Discriminatie bij pensioen Joodse Engelandvaarders

Bij de procedures rond bijzonder pensioen voor het verzet zijn aan Joodse Engelandvaarders extra zware eisen gesteld.

Engeland-vaarder Philip Jacobs in 1945. Beeld -

Joodse Engelandvaarders werden in groten getale afgewezen bij hun aanvraag voor Buitengewoon Pensioen. Ze moesten eerst aantonen dat ze naar Engeland gingen om te strijden tegen Duitsland en niet waren gevlucht uit lijfsbehoud. Niet-Joodse medestrijders hoefden niets te bewijzen.

Er is sprake van discriminatie, zeggen de onderzoekers van Arq, Kenniscentrum Oorlog, Vervolging en Geweld, die in opdracht van de Stichting 1940-1945 de Wet Buitengewoon Pensioen (WBP) hebben onderzocht.

Gevlucht uit lijfsbehoud
Verzetsmensen hebben volgens deze wet recht op een buitengewoon pensioen als zij ten gevolge van hun verzetsdaden door fysieke of mentale problemen niet meer kunnen werken. Vanaf 1978 konden ook de Engelandvaarders dit aanvragen.

In de jaren tachtig en daarna werden veel aanvragen van Joodse Engelandvaarders afgewezen. Zij waren in de ogen van de Pensioen- en Uitkeringsraad gevlucht uit lijfsbehoud.

De raad volgde strikt de letter van de wet waarin staat dat zij puur naar Engeland moesten zijn gegaan om een bijdrage te leveren aan de oorlogsvoering.

Van de vijftig aanvragen van Joodse Engelandvaarders is ongeveer de helft afgewezen.

De Stichting 1940-1945 stond hen bij in hun juridische strijd om alsnog een pensioen - van enkele honderden tot duizenden euro's per jaar - te krijgen.

Verklaringen van ooggetuigen
Joodse Engelandvaarders moesten met verklaringen van ooggetuigen en schriftelijke stukken, als dagboeken, bewijzen dat zij naar Engeland gingen om te vechten tegen de Duitser.

"Bedenkelijk daarbij is dat dit bewijs in de praktijk uitsluitend werd verlangd van Joodse Nederlanders," staat in het Arq-onderzoek. Ze hadden het psychisch zwaar om hun aanvraag te doen en vervolgens te worden afgewezen, aldus de onderzoekers.

Bij niet-Joodse Engelandvaarders werd zonder meer aangenomen dat zij uit Nederland vertrokken om tegen de bezetter te vechten. Maar, stelt Arq, zij hadden vaak net zo goed een bijkomende reden om uit te wijken.

Velen vertrokken omdat ze een oproep voor tewerkstelling kregen of vanwege verzetsactiviteiten. Studenten gingen naar Engeland nadat zij weigerden de loyaliteitsverklaring te tekenen en ex-militairen wilden zich onttrekken aan krijgsgevangenschap. "Aan hun intentie om te strijden tegen de nazi's werd echter nooit getwijfeld," aldus Arq in het onderzoek.

Voor een Joodse Engelandvaarder, die met depressies en angsten kampte, duurde de strijd om een buitengewoon pensioen te krijgen twintig jaar. Uiteindelijk gaf hij de moed op. Hij had vijftig jaar na dato geen keiharde bewijzen voorhanden. 'Discriminatie pur sang,' schreef hij in een brief aan prins Bernhard, patroon van de Engelandvaarders. De brief haalde niets uit.

'Een groot onrecht'

De Amsterdamse Joodse scheikundestudent Philip Jacobs (1922-2013) vluchtte begin mei 1942, de dag voor het verplicht dragen van de Jodenster, weg uit Nederland.

Hij verdomde het de ster op zijn jas te naaien en wilde vechten tegen de bezetter. Hij had al vele Joodse (studie) vrienden verloren bij razzia's.

Na een omvangrijke reis via België, Frankrijk, Curaçao en Amerika belandde hij in Canada waar hij een militaire training kreeg. In maart 1943 kwam hij aan in Engeland waar hij werd ingedeeld bij de Britse Royal Air Force. Piloot wilde hij worden maar hij werd, vanwege zijn slechte ogen, bewapeningsmonteur. "Hij hing de bommen onder de Spitfires," zegt zijn zoon Sasha Jacobs.

Eind 1945 keerde Philip Jacobs terug naar Nederland. Hij studeerde in 1951 af en werd ziekenhuisapotheker en klinisch chemicus in een Rotterdams ziekenhuis. "Vragen stellen over de oorlog deden we niet. Mijn vader was onderweg een paar keer gearresteerd en was er zeer gesloten over," zegt zijn zoon.

Vanaf 1980 liep Philip Jacobs, die in 1981 het Verzetsherdenkingskruis kreeg en lid was van het Genootschap Engelandvaarders, tien jaar lang bij een psychiater vanwege zware depressie door zijn oorlogsverleden.

In 1997 vroeg hij Buitengewoon Pensioen aan. De aanvraag werd afgewezen. Reden: hij had, aldus de Raad die over de pensioenen ging, vooral willen vluchten om uit handen van de Duitse bezetter te blijven. Zoon Sasha: "Hij voelde het als groot onrecht dat hij als Joodse Engelandvaarder moest aantonen dat hij was vertrokken om te vechten tegen de nazi's."

Uiteindelijk lukte het hem in 2001, met hulp van de Stichting 1940-1945 buitengewoon pensioen te krijgen, zo'n 5000 euro bruto per jaar. De doorslag gaven het nauwgezet bijgehouden dagboek van zijn vlucht en een verklaring van de zoon van het boerengezin waar hij in de periode 1941-1942 ondergedoken zat.

De zoon liet de Raad weten dat Jacobs al aan het begin van zijn onderduik vertelde naar Engeland te willen gaan om te vechten tegen de bezetter.

"Het was een soort overwinning voor mijn vader. Het ging hem niet om geld. Onrechtvaardigheid kwam altijd hard bij hem binnen."

Sasha Jacobs Beeld Jesper Boot

Tip Het Parool

Heb je een nieuwstip of nieuwsfoto? Voeg ons toe op Whatsapp. Liever mailen of anoniem tippen? Bekijk hier hoe dat kan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden