Plus

Diederik Stapel: 'Niemand hoeft mij aardig te vinden'

Vijf jaar na zijn ontmaskering als wetenschaps-fraudeur schreef Diederik Stapel een boek over de nasleep. Een nieuwe baan is hem net door de neus geboord. 'Wat mag ik dan nog wel?'

In 55 van de wetenschappelijke publicaties van Diederik Stapel werd fraude vastgesteld, in nog eens tien artikelen waren sterke aanwijzingen voor bedrog.Beeld Mark Van Der Zouw

Diederik Stapel bij de psycholoog. Het is te vol in zijn hoofd. Het stormt. Hij is bang dat 'het allemaal zo hard gaat dat mijn hersenen uit elkaar spatten'.

"Dat is echt een fysieke ervaring," zegt hij achter een kopje koffie in een café in Den Bosch. "Dat je denkt dat je hoofd in duizend stukjes uit elkaar ploft. Het is letterlijk waar ik bang voor was: ik ga kapot."

Paniek. Een soort psychose. "Daarna komt de lethargie, de stilstand, de leegheid en de eenzaamheid. Er zijn veel definities van depressie, maar dit is de mijne."

Niemand meer willen zien, nergens meer naar willen luisteren, zelfs naar de vogeltjes niet. Onthechting. "Je denkt: ik kan dit het beste oplossen door er niet meer te zijn. Je willen afsluiten. En dan bedenken: de totale afsluiting is zelfmoord."

Machtsmisbruiker
Stapel (49), voormalig wonderboy in de sociale psychologie, werd in 2011 ontmaskerd als de grootste wetenschapsfraudeur die Nederland ooit heeft gezien. In 55 van zijn publicaties werd fraude vastgesteld, in nog eens tien artikelen waren sterke aanwijzingen voor bedrog. Stapel knoeide net zo lang met zijn onderzoeken tot ze keurig pasten bij de vooraf bedachte, opzienbarende conclusies.

De Tilburgse hoogleraar werd ontslagen, bij de Universiteit van Amsterdam leverde hij zijn doctorstitel in. Hij werd door een onderzoekscommissie onder leiding van ex-hoogleraar Pim Levelt weggezet als manipulatieve machtsmisbruiker en kreeg voor zijn fraude een taakstraf.

Na de val kwam de depressie.

Publiekelijk delen
Hij schreef er een boek over: Zuchten. Een man die vele pagina's lang verwoede pogingen doet zijn bed uit te komen, een boterham te smeren en weer een beetje in beweging te komen.

Waarom eigenlijk? Waarom de behoefte om zijn ellende publiekelijk te delen met anderen?

"Misschien is er toch een waan dat ik nog anderen kan helpen," zegt hij. "Misschien inspireert het mensen om vol te houden."

Geluksliteratuur
Ach, hij houdt van schrijven en het houdt hem tenminste van de straat. Hij gelooft niet eens in zelfhulpboeken. In de geluksliteratuur, waarvan er door zijn voormalige vakgenoten kilometers boekenplank vol zijn geschreven. Ieder zijn eigen depressie.

'Ik heb er jaren voor doorgeleerd,' schrijft hij in zijn boek. 'Maar nu het erop aankomt heb ik geen idee.'

Hij snapt het verlangen van ons allemaal om te zoeken naar een mooi antwoord, zegt hij. Maar als hij het had gehad, had hij beter A4'tjes op het station kunnen gaan uitdelen: jongens, zo moet het. Dat is meer iets voor de oude Diederik Stapel: zoeken naar het perfecte plaatje.

Tijd heelt?
Wat heeft hem erbovenop gebracht? Liefde, verbeelding, ontroering. De herontdekking dat het leven bestaat uit meer aspecten dan werk en applaus. Als het huis aan kant is en de tuin geharkt, gaat hij tegenwoordig tekenen of kunst bekijken. Een ander gaat vissen.

Na een jaar of anderhalf stopte hij met het slikken van antidepressiva. Er gebeurde niets. Dus hij dacht: heeft dit nou geholpen of hebben ze nooit wat gedaan?

Tijd heelt.

"Dat suggereert dat alles overgaat," zegt hij. "Dat geloof ik niet. Je moet er hard voor werken en soms komt het terug. Er zijn ook mensen bij wie de depressie nooit overgaat. Er is pijn. Bij mij en bij anderen. Misschien is wel de belangrijkste therapeutische les dat je de pijn niet moet ontwijken, maar moet accepteren."

Oppervlakkige onzin
In de Volkskrant las hij vorige week de uitspraken van methodoloog Eric-Jan Wagenmakers. Het ene na het andere klassieke onderzoek in de sociale psychologie sneuvelt. Experimenten blijken niet repliceerbaar. "Het is tijd voor paniek," liet Wagenmaker weten. "De wetenschap staat in brand."

Stapel twijfelt. Over het algemeen wordt het niet erg op prijs gesteld als hij zich nog uitlaat over zijn oude vakgebied.

Dan: "Als je keurig doet wat een eerstejaarsstudent leert uit de handboeken, kan dit niet gebeuren. De resultaten van wetenschappelijk onderzoek moeten repliceerbaar zijn. Als dat niet zo is, heb je iets verkeerd gedaan."

Een incident
En: "In zijn intensiteit en extremiteit ben ik een incident, maar als ik dit lees, was ik kennelijk ook ergens een exponent van. Dan kun je wel roepen: Diederik Stapel moet dood. Maar dat is een te gemakkelijke oplossing. Ik kreeg een mail van een hoogleraar statistiek. Die zei: misschien moeten we helemaal opnieuw beginnen. Gewoon: opnieuw."
Het leven heeft geen zin, schrijft hij in zijn boek. 'Het bestaan is een perpetuum mobile van schrijnend tekort.'

"Als ik eerlijk ben geloof ik dat nog steeds," zegt hij met een vertwijfeld lachje. "Het is allemaal oppervlakkige onzin. Een illusie, een bezwering van de gedachte dat je er net zo goed een eind aan kunt maken."
Maar toch. Hij is er nog.

Stapel, droogjes: "Dat heb ik op een gegeven moment ook moeten vaststellen. Je denkt: het is het beste voor iedereen als ik er niet meer ben. Daar had ik echt heel veel mensen gelukkig mee gemaakt. Maar dan zocht ik op het laatste moment toch weer contact: met mijn vrouw, mijn therapeut, mijn broer."

Ploeteren
Hij leeft 'om de leegte vorm te geven', zegt hij. Om te trotseren. In zijn boek schrijft hij over de ontroering die hij voelt voor Sisyphus, de mythologische figuur die door de goden veroordeeld werd een rotsblok de berg op te duwen, dat er telkens weer vanaf rolt.

"We moeten allemaal ploeteren," zegt hij. "Dat is ons lot, zegt de Franse filosoof Albert Camus. Dat eindeloze trotseren van Sisyphus, dat is waar de vrijheid begint."

Hij heeft altijd willen scoren. Om maar niet te hoeven denken: het heeft allemaal geen zin. "Als het leven leeg is en absurd en nergens over gaat, dan zijn we allemaal bezig iets op te vullen wat geen opvulsel duldt."

De meesten van ons, zegt hij, hebben dat gelukkig niet door, omdat ze druk zijn met werk, met hun relaties, met spelen en dansen. "Maar wat als je dat verliest? Als je wordt uitgekotst door de maatschappij? Als heel veel mensen vinden dat je op moet rotten? Dan werkt de gewone rituele manier van opvullen niet meer."

Priemende ogen. "We moeten niet onderschatten wat werk betekent voor het welzijn van mensen. Je hebt iets te doen, je rondt iets af. Voor een depressieveling zoals ik loopt alles in elkaar over. Het is één grote brij."

Imagoschade
Vorige week kreeg hij eindelijk weer een baan, op de Nationale Hogeschool voor Toerisme en Verkeer in Breda. "Daar hebben we wel een fles champagne voor opengetrokken," zegt Stapel. Hij zou er een soort bibliothecaris worden. Een vraagbaak en sparringpartner voor onderzoekers die iets willen laten uitzoeken of hulp nodig hebben bij het formuleren van hun onderzoeksopzet. Een manusje-van-alles.

"Natuurlijk hebben wij ons wel even achter de oren gekrabd," zei collegevoorzitter Hein van Oorschot. "Maar wij zijn van mening dat iemand een tweede kans verdient."

Maandag werd hij alweer ontslagen, na klachten van het personeel over mogelijke imagoschade voor de school. Tot zover de rechte rug van de voorzitter.

Het stemt hem somber. "Als ik dit niet mag, wat mag ik dan nog wel? Dan moet je me gewoon opsluiten. Of beter: dan moet je me doodschieten. Maar ja, de doodstraf hebben we afgeschaft. Niemand hoeft mij aardig te vinden, maar komen we verder door alleen te schreeuwen dat ik op moet rotten?"

Stapel zit thuis, zijn eigen boek op schoot. Te beginnen bij het begin: hoe kom ik uit mijn bed? Hij ligt weer op de loer: de depressie. "Ik ben expert in omwegen. Naar een baan, naar geluk, naar een plekje in de wereld. Heel veel went. Niet alles, maar wel heel veel."

Diederik Stapel

Diederik Stapel (geboren op 16 oktober 1966 in Oegstgeest) studeerde in 1991 cum laude af in psychologie en communicatie­wetenschap aan de ­Universiteit van Amsterdam en promoveerde er zes jaar later in de sociale psychologie, eveneens cum laude. Hij was hoog­leraar in Groningen (2000-2006) en Tilburg (2006-2011).

In september 2011 gaf hij toe te hebben gefraudeerd met tal van onderzoeken en werd hij door de universiteit op non-actief gesteld. Later volgde ontslag. In Amsterdam leverde hij zijn doctorstitel in.

In 2012 publiceerde hij het autobiografische Ontsporing, waarin hij tracht rekenschap af te leggen voor de fraude-affaire. Met Anton Dautzenberg schreef hij in 2014 De Fictiefabriek. Een Bevrijdingsroman In Brieven.

Diederik Stapel: Zuchten. Uitgeverij Lucht, €18.95

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden