Plus PS

Directeur De Parade: 'Amsterdams publiek is verwender'

De Parade komt er weer aan - in afgeslankte vorm. Artistiek directeur Nicole van Vessum: 'Als een show hier zes dagen staat, loont het om er meer in te investeren.'

Nicole van Vessum Beeld Renate Beense

"Iedereen weet dat het flink kan regenen in Nederland. Wij ook. Daar proberen we ons dus zo goed mogelijk op voor te bereiden. En er zijn ook voordelen: als de zon schijnt is alles altijd helemaal vol op de Parade, als het regent kan je bijna overal zo naar binnen lopen. Ieder nadeel heb z'n voordeel. En daar wil ik het graag bij laten, want als je niet uitkijkt, gaat het bij de Parade alleen maar over het weer."

Vrijdag strijkt de Parade weer neer in de stad. Nicole van Vessum (1964) is sinds 2007 artistiek directeur van het rondreizende theaterfestival, dat voor ieder wat wils biedt: laag en hoog, populair en elitair, hartverscheurend en hilarisch, van habitués en nieuwkomers.

Amsterdam is traditiegetrouw de laatste halte van de Parade; Van Vessum is zeker niet ontevreden over het verloop van de tour tot nu toe. "In Rotterdam waren weliswaar minder bezoekers, maar het theaterbezoek is toegenomen: 29.000 kaartjes. In Den Haag zijn ruim 51.000 kaartjes verkocht - dat is hartstikke goed. Terwijl het opnieuw een spannend jaar was, want er zijn wel wat dingen veranderd."

"We hebben weer eens goed naar onszelf gekeken en dat is best lastig als je al zolang bezig bent. Toen wij begonnen waren we een van de weinige festivals, maar er zijn in tien jaar iets van 600 festivals bij gekomen. Voor alles is een festival. En een aantal heeft extra subsidie gekregen, waarvan ik denk: waarom krijg jij subsidie? Dat zijn ook gewoon commerciële festivals, die weinig anders doen dan wij: ze hebben een muziekprogrammering, een theaterprogrammering en beeldende kunst. Moet ik dan zelf ook subsidie gaan aanvragen?!"

Van Vessum neemt een slok van haar koffie. "We hebben de Parade kleiner gemaakt. We hebben wat minder groepen neergezet, zodat we niet alleen een speelplek voor ze zijn, maar ze weer wat meer een ambassadeur van het festival worden. Als gezelschappen langer dan drie dagen op de Parade staan, loont het meer om in een voorstelling te investeren. Drie of zes dagen is ook voor het publiek nogal een verschil; als iemand je vertelde dat hij wat moois had gezien, was de voorstelling vaak alweer weg."

Op audiëntie
Minder gezelschappen op de Parade impliceert dat Van Vessum meer gezelschappen heeft moeten teleurstellen. "Dat was moeilijk. Vorig jaar hadden we negentig groepen, nu nog maar zestig. We hebben vooral gekeken naar de toegankelijkheid, maar ik wilde voorkomen dat er helemaal niet meer kan worden geëxperimenteerd. Het gaat om de balans."

Voor deze editie ontving ze ongeveer 400 aanvragen. Samen met Ray van Santen koos ze daar 150 gezelschappen en artiesten uit die op gesprek mochten komen. "Maar ik kijk het hele jaar ook goed om me heen en als ik iets interessants zie, vraag ik ze of ze iets op de Parade willen doen. Ongeveer 80 procent meldt zich aan en 20 procent is op uitnodiging."

Het belangrijkste criterium is een goed idee, daarnaast is het belangrijk waarom je daarmee op de Parade wilt staan. "Wil je een nieuwe doelgroep bereiken? Of wil je iets proberen wat niet kan in de reguliere theaters? Het draait vaak om intuïtie. En soms kies je verkeerd, dan kies je iets en werkt het niet. En probeer je iemand zo goed mogelijk de zomer door te krijgen."

Efteling voor volwassenen
Het duo Kees & Eddie hoefde niet op audiëntie te komen bij Van Santen en Van Vessum - "Die staan al twintig jaar op de Parade" -, de Levende Jukebox evenmin. "Die bestaat net zolang als de Parade zelf. Maar ook daar kijken we kritisch naar. Ik heb ze laatst voor het eerst in jaren weer gezien en ik snap heel goed dat mensen het leuk vinden. En er komen natuurlijk elk jaar weer mensen voor wie het nieuw is."

De Sportmonologen zijn er ook weer. "Die gaan dit najaar opnieuw het theater in en mogen bij ons warmdraaien. Het draait om het persoonlijke verhaal van sporters. Vaak wordt er gedacht dat sporters bijvoorbeeld niet drinken of op een ontzettend streng dieet staan, maar dat is lang niet altijd het geval."

Van Vessum ruimde ook weer plek in voor het Parademuseum. "Dat was er vorig jaar voor het eerst; toen toonden we in samenwerking met het Nederlands Fotomuseum werk van fotograaf Ed van der Elsken. Deze editie presenteren we in samenwerking met de Fundatie een video-installatie van Elise van der Linden. Het is op maat voor ons gemaakt: een soort Efteling voor volwassenen, die voor een afwijkend soort verstilling zorgt op het Paradeterrein. Volgend jaar gaan we iets samendoen met Eye; er zijn wat ideeën maar wat het precies wordt weten we nog niet."

Geen plofkippen
Van Vessum bemoeit zich met álles, dus ook met het voedsel. "Voor de cateraars geldt hetzelfde als voor de gezelschappen: ze moeten duidelijk kunnen maken waarom ze op de Parade willen staan en met wat. We krijgen bijna 300.000 bezoekers op bezoek in twee maanden tijd; die kun je allemaal plofkippen geven, maar dat willen wij niet. We stellen aan alle meereizende restaurants eisen aan het gebruik van dierlijke producten en het werken met bio-industrievrije producten, we schenken biologische huiswijnen, en onze cateraars gebruiken geen sojaolie uit Zuid-Amerika."

Ze is trots dat de Parade in Amsterdam nóg een duurzame vernieuwing kan presenteren. "Zoals we in de keukens duurzame producten hebben, gaan ook de dieselaggregaten eruit. In Amsterdam zijn we net als in Utrecht over op vaste stroom. Dat heeft veel geld gekost, maar ik vind dat belangrijk; we zijn grootverbruikers "

Nicole van Vessum Beeld Renate Beense

De Parade is in elke stad weer anders, stelt Van Vessum, om verschillende redenen. "In Rotterdam staan we bijvoorbeeld op asfalt, in Den Haag in een prachtig park. Maar ook de bevolking is in elke stad anders. Het is een cliché, maar Rotterdam is een werkstad: ze zijn daar heel open maar je moet ze wel enorm prikkelen voordat ze ergens naartoe gaan. Ze zijn wat minder nieuwsgierig dan in Den Haag, waar bijna alle voorstellingen vol zitten met tamelijk rustig publiek. Utrecht is veel diverser: jong, oud, studenten, echt van alles door elkaar."

Misverstand
En Amsterdam? "Buiten Amsterdam zeggen ze altijd dat we hier arrogant zijn. Daar hebben ze ook wel gelijk in, maar het is natuurlijk ook gewoon de hoofdstad. Londen is ook anders dan de rest van Engeland, New York anders dan de VS. Er staan hier veel meer theaters dan in de andere steden, het publiek ziet dus meer en is wat verwender. Er zijn artiesten die daar moeite mee hebben. Maar dat is ook een beetje een selffulfilling prophecy."

Tot slot wil ze graag nog een hardnekkig misverstand wegnemen. "Geen enkele voorstelling is op voorhand uitverkocht; er wordt altijd een gedeelte op de dag zelf op het terrein verkocht. Oók voor populaire acts als Alex Klaasen en Ellen ten Damme zijn er nog kaarten beschikbaar. Maar vroeger zeiden we tegen ons publiek: kom en laat je verleiden. Tegenwoordig plannen mensen veel meer - ik ook, met mijn drukke agenda. Dus hebben we het makkelijk gemaakt om van tevoren online kaartjes te kopen. En dat werkt, we hebben ook voor Amsterdam gelukkig al veel kaartjes verkocht."

De Parade staat van 11 t/m 27 augustus in het Martin Luther Kingpark.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden