Plus

'Die ene dag paardrijden voelt als vakantie in eigen stad'

Op paardrijden in de grote stad: kan dat wel of is het zielig voor de edele dieren? Voorlopig kan de Amsterdamse paardengek zijn hart nog ophalen. Vier ruiters over hun hobby. 'Mijn paardrijkleren heb ik zelf uitgezocht.'

De Hollandse Manege aan de Overtoom in Amsterdam Beeld Dingena Mol

Het welzijn van paarden ligt onder een vergrootglas. Vanaf april dit jaar zullen er bijvoorbeeld, op initiatief van de Partij voor de Dieren, geen vergunningen meer worden verstrekt aan toeristische paardenkoetsen.

Reden: het stadse leven is niet bevorderlijk voor het welzijn van de edele dieren. Bij maneges door heel Nederland worden de leefomstandigheden kritisch bekeken, onder meer door de stichting Dier&Recht.

Gelukkig hoeven alle paardenmeisjes en -jongens Amsterdam voorlopig nog niet uit. Hier kan nog volop worden gereden, geborsteld en geknuffeld op en met paarden.

Van de Hollandsche Manege, de oudste rijschool van Nederland en een verborgen parel met statige houten trappen en balkons, tot de ponyclub in het Rembrandtpark, en verschillende maneges aan de rand van de stad, zoals die in het Amsterdamse Bos (De Amsterdamse Manege) en in Diemen (De Eenhoorn).

Met de buitenbak, de geur van stro en paardenmest waan je je daar even op het platteland. Voor de hippische Amsterdammer is het rijden vaak een uitlaatklep en dé manier om alle hectiek van de stad voor een uurtje de rug toe te kunnen keren. "Die ene dag paardrijden in de week voelt als een vakantie in eigen stad."

Merjam Chelah (7) rijdt vandaag op Bonny bij Ponyclub bij bouwspeelplaats Het Landje in het Rembrandtpark

"Ik hou veel van dieren. Vanaf deze zomer heb ik twee tot drie keer per week rijles bij Het Landje, dat is vlak bij ons huis. Iedereen die hier les krijgt, moet ook meehelpen met het verzorgen van de pony's en ook het uitmesten van de paddock hoort erbij. Soms mogen we hun staarten wassen met speciale shampoo en crèmespoeling.

In de zomervakantie was er een ponykamp hier op Het Landje, we sliepen toen met zijn allen in tenten. Met kerst hebben we de pony's verwend met een speciaal diner. Ze kregen een bakplaat met wortels, appels en brood. Daarna gingen we met de pony's de foto.

Mijn lievelingspony is Betty, ze is heel lief en bokt nooit, op haar rijd ik het beste. Betty heeft ook een heel lief veulen gekregen, Curly. Van de grotere kinderen leer ik hoe ik de pony's moet opzadelen en hoe je ze het beste borstelt. Ik kijk ook veel filmpjes op YouTube om meer over paarden te leren.

Voor de kerstmarkt van Het Landje heb ik met mama tachtig cupcakes gebakken, we verdienden er 100 euro mee. Die heb ik aan de ponyclub gegeven, zodat ze goed voor de pony's kunnen blijven zorgen.

Beeld Dingena Mol

Zoë Day Van Burden (8) rijdt een keer per week bij De Hollandsche Manege, dit keer op Flanagan

"Ik rij sinds mijn zesde, eerst in Noord, tot ik vorig jaar oud genoeg was om bij de Hollandsche Manege op les te gaan. Ik mag vaak voorop rijden, dan bepaal je het tempo voor de rest van de groep. Voor de les mogen we een paard uitkiezen waarop we willen rijden.

Het liefste rij ik op een groot paard, zoals Flanagan, die is 1,60 meter hoog, zelf ben ik 1,35 meter lang. Bang ben ik bijna nooit, ik vind paarden juist heel lief. Mijn paardrijkleren heb ik zelf uitgezocht, mijn cap vind ik heel mooi, want er zitten diamantjes op.

Ik teken ook graag paarden, of ik speel met mijn vriendinnen dat we paarden zijn. Ooit zou ik wel een eigen paard willen hebben, maar niet in de stad, dat vind ik zielig met al die auto's en de tuinen zijn niet zo groot.

Als ik later groot ben, wil ik acteur worden die kan paardrijden én zingen. Wie weet kan ik dan een goede heks spelen op een Pegasus, dat is een paard dat kan vliegen. Ik droom ook weleens dat ik op een alicorn rij, dat is een paard met vleugels en toverkrachten.

In de zomervakantie heb ik voor het eerst paardgereden op het strand van Aruba. Toen ging ik heel hard galopperen door de branding. Dat voelde ook wel een beetje als vliegen."

Beeld Dingena Mol

Dirk van der Wulp (69), gepensioneerd biologie­leraar en trainer in het onderwijs, rijdt een keer per week bij manege ­Geuzeneiland; hier op Olaf

"De eerste keer dat ik paard­reed was op mijn twintigste, ik was meteen verkocht. Toen ik een periode heel druk was met mijn werk kwam de klad in het paardrijden, tot ik vijftien jaar geleden Manege Geuzeneiland ontdekte via mijn schoonzus. Ik kwam voor een paar lessen, om te oefenen voor een trektocht met paarden in Roemenië, maar ik ben nooit meer vertrokken.

Elke vrijdag heb ik rijles en daarna blijf ik altijd wel een ruim uur om te helpen en klusjes op te knappen, dat hoort erbij. Ik woon in de binnenstad, en de manege ligt in een prachtig stukje natuur, op een eilandje bij de Sloterplas. Als ik een dag op de manege ben, voelt het altijd alsof ik op vakantie ben in eigen stad.

Er vliegen hier buizerds en ooievaars, er zijn konijntjes en er wordt weleens een vos gesignaleerd. Ik vind het leuk om met paarden om te gaan en een beetje te paardenfluisteren. Ze hebben een eigen taal, die je als ruiter moet leren spreken.

Als leraar heb ik ook van paardrijden geleerd; soepel zijn met de teugels en 'de baas' zijn zonder je stem te verheffen, dan bereik je het meeste."

Beeld Dingena Mol

Roos Wattel (32) woont in Castricum en heeft een eigen paard, Ishmir

"Mijn zus en ik zijn altijd echte paardenmeisjes geweest, we waren geabonneerd op Ponyclub en de Penny en vanaf mijn zesde gingen we elke zaterdag naar de manege in Sloten. Paardrijden staat voor mij synoniem voor vrijheid, buiten rijden is het mooiste wat er is.

Ik stopte uiteindelijk met de rijlessen. Het werd saai en ik kon de gesprekken niet volgen, omdat ik doof ben. Drie jaar zorgde ik voor een pony, maar een eigen paard stond altijd bovenaan mijn verlanglijstje. Op mijn zeventiende had ik genoeg gespaard om een pony te kunnen kopen.

Met Ishmir was het liefde op het eerste gezicht. Ik zorg samen met mijn zus voor hem. Paarden zijn spiegels van de ziel; ik heb ontzettend veel van Ishmir geleerd. Omdat ik doof ben, heb ik denk ik een goed oog voor de non-verbale communicatie van paarden. Ik voel hun mimiek, hun houding, spierspanning en uitstraling goed aan."

Roos Wattel (32), toegankelijkheidsadviseur voor kunst -en cultuurinstellingen, mede-initiatiefnemer van Musea in Gebaren, waar dove mensen worden opgeleid tot museumgids Beeld Dingena Mol
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden