Dispuutshuis vormt decor van speelfilm: 'Goor, maar gezellig'

Plakkerige vloeren, vuile vaat en overal lege wijnflessen: dispuutshuis H.E.B.E. is het decor van Michiel van Erps speelfilmdebuut Niemand in de stad. Fictie wordt er werkelijkheid, want ook de bewoners figureren.

Het mannenhuis vormt het decor van Michiel van Erps boekverfilming van Philip Huffs Niemand in de stad Beeld Friso Keuris

Huiskat Sientje heeft zojuist haar allereerste muis gevangen, ze wordt beloond met gejuich van de bewoners van dispuutshuis H.E.B.E.. Het mannenhuis op de Nieuwe Herengracht met uitzicht op de Hortus en dicht bij de Toko, de sociëteit in de Warmoesstraat, vormt het decor van Michiel van Erps boekverfilming van Philip Huffs Niemand in de stad, die eind deze maand het 38ste Nederlands Film Festival opent.

Het verhaal over een jongen die langzaam ten onder gaat aan het studentenleven, speelt zich af in een ander dispuutshuis van het Amsterdamsch Studenten Corps, het B.E.E.T.S-huis op de Keizersgracht, maar de opnamen waren in H.E.B.E.. Een aantal bewoners figureert in de film, en fictie en werkelijkheid lopen soms in elkaar over, wanneer studenten na een nacht stappen thuis een gescript feestje binnenwandelen.

Beeld Friso Keuris

De klos
Het is bijna middag en de keuken vult zich met de geur van tosti's en gebakken eieren. Vijf jongens en één vriendinnetje-van nuttigen hun lunch of ontbijt, koffie wordt gedronken uit wijnglazen. Het brood is bijna op, straks zal nieuw gehaald moeten worden door 'Herman Brood', de eerstejaars die op elk moment van de dag verantwoordelijk is voor het brood.

Eerstejaarsbewoners zijn hier sowieso de klos voor alle vervelende taakjes, zoals de kattenbak verschonen (Captain Kattenbak), post sorteren (Peter Post), de koelkast opruimen (Tatum Overdatum) en de vuilniszakken buiten zetten (De Gangmakers). Het systeem schept volgens de studenten 'enige structuur in de chaos'.

Het grote voordeel: de overige drie jaar hoef je nooit meer iets te doen, behalve je eigen bord afwassen. Als je dat niet doet, belandt de vuile dis onvermijdelijk tussen de smoezelige lakens van je bed. De jaren in het huis zijn een prima leerschool, dat beamen alle bewoners: hier word je klaargestoomd voor het échte leven.

Op de gevel van het 17e-eeuwse pand staat in krullende letters: Honesto Et Bono Excellamus (H.E.B.E. - 'In het eerlijke en het goede blinken wij uit'). Ooit zat op deze plek, toen het centrum van de Joodse buurt, het Portugees-Israëlitisch Oudemannenhuis. In 1943 werden de tien bewoners gedeporteerd, na de Tweede Wereldoorlog bleef het pand leeg, tot het in 1948 werd gehuurd door het Amsterdamsch Studenten Corps.

Bullen aan het plafond
In het monumentale pand is sinds die tijd weinig meer aangepast of veranderd. Het Joodse verleden vermengt zich er moeiteloos met het studentenleven. Het dak van de achterkamer kan worden opengeschoven; vroeger was dit de plek om het Loofhuttenfeest te vieren, met een maaltijd onder een sterrenhemel. Aan het plafond zijn talloze bullen geprikt, van oud-studenten, als bewijs dat ze de ontgroening succesvol hebben doorlopen.

Dostojevski's Misdaad en straf ligt op het nachtkastje, vieze sokken slingeren op een bureau naast een lege fles wijn. In de Pilarenkamer, op de eerste verdieping zat de synagoge, zijn de houten pilaren overeind gebleven. "Soms wordt aangebeld door toeristen, meestal uit Amerika, die een tour maken door de voormalige Joodse buurt, ze vragen of ze binnen mogen kijken. We geven ze dan altijd een rondleiding," zegt student geneeskunde Job (23). "Geweldig vinden ze het, al slaan ze wel steil achterover van de rotzooi die ze hier aantreffen. Het is hier misschien goor, maar wél gezellig."

Beeld Friso Keuris
De begeerde Pilarenkamer Beeld Friso Keuris

Op de kruip-door-sluip-doortrappen en -overlopen, door de bewoners omgedoopt tot Het Bos of De Gazastrook, is het een ravage: stapels bierkratten, planken, kratten van Albert.nl met rondslingerende voedingswaren, een oude typemachine naast een pak wc-rollen. Een dweil staat werkeloos op een plakkerige vloer, ernaast een lege pan met een lepel erin.

De smalle binnenplaats ligt vol oude matrassen en lege flessen, en grenst aan de kelder met een biertap. Het stinkt daar naar verschaald bier, peuken en pis uit het urinoir. De loungebanken worden voor elk feestje allemaal weggehaald, net als de rest van het meubilair. Alleen de piano's, drie in totaal, blijven in de kelder staan, mocht iemand een deuntje willen spelen.

In het H.E.B.E.-huis worden nieuwe bewoners namelijk onder meer geselecteerd op hun muzikaliteit. Het reusachtige tv-beeldscherm, nog niet eens zo heel lang geleden aangeschaft met de gage die ze ontvingen voor de filmopnamen (rond de 1500 euro), is reeds stuk.

'fleurperiode'
Het studentenhuis telt zeventien kamers, voor iedere bewoner een. De bewoners schuiven elk jaar door naar een andere kamer, soms een betere. Al betekent 'beter' voor iedereen iets anders. Bedrijfskunde- en economiestudent Alex (23) is zielsgelukkig met zijn piepkleine zolderkamer, met een matras in de nok en een raam met uitzicht op de Portugese Synagoge (vandaar de naam van de kamer: Klein Jeruzalem). "Het is een oase van rust, ver weg van het lawaai in de kelder en de keuken."

Stukken beter ook dan de kamer van collega-economiestudent Tim (22), die in de 'Polokamer' woont, de voormalige portiersloge, aan de voorkant van het huis, naast de voordeur. "Tot in de jaren tachtig woonde hier de portier, die ook de ondankbare taak had de vieze schoenen van de studenten te poetsen."

Tijdens de 'fleurperiode' komen leden van de studentenvereniging 'fleuren' voor een kamer. Er wordt vervolgens een doorschuifprincipe gehanteerd; bij elk nieuw studiejaar wordt gewisseld van kamer. De bewoner die er het langste woont, mag een kamer uitkiezen.

Voor Job wordt dit het laatste jaar in het huis, hij woont in de felbegeerde Pilarenkamer, 80 vierkante meter groot, met twee piano's en een eigen biertap. De namen van alle oud-bewoners staan in de ruiten gegraveerd. In de hoek kijkt een beeld van Hebe, de Griekse godin van de eeuwige jeugd, goedkeurend toe.

Beeld Friso Keuris
Beeld Friso Keuris

Première
Niemand in de stad gaat 27 september in première in de Stadsschouwburg in Utrecht. De film is vanaf 4 oktober te zien in de bioscoop.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden