redenen waarvoor veel mensen naar Amsterdam komen. Het is belangrijk voor de dynamiek dat jonge mensen, aan het begin van hun carrière, hun plek vinden. Dat lukt steeds minder goed."

Hochstenbach neemt grofweg vier ongelijk­heden waar in Amsterdam:

1. Rijk versus arm

De beter verdienende Amsterdammers willen vlak bij of in het centrum wonen, maar omdat huizen daar ook voor hen onbetaalbaar zijn, wijken ze uit naar de buurten daar net omheen: De Baarsjes, Indische Buurt, De Pijp. Kroegen en restaurants volgen, omdat deze mensen meer te besteden hebben.

De buurt wordt populair, de betaalbaarheid komt onder druk te staan. De oorspronkelijke buurtbewoners vertrekken.

In populaire wijken neemt het aantal sociale huurwoningen snel af. Lage inkomens krijgen geen voet meer aan de grond.

2. Jong versus oud

De veranderingen in de wijken spelen 45-plussers in de kaart; zij hebben meer vermogen, onder meer doordat ze veelal kunnen profiteren van de gestegen huizenprijzen. Ze houden zich dus beter staande op de oververhitte woningmarkt.

Jongeren daarentegen hebben veel meer moeite een betaalbare woning te vinden. Ze hebben nog weinig vermogen en vaak een flexibel arbeidscontract, onvoldoende voor een hypotheek. Dus delen ze woningen, of blijven ze langer bij hun ouders wonen.

3. Jong versus jong met rijke ouders

Hochstenbach heeft voor zijn proefschrift onderzoek gedaan naar de woonsituatie van jongeren die net het huis uit zijn gegaan, gerelateerd aan het vermogen van hun ouders. Wat blijkt? In de opgewaardeerde wijken wonen wel jongeren, dankzij hun ouders.

"Pa en ma helpen hun kinderen aan een plek in de stad. Ze dragen hun vermogen over, of helpen hen aan de goede contacten. Zo gaat het verschil tussen kansrijk of kansarm over van de ene generatie op de andere." Hochstenbach spreekt van een klassenplafond.

4. Binnen de Ring versus buiten de Ring

Het verschil tussen enerzijds het overwegend rijke Zuid en Centrum en anderzijds het armere Nieuw-West en Zuidoost bestaat al jaren. Maar die verschillen nemen wel toe, waarbij ook andere delen binnen de Ring zich transformeren tot biotopen van de rijkere Amsterdammers. De Baarsjes, De Pijp en Oost gaan meer op Zuid lijken.

'De suburbanisatie van de armoede' noemt Hochstenbach het in zijn proefschrift. Arme Amsterdammers wijken uit naar de buitengebieden, hun plek wordt ingenomen door mensen die het beter hebben.

Het aantal lage inkomens steeg sinds 2004 meer dan 4 procentpunt in gebieden buiten de Ring, waar in de wijken in opkomst sprake is van een
daling. Toename van werklozen is terug te zien in delen van Nieuw-West, Zuidoost en Noord en in gemeenten buiten de stad: Almere, Purmerend en delen van Zaanstad. Binnen de Ring is sprake van een daling, vooral in de wijken rondom het centrum.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden