Column

Die plak­deeg­hut heb ik nooit begrepen

Roos SchlikkerBeeld Oof Verschuren

Ik sloot mijn ogen en stak de sponzige bal geheel in mijn mond. Zacht en vlezig plakte hij tegen de achterkant van mijn tanden. Met mijn tong onderzocht ik de buitenkant om hem vervolgens wreed door het gat te steken, waarna de geglazuurde minidonut openscheurde. Licht benauwd werkte ik de taaie meelmassa richting strottenhoofd. Welkom in Amerika.

Toen ik voor het eerst in New York kwam, riep een kennis dat ik beslist naar Dunkin' Donuts moest, de keten die je in allerlei films voorbij ziet komen, verkoper van dat wat Amerika groot maakt: overdaad overgoten met een alles bedekkende laag glazuur.

Nu houd ik zielsveel van New York, maar die plak­deeg­hut heb ik nooit begrepen. Vol verbazing bekijk ik donderdag op de Nieuwendijk dan ook alle hysterie bij de opening van de eerste Nederlandse vestiging.

Gillend, duwend en sjorrend hangen talloze klanten tegen dranghekken. De eerste honderd bezoekers krijgen een jaar gratis donuts, zes per week. Adnan en David, twee jongens met de verbeten blik die alleen pubers hebben, staan vooraan. Ze hebben vijftien uur gewacht.

Ik loop de rij voorbij en besluit een kijkje te nemen bij McDonald's. Deze week maakte de keten bekend hier een recordomzet te hebben gedraaid van 732 miljoen euro. Hoe? Door de hut eerder open te gooien. "Nederlanders ontbijten steeds vaker buitenshuis. Daar hebben wij slim gebruik van gemaakt," roeptoeterde topman Steijaert.

Het is inderdaad druk bij de gele M. Groepjes toeristen herkauwen als lome koeien hun hamburgers, een oudere dame staart met haar bananenmilkshake in de hand uit het raam. Een tienermeisje schuift met haar moeder in het zitje naast me. Ze hebben enkele enorme Dunkin' Donuts-zakken bij zich en twee dienbladen McDonald's-ontbijt.

Gebiologeerd bekijk ik de hoeveelheid voer die ze willen wegwerken. Heus, ik ben totaal geen aanhanger van de antivet- en dikdikdik-doctrine.

Eten is een genot en vrouwen die zuchtend een halve wortel over hun bord schuiven, doen mij zachtjes binnensmonds braken. Laatst las ik het recept voor een ontbijtpannenkoek van een foodblogster. 'Hiermee zit ik tot ná lunchtijd propvol!' Het bestond uit een halve banaan en een ei. Yolo. Daar winnen we de oorlog niet mee.

Want eten is jezelf voeden, zowel geestelijk als lichamelijk. Goed eten welteverstaan. Een beschuitje met boerenkaas in plaats van uitgerold plastic. Appeltaart met appel in plaats van emulgatorenemulsie. Een boerenomelet op grofvolkoren brood in plaats van de waterige ontplofte McMuffin Egg, die ik bij wijze van experiment heb besteld.

Terwijl ik verwoed doorkauw, vraagt het meisje naast me landerig: "Hé mam? Vind je mij dik?" De moeder schudt haar hoofd. "Nee Esmeral, ze nemen je maar zoals je bent." Esmeral knijpt in haar buikrol. "Kijk dan. En ik krijg een vette booty. Vanaf morgen ga ik echt ­gezond eten." De moeder knikt. "Als jij dat wilt." Ze wijst naar de volgeladen donutszakken. "En die dan?" "Die zijn voor vandaag."

Ze slenteren weg. Ik slik mijn bleke ei door. Als een extra adamsappel blijft hij in mijn keel steken.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken, waaronder recentelijk nog Ajax, Mijn Club (2015). Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Lees hier al haar columns terug. Reageren? r.schlikker@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden