Dirk van den Broek.

PlusTen slotte

Dirk van den Broek: van ponywagen tot supermarktketen

Dirk van den Broek.

Dirk van den Broek begon als 15-jarige met de verkoop van melk en bouwde daarna een imperium op. Hij overleed woensdag op 96-jarige leeftijd.

Een raampje maar iets groter dan een wandtegel. Vanuit zijn kantoor boven zijn Dirk in Osdorp houdt Dirk van den Broek jarenlang de zaak in de gaten. “Hier mag ik zo graag staan,” zei hij ooit tegen Het Parool. “Dat vind ik toch wel zo prachtig. Ik hoef niet zo’n kantoor van heb-ik-jou-daar. Gezien mijn financiële mogelijkheden ben ik een tamelijk sober levend mens. Niet dat ik mezelf iets tekort zal doen, maar ik hou niet van overbodige dingen.”

Van den Broek is afgelopen woensdag in Aerdenhout overleden, heeft zijn familie bekendgemaakt. De begrafenis heeft in besloten kring plaatsgevonden. Dirk van den Broek is 96 jaar geworden.

‘Denkt om uw gezondheid – drink alleen melk van tbc-vrij vee.’ 9 cent voor een liter melk, 5 cent voor karnemelk, vraagt de 15-jarige varkensboerenzoon Dirk van den Broek vanaf zijn ponywagen aan de inwoners van Amsterdam-West. Zelf gehaald, ’s ochtends vroeg bij boeren rondom Amsterdam. Tot de Duitsers om de verspreiding van illegale kranten te voorkomen het venten verbieden.

Van den Broek opent, met niet meer dan ‘een klein beetje lagere school’, dan een ‘melkslijterij’ aan het Mercatorplein. “Geen bijster goed gekozen moment,” erkent hij later. “Maar ik heb daar wel de basis gelegd.”

Na de oorlog volgt een tweede winkel. Om zich te onderscheiden van de concurrentie bouwt hij de zaak aan het Mercatorplein om tot zelfbedieningszaak. Dat scheelt winkelpersoneel en leidt tot lagere prijzen. Immers: “Arme mensen hebben lage prijzen nodig,” zegt hij daar dertig jaar later over. “Rijke mensen houden ervan.” Hij moet het concept aan de verdwaasde klant uitleggen. “Kijk Piet, je stopt je spullen in dit mandje en dan loop je ginds naar mijn vrouw, bij haar mag je het afrekenen.”

Niet vies van een stunt

De zaak is te klein om zijn echte voornemen uit te voeren: een supermarkt naar Amerikaans voorbeeld. In 1953 opent Dirk van den Broeks Supermarkten aan de Kinkerstraat, in een failliete markthal die hij voor 31.000 gulden koopt. Politie te paard moet de oploop bij de opening verspreiden – tenminste, zo vertelt hij later graag.

Van den Broek experimenteert rustig verder. Patat in een zak, softijs, ingevroren gebak, espressokoffie en – in restaurant Dirck Dircksz – ‘kip in het pannetje’. Voor het succes verwijst hij naar zichzelf. “Als ik iets leuk vind, dan vindt het publiek het ook leuk. Dat komt, ik ben een doorsnee mens, een gewone man.”

Hij is nooit vies van een stuntje. Of zoals hij zelf graag ‘mijn advocaat’ aanhaalt: “Die Dirk van den Broek, dat is een man die de publiciteit ongaarne schuwt.” In advertenties en folders staat hij steevast met zijn ‘betrouwbare melkboerengezicht’, maar over zijn privéleven – laat staan zijn fortuin – is hij schuchter.

Als in 1973 concurrent en AH-dochter Simon de Wit (onderdeel van AH) in een prijsvergelijk Dirk als duurder afschildert, stapt Van den Broek naar de rechter om ‘deze aantasting van onze goede naam’ te laten beboeten met een schadevergoeding van een miljoen gulden. Dirk krijgt gelijk – maar geen miljoen. Hij adverteert vervolgens: ‘Simon mag niet jokken’.

Vijftien jaar strijdt hij met fabrikanten om het recht de eigen prijzen te bepalen – voordien bepalen die zelf wat een winkel voor hun spullen mag vragen. “Problemen?” zegt hij daarover in 1977, “problemen bestaan niet. Er zijn alleen maar oplossingen. Je moet een beetje strijdbaar zijn, niet?”

Naast supers komen er drogisterijen (Digros), een slijter (Dirck III) en – als de zonvakantie opkomt – een reistak (D-Reizen en D-Tours) inclusief vakantiepark aan het Gardameer. Winst gaat naar uitbreiding – en een beetje naar het familievermogen: “Als je duizend gulden verdiend hebt, moet je al weten waar je de volgende tweeduizend gulden in steekt.”

Bijna landelijke keten

Achter de schermen is minder in­nemendheid. “Een inkoper mag best eens een foutje maken,” zegt hij in Het Parool. “Maakt hij er twee, dan tik ik hem op de vingers. Bij drie achter elkaar vind ik hem ongeschikt voor zijn taak. Tegen mijn eigen kinderen ben ik precies zo.”

Van den Broek stapt opzij in 1977. De dagelijkse leiding van het miljoenenconcern wordt overgenomen door drie van zijn vijf kinderen. Onder hen wordt Dirk een – bijna – landelijke keten met nu 123 vestigingen. In 2001 gaat het familiebedrijf met de zegen van de oprichter samen met de bevriende concurrent Deka – waarmee de oprichter al in 1950 een inkoopcombinatie, Ziko, vormde.

Maar opzij stappen is niet weg­kijken. De zoons vinden regelmatig geopende post of interne rapportages op hun bureau met in de kantlijn een missive: ‘doen’, of vaker: ‘niet doen’. “De Van den Broeks nemen geen afscheid,” zegt zoon Jan van den Broek later. “Mijn vader heeft ook nooit afscheid genomen. Het Dirk-gen blijft altijd behouden.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden