Column
Dit is waarom pepernoten al in september in de winkel liggen
De eerste keer dat ik haar zag, stond ze voor de Burger King op het Leidseplein.
Het was in de winter, want de schaatsbaan stond op de andere helft van het plein. De mosterd- en ketchupresten op haar kin verraadden dat ze zojuist iets ongezonds naar binnen had gewerkt.
Haar ogen waren vreugdevuren en haar lippen waren roder dan de vergiftigde appel van Sneeuwwitje. Ik stapte op haar af en sprak de waarheid: "Mijn leven kan pas compleet zijn als ik aan ons kan denken als ik sterf." Toen nam ze een lange slok uit haar frisdrankbeker en tien seconden later boerde ze haar voornaam.
De laatste keer dat ik haar zag, zat ze in een rolstoel op het terras van het Blauwe Theehuis. Haar moeder zat naast haar. De moeder keek boos naar me toen ik op haar dochter afliep; alsof ze haar stervende dochter met niemand anders wilde delen, maar ik kon niet anders.
"Dit is geen sterfbedtoerist, mama, dit is James," zei ze.
"Misschien wil James wel even met je door het park wandelen," zei de moeder.
Ik pakte de handvatten van de rolstoel vast en duwde de wielen over het grindpad. Ze woog haast niets meer. Ze was dunner dan de vleugels van de vlinders die ze ooit in mijn buik had losgelaten.
"Dat is best een potje schrikken, hè?" vraagt ze.
"Hoeveel weeg je?"
"Alleen mensen die blij zijn met het eigen gewicht wegen zichzelf, maar ik ben inderdaad best dun. Dit lichaam is een all-you-can-eatrestaurant geworden voor mijn extreem hongerige kanker."
"Sodeju, lieverd, je bent bijkans doorschijnend. Als ik met een zaklamp op je rug schijn, geven je borsten licht."
"Tja, met een beetje geluk haal ik oktober."
"Dus ik hoef niet te vragen wat je met oud en nieuw gaat doen?"
"Dat is zo fucking bizar, man. Ik ga nooit meer vuurwerk ruiken. Nooit meer oliebolkruimels zien die in een glas champagne drijven."
"Shit!"
"Wat, James?"
"Mensen zijn toch altijd zo aan het zeuren dat de pepernoten te vroeg in de winkel liggen?"
"Ja, zo van: waarom liggen de pepernoten al in september in de winkel? Voor wie doen ze dat?"
"Voor de mensen die december niet halen."
"SHIT!"
"Was ik voor jou liefde op het eerste gezicht?" vroeg ze.
"Ik was al eerder verliefd op je. Ik was al verliefd op je voordat ik je had gezien."
"Zo keek je ook echt naar me."
"Ik kon simpelweg niet anders. Ik kon alleen maar naar jou kijken alsof ik naar een zonsopgang keek."
"En weet je nog dat we gingen nachtzwemmen in het Amsterdamse Bos?"
"Ik weet alles nog."
"We waren zo leuk samen. En zo dom."
"Ben je bang voor de dood?"
"Ik weet het niet. Het leven is een poster die ik ooit heb opgehangen en ik ben nu aan het wachten tot het plakband niet meer plakt en ik van de muur val."
"Blijf nog even plakken, asjeblieft."
"Dan heb ik punaises nodig. Weet je nog wat je tegen me zei voor de Burger King?"
"Ja."
"Wat zei je dan, James?"
"Mijn leven kan pas compleet zijn als ik aan ons kan denken als ik sterf."
Reageren? james@parool.nl
De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (36) doet in zijn Parool-columns op maandag, woensdag en vrijdag pogingen iets van het leven te begrijpen.