Column

'Die trein kan er niets aan doen hè, aan dat ongeluk?'

Theodor Holman Beeld Wolff

Via de krakerige babyfoon hoor ik opeens: "Opa?"

Het is Koning - hij klinkt niet paniekerig of huilerig, eerder veel te wakker.

Ik ga naar zijn kamertje en vraag wat er is.

"Ik heb dus een uitvinding gedaan, dus met lego, en dan kan een trein op tijd stoppen, dus een rem, dus je laat allemaal drones voor die trein rijden en als er dan iets is, op de rails dus, dan kan je dat zien op een scherm..."

Ik bewonder de uitvinding en weet opvoedkundig niet wat ik moet doen.

Waarschijnlijk heeft hij iets opgevangen over het ongeluk in Oss, want daar spraken wij ouderen na het avondeten even over, en ofschoon hij toen lief met zijn autootjes en lego leek te spelen, waren zijn oortjes misschien nog even naar ons gewandeld toen ze merkten dat in onze toon angst en verdriet zaten.

"Opa?"

"Wat is er?"

"Denk jij nog wel eens aan Moor nu je Koosje hebt?"

"Ja... In het begin werd ik verdrietig als ik aan Moor dacht, maar tegenwoordig vind ik het prettig. Moor was mijn liefste vriend. En het is fijn om aan lieve vrienden te denken."

Hoewel ik zelfs enigszins geroerd raak door mijn antwoord, merk ik dat Koning er niet naar luistert.

Er zitten andere, verontrustende beelden in zijn droomwereld die hij, gezien het late uur, zou moeten betreden, maar die hij niet goed opgeruimd krijgt.

"Die trein kan er niets aan doen hè, aan dat ongeluk?" zegt hij zomaar.

Dat ongeluk - ik vraag maar niet wat hij precies weet.

"Nee. Ik geloof het niet," zeg ik. Ik zie aan zijn ogen dat hij iets aan het verkennen is.

"Maar opa, een vliegtuig­ongeluk kan je niet voorkomen met drones. Want een vliegtuig kan misschien wel hoger dan een drone. En die kan ook sneller. Je kan dus een drone niet met een vliegtuig laten vliegen. Maar wel met een trein."

"Ja, ik denk het wel."

"Zal ik het tekenen?"

"Het is nu laat, schat. Morgen wil ik er graag een tekening van zien."

Ik stop hem in en kus hem weer goedenacht.

Een paar minuten later hoor ik via de babyfoon zijn rustige ademhaling.

Nu houden zijn woorden mij bezig; angst en verdriet moet zo'n jongetje niet hebben, maar het is voedsel voor weerbaarheid.

Toch wil ik een drone ontwerpen die hem constant bewaakt.


Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden