Plus Klapstoel

Diggy Dex: 'Als succes stopt, ben je dan nog happy?'

Diggy Dex - ofwel Koen Jansen - (1980) is muzikant. Na jarenlang vooral in popzalen te hebben gestaan, toert hij nu met zijn theatertour Golven.

Diggy Dex Beeld Harmen de Jong

Amersfoort
"Thuis. Ik ben er geboren en getogen en ben er begonnen met muziek maken. Wat kan ik er nog meer over zeggen? Feitelijk gezien heb ik mijn jeugd doorgebracht in Leusden, een soort vinex-dorp bij Amersfoort. Het was er groen, er was ruimte en ik speelde veel buiten. Een ­redelijk standaard jeugd, denk ik. Vanaf mijn elfde ben ik een beetje muziek gaan maken. Mijn broer en ik hadden gitaarles en we waren fan van Nirvana. Dat probeerden we thuis na te doen."

D.A.C.
"De Amersfoortse Coöperatie, mijn vroegere ­hiphopcollectief. Toen ik een jaar of 14 was, kwam ik voor het eerst in aanraking met hiphop. Ik keek veel skateboardvideobanden en op de achtergrond hoorde je dan dingen als Bad Religion of Beastie Boys. De eerste hiphop-cd die ik hoorde, was van Del the Funky Homosapien, het neefje van Ice Cube. Dat vond ik ­gruwelijk. En in '95 hoorde ik voor het eerst ­Osdorp Posse - zo ongeveer het eerste wat er op dat moment was. Dat wilde ik ook."

"Op een gegeven moment ben ik een beetje met vrienden gaan rappen. Gewoon, voor de lol. Op schoolfeestjes, in kroegen. Soms zelfgeschreven dingen, maar we freestyleden vooral veel op beats. Jiggy Djé - een van de leden van D.A.C. en nu labeleigenaar van Noah's Ark - ­kende ik van basketballen. Het was toen nog niet zo normaal dat er mensen rapten, dus we vonden elkaar vrij eenvoudig. Bij Darin G - een van de grondleggers, nu mijn toetsenist - konden we gaan opnemen. Beetje blowen, beetje drinken; zo ongeveer wat je op die leeftijd doet. In 2000 begonnen we voor het eerst aan een plaat te denken. Twee jaar later was het zover en begon het te rollen. Mijn ouders vonden het wel leuk, ze zagen het net als wij als een hobby. Het idee dat er geld mee was te verdienen, kwam pas later, in 2005."

Rintje Ritsma
"Haha. Dat zei Murth The Man-O-Script (Murth Mossel) ooit tegen mij. Hij kwam met Howard Komproe en Najib Amhali namens ­Comedytrain bij ons op bezoek op de middel­bare school in Amersfoort. Najib ging beatboxen en toen vertelden leraren hem dat er een paar jongens op school rondliepen die rapten. Daarop werden we uitgenodigd om langs te komen in Toomler. Nadat we daar hadden gerapt, zei Murth aan de bar: 'Je ziet er uit als een Rintje Ritsma, maar je hebt wel skills, man.' Dat was dope: in een andere stad props krijgen van iemand die al veel verder was. Hij had nota bene met Extince gerapt."

"Uiteindelijk werd Rintje Ritsma geuzennaam. Hoe ik eruitzie, strookt voor sommige mensen niet met het beeld van een rapper. Daar heb ik in sommige tracks ook wel mee gespeeld. Ik was me er altijd wel bewust van dat de rapscene een zwarte cultuur is, maar dat heeft nooit tot moeizame momenten geleid."

Sociologie
"Toen D.A.C. uiteindelijk een ding werd, studeerde ik al in Amsterdam, aan de VU. We waren wat dat betreft behoorlijke laatbloeiers. Ik had langzaam doorgekregen dat ik sociologie wel interessant vond, maar er niet mijn baan van wilde maken. Ik heb de studie afgemaakt, maar de laatste twee jaar heb ik vooral lekker muziek gemaakt. Een van de weinige rappers met een universitair diploma? Ach, het zijn er niet veel volgens mij, maar dat zegt mij niet zo veel. Intelligentie komt in vele vormen."

Slaap lekker (Fantastig toch)
"Die track werd rond 2009 ineens vaak op de radio gedraaid. Dat was het punt waarop ik wat landelijke bekendheid kreeg. Ik had het oorspronkelijke liedje van Eva de Roovere gehoord en daar een soort remix op gemaakt met eigen verses. Eva was daar enthousiast over. Toen we het uitbrachten, was het overal, ook in België. Vervolgens zijn we twee jaar lang - zo lang kon je dus leven op één hit - langs de discotheken getrokken. Dat was leerzaam, maar ik kwam er vrij snel achter dat die scene niet per se mijn ding was. Ik was ook net vader geworden, daar moest ik aan wennen."

Indische Buurt
"De laatste zes jaar dat ik in Amsterdam woonde, woonde ik vlak bij het Javaplein, in de Makassarstraat. In 2010 kregen we onze eerste zoon en drie jaar later zijn we naar Amersfoort verhuisd. Voor mijn vriendin een grotere stap dan voor mij - zij komt oorspronkelijk uit Amsterdam. Het was toen al zo dat als je een beetje een leuk huis wilde hebben, je zo 5 ton verder was. Als muzikant is dat niet iets wat je zomaar hebt liggen. In Amersfoort is het wat rustiger en het ligt centraler - wat handig is tijdens het touren. Ik ben opgegroeid in die contreien en had er een prettige jeugd; dat wil ik mijn twee zoons ook geven."

Bitches en money
"Ik zit met mijn 38 jaar in een andere belevingswereld dan de jongens die nu doorbreken. Als je 22 bent, rap je over andere shit. Toen ik die leeftijd had, rapte ik ook over drank, smoken en doorhalen. Bitches en money? Daar heb ik nooit echt over gerapt, geloof ik. Wel gewoon over andere domme dingen. Je moet een beetje experimenteren toch? Als je dat terugluistert - er staan oude albums van D.A.C. op Spotify - is dat heel grappig. Inmiddels zit er steeds meer zang in mijn tracks, het gaat wat verder bij de moderne hiphop weg. Bij Noah's Ark, mijn label, merk je dat ook. Als je mij en Linde Schöne vergelijkt met Jonna Fraser of Kraantje Pappie, dan hoor je wel verschil. Dat kan prima naast ­elkaar bestaan. Ik heb het wat vaker over sentimentele dingen; twijfels, ouder worden of het vaderschap. Dat zie je ook terug in het publiek: dat wordt, net als ik, ouder."

Stef Bos
"Stef Bos, maar ook JW Roy of Raymond van het Groenewoud; dat zijn wel mensen tegen wie ik opkijk. Ik ben opgegroeid met hun werk. Raymond is echt een van mijn helden, met Stef en Jan Willem mag ik af en toe samenwerken. De bewondering zit hem in het melodieuze, het gebruik van organische instrumenten als gitaar en piano en ik ben dol op tekst. Dat je af en toe zinnetjes hoort, waarvan je denkt: potverdomme, wát mooi. Gerard van Maasakkers heeft dat ook. Daar ga ik heel lekker op."

Roland Garros
"Zijn de finales dit weekend? Nee, tennis kijk ik niet. Ik kijk sowieso amper tv. Ik ben wel een groot voetballiefhebber, dus ik ga wel wat van het WK kijken. Al is de kans groot dat ik pas aanhaak in de kwartfinales."

MH17
"Ik heb gespeeld op de uitvaart van drie slachtoffers van de ramp met de MH17. Een vader die zijn drie dochters had verloren, mailde mij en vroeg of ik het nummer Sterren tellen wilde ­spelen op de begrafenis. In eerste instantie wist ik niet wat ik met die vraag moest; ik kende die mensen natuurlijk niet en vond het kwetsbaar. Uiteindelijk zat ik daar met één piano en één microfoon. Het was een mooie uitvaart, groots, en het leven werd er gevierd. Naar aanleiding van die dag heb ik Treur niet (Ode aan het leven) geschreven. Ik vond het een toffe angle om zelf een lied te maken dat je op je eigen begrafenis zou willen horen. Het leven mag er gevierd worden."

Golven
"De titel van mijn laatste plaat en ook van mijn theatertour. De tour is een beetje voortgekomen uit mijn optreden in Carré, in april. Dat was een geweldige avond. Ik had altijd wel het idee dat mijn muziek zich zou lenen voor het theater, maar als je daar staat denk je toch: godverdomme, het is wel Carré. We gingen echt ­lekker. We hebben de opnames nog op Spotify gezet; niet per se spatzuiver, maar de vibe van die avond zit er wel in."

"In het theater kun je net even wat meer achtergrond kwijt dan in een popzaal. We staan er met een band van zeven man. Doordat de mensen zitten, hebben ze meer aandacht. In een popzaal sta je toch met een biertje in je hand en ouwehoer je ook met wat mensen. Als een liedje in het theater klein is, is het ook écht klein. In het najaar komt een nieuwe plaat uit, het zou kunnen dat ik daarmee weer langs de theaters ga. Het bevalt goed, al lijkt het me ook nog steeds tof eens op Pinkpop te staan."

Gelijkmatig
"Ben ik dat? Ja, dat zou kunnen. Ik probeer ­altijd redelijk bewust bezig te zijn met wat ik doe. Ik wil dit over dertig jaar nog steeds doen. ­Platen uitbrengen, spelen, schrijven. Naarmate je ouder wordt, word je minder gulzig. Wat ik doe hoeft niet op Kensingtonniveau te zijn - misschien ga ik er ooit anders over denken, maar mijn carrière is niet pas geslaagd als ik vijf keer de Ziggodome uitverkoop. Ik let sowieso niet erg op anderen. Als ik kijk naar het succes van Ronnie Flex of Lil' Kleine vind ik dat vooral tof. Ik hoop dat ze er blij mee zijn."

"Ik heb geleerd dat succes niet per se een garantie voor geluk is. Sterker nog: het kan beperkend zijn. Je leeft extreem, de pieken zijn hoog, de dalen kunnen diep zijn. Dat doet wat met je zelfbeeld; je gaat je identiteit ontlenen aan je artiest-zijn. Dat kan een gevaar zijn - sprak opa. Big2 heeft het bijvoorbeeld echt moeilijk gehad toen The Opposites uit elkaar waren. Het fame-monster was bij hen ook altijd aanwezig. Typhoon ligt er nu even uit, omdat hij vier jaar lang heeft lopen knallen. Hoe groter het wordt, hoe groter de druk en hoe meer geld er mee is gemoeid. Als het succes stopt, ben je dan nog steeds happy? Ik probeer altijd vrede te hebben met de mogelijkheid dat het over kan zijn. Er zijn genoeg manieren om zin te geven aan het leven."

Annelies Verbeke
"Dat zegt mij niks. Een schrijfster? Nee, ik ken haar niet."

Diggy Dex, 13 juni, De Kleine Komedie

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden