Column

'Dit is al de tweede keer dat je bij een begrafenis niet naar binnen durft'

Theodor HolmanBeeld Wolff

Gisteren werd Bloem één. Ik kon niet naar haar verjaardag dus kreeg ik een foto toegestuurd.

Ben ik er nog als zij tien wordt? Maak ik haar zestiende verjaardag mee? En haar achttiende?

Er is op het ogenblik veel herfst in mijn leven; hier en daar is de duisternis te vroeg ingetreden.

Een gure wind blaast familie, vrienden en vriendinnen als herfstbladeren van de ­bomen. Niet klagen, maar dragen, wordt me af en toe als een drol onder de neus geschoven en misschien moet ik me niet zo aanstellen; en ik hul me maar weer in een ruim zittende, warme trui, gebreid van schuldgevoel.

Ik heb altijd vermoed dat ik sommige zaken nog wel goed kon maken, maar dat is dus niet gelukt.

Tijd is een monster dat uiteindelijk alles kaalvreet; je blijft ergens alleen achter.

Vanavond ging de telefoon. "Ha pap... hoe was... wat was het, een begrafenis of crematie?"

"Ik ben niet gegaan... Ik ben wel gegaan, maar... nou ja, ik ben niet naar binnen gegaan."

Het was even stil. "Dan had je wel naar Bloems verjaardag kunnen komen."

"Nee, dat vond ik ook on­gepast... Ik weet niet waarom...Was het een leuke verjaardag?"

"Durfde je niet naar binnen? Waar was het... Nieuwe Ooster toch?"

"Ik wil het er niet over hebben. Merkte Bloem een beetje dat ze jarig was?"

"Dit is nu de tweede keer, pap, dat je wel naar een begrafenis gaat maar niet naar binnen durft. Wat is dat toch?"

Ik gaf geen antwoord. Bloem kwam mij te hulp door te huilen zodat haar moeder haar aandacht moest geven. Ik hoorde: "Toe schatje, niet huilen, ik heb opa aan de telefoon."

Maar opa vond het heerlijk om een onschuldige huil te horen; kon opa nog maar zo huilen.

Toen Bloem weer rustig was, pakte mijn dochter haar telefoon weer op. "Wat ben je op het ogenblik aan het doen?" vroeg ze.

"Ik schrijf een brief waarom ik er niet was."

"Wat zet je daar dan in?"

"Ik lieg dat ik te laat was."

"Waarom lieg je toch zo veel?"

"Ik durf niemand teleur te stellen."

Het gesprek naderde een achterbuurt waar altijd rotzooi wordt getrapt, dus we ­namen afscheid en hingen op.

Eén jaar... Wat een pracht­foto... Bloem d'r armpjes werden door moeder omhooggehouden. De tekst daaronder luidde: 'Hoera!'

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden