Straatbeeld

Dieptreurige 'Hollandse gezelligheid' in een lelijke wagen (**)

Overal in de stad staan lelijke oliebollenkramen die het sentiment van dieptreurige 'Hollandsche gezelligheid' willen aanboren. Het werkt niet, hoe graag rechtse politici en verstokte mopperaars dat ook willen geloven.

Oliebollenkraam op het Hugo de GrootpleinBeeld Mats van Soolingen

Elk jaar is er een dag dat het oliebollenkramen regent. Plots staan ze allemaal op hun vaste plekken. Meestal gebeurt dat als mensen gewapend met paraplu en winterjas over straat snellen, maar dit jaar arriveerden ze in een zomer die niet wilde ophouden.

Op het Hugo de Grootplein zat hip Amsterdam aan het eind van de middag op de vele terrassen van witte wijn en witbier te genieten, terwijl aan de overkant de appelflappen en berlinerbollen in het vet spetterden.

Het zijn lelijke wagens. De basis is een moderne stevige aanhangwagen met voorzieningen voor een serieuze keuken, terwijl de aankleding een gevoel van voorbije tijden wil oproepen. Het sentiment dat ze willen aanboren is die dieptreurige 'Hollandsche gezelligheid' die nooit heeft bestaan, hoe graag rechtse politici en verstokte mopperaars dat ook willen geloven.

Onbeschaafde bezigheid
Aan welke tijd - toen geluk nog heel gewoon was - moeten we denken? De jaren vijftig? Dat lijkt me niet. Toen werd eten op straat beschouwd als een onbeschaafde bezigheid. Een beetje dame of heer dacht er niet over om happend of drinkend in de openbare ruimte te verkeren. Er was helemaal geen geld om snackend door de stad te trekken. Of zijn het de losheid en lol van de kermis die de kramen willen uitstralen? De rest van het seizoen staan de meeste gebakkramen immers op kermissen en feesten. De verkoop van winterse oliebollen is een manier om de inkomsten te verhogen.

De balken die in sommige wagens op het plafond zitten, zijn van piepschuim, de blauw-witte tegeltjes komen van de Gamma en de hier en daar verwerkte bakstenen zijn nep. Het assortiment is onveranderlijk: alles in de kramen is gefrituurd, warm gebak, in het algemeen voor één à twee euro.

Verschillende stadsdeelregels
Wie bij de gemeente informeert naar het hoe en waarom van de eindeloze maanden oliebollenpret, komt terecht in verschillende stadsdeelregels. De vergunningen voor dit soort kramen worden decentraal geregeld. In de meeste stadsdelen mogen ze vier maanden bivakkeren. Alleen Centrum is streng: oliebollen worden alleen gedoogd tussen kerst en oud en nieuw. Misschien kan de rest van de stad daar een voorbeeld aan nemen.

Een voedselkar vier maanden op het trottoir stallen levert het stadsdeel al snel zevenduizend euro op. Misschien willen ze die inkomsten niet missen. Geef dan ruimte aan nieuw initiatief. De Rollende Keukens in Westerpark laten zien hoe het kan. Krakkemikkige caravans met soep, stoere Amerikaanse trucks met vette ribbetjes, en strijdbare veganistische cupcakes.

Laat Amsterdam alsjeblieft niet voortbestaan als een statische grachtengordel die aan de randen is gelardeerd met gefrituurde oud-Hollandsche gezelligheid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden