Column

Dit was het jaar dat we allemaal in onze blote kont stonden

Roos SchlikkerBeeld Linda Stulic

Het is ochtend en ik sjees kneitergestrest over de Ring met honderden andere blikken torren die voortdurend om en langs elkaar heen schuiven.

Ik ben te laat, handel hakketakkend telefoontjes af, mijn hoofd struikelt over belangwekkende gedachten als 'Haal ik mijn deadline?', 'Hoe zou 't met Diederik Samsom zijn?' en 'Volgens mij is de wasverzachter met lavendelgeur voor een ultiem rustgevende reukervaring op'.

Dan rolt plotsklaps totale ­paniek over me heen en kan ik alleen nog naar beneden kijken met één allesoverheersende vraag: 'Ik heb toch wel een jurk aan?'

Het is een angstgedachte die ik vaak heb en nooit ­begrijp. Hoewel ik, overmand door haast of dagdromerijen, geregeld van alles vergeet waar volwassenen aan horen te denken - sleutels, pinpasjes, kinderen - ben ik nooit naakt de auto in gestapt.

Eenmaal thuis stuur ik er een tweetje over en ontdek dat ik niet alleen sta. Blijkbaar zijn we met velen als de dood dat we onaangekleed zijn. Opmerkelijk.

Als je in het openbaar iets spannends moet doen, geven antinervositeitsgoeroes je de tip je publiek te fantaseren in hun ­onderbroek. Maar blijkbaar fantaseren we onszelf ook ­geregeld in onze onderbroek. Dat kan de bedoeling niet wezen.

Aan de andere kant: even de wereld als één grote blote parade beschouwen, geeft de nodige lucht. Wilders twittert bebloede handen van Merkel en ik zie hem zitten, midden op zijn safehousebed, in een kloeke witte heupslip mét gulp aan de voorkant.

De mannen van Denk veinzen in een filmpje dat het verraad van Syl hen niet heeft geraakt, maar ik verbeeld me hen in hun zijden ­Armani's, de armen teleurgesteld slingerend langs hun blote borstkas. De VVD introduceert de boze oom en ik stel me Halbe Zijlstra voor, piekerend hoe hij dit nu weer bij Pauw moet uitleggen, in een veel te ruime katoenen boxer met Homer uit The Simpsons, want het blijven grapjassen, die rechtse jongens.

Het is leuk tijdverdrijf, anderen naakt denken, tegelijkertijd weten we onszelf liever gekleed. Iets wat de laatste tijd slecht lukt. Want dit was het jaar dat we allemaal in onze blote kont stonden. De drama's holderbolderden over elkaar.

Van steden in Syrië die voor onze ogen tot puin verpulverden tot vliegvelden die door bommen zelf de lucht in vlogen tot mannen in vrachtauto's die niet remden maar gas gaven op het moment dat de lichtjes van de kerstmarkt hen gemoedelijk begroetten. Weer waren we in ons hemd gezet.

We schudden ons hoofd, snapten niet wat er gebeurde en wisten slechts een ding zeker: we staan bloot op het marktplein. Kwetsbaar, lachwekkend, naakt zonder beschermlaag.

Na Berlijn twitterde iemand slechts '2016' en een middelvinger. Een accurate samenvatting. Ons bloteriken rest niets anders dan onze middelvingers op te steken. Dus laten we ons vanavond allemaal kleden in onze mooiste jurken en overhemden.

Heel even bedekken we dat ­banale lijf, we poetsen onze schoenen, we dansen op ­muziek van jeugdhelden die als dominostenen zijn omgevallen, eindeloos rondjes draaiend tot het niet verder gaat. En we ons heel even onkwetsbaar wanen.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken, waaronder recentelijk nog Ajax, Mijn Club (2015). Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool. Lees hier al haar columns terug. Reageren? r.schlikker@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden