Plus

Dicky zorgde als tiener voor zijn terminaal zieke moeder

Als tiener zorgde Dicky voor zijn terminaal zieke moeder, hield het huishouden draaiende, regelde de crematie en moest intussen zijn schooldiploma halen. Hij wenst het geen kind toe. 'Ik voelde me aan mijn lot overgelaten.'

Dicky, nu 19 jaar: 'Mijn moeder zei vaak hoe trots ze op me was' Beeld Marco Okhuizen

De Amsterdamse Dicky was 15 toen het gruwelijke bericht kwam: zijn moeder was terminaal ziek. Endeldarmkanker. Ze had nog 1,5 à 2 jaar te leven. Dicky, nu 19 jaar, zou achterblijven met zijn 6 jaar oudere broer. Hoe zou dat gaan? Hoe moesten ze zich financieel redden? Hun vader was al uit beeld sinds zijn 4de jaar.

Het eerste jaar na het vreselijke nieuws probeerden de drie zo normaal mogelijk door te leven. "Mijn moeder had nog weinig klachten. Het eten stond 's avonds gewoon op tafel," vertelt Dicky.

Toch was de situatie niet normaal. Iedereen wist: moeder Suk-Ian Wong zou overlijden. Het ziekenhuis waar zijn moeder onder behandeling was, verwees Dicky al vroeg naar een kinderpsycholoog.

Het was de enige hulpverlener die echt naar de kinderen omkeek in een lange, zware periode die zou volgen. "Eerst vond ik het bullshit, maar later heb ik daar ontzettend veel aan gehad. Dat gun ik ieder kind."

Schuldig
Want het tweede jaar ging het snel bergafwaarts met zijn moeder. Ze kreeg uitzaaiingen. Dicky verzorgde haar wonden, regelde de overdracht aan de wisselende hulpverleners. Hij deed de boodschappen, ruimde het huis op, kookte, waste, hield de financiën in de gaten, ging mee naar het ziekenhuis.

"Mijn moeder zei vaak hoe trots ze op me was. Dat ik zo'n groot verantwoordelijkheidsgevoel had. Maar ze voelde zich ook schuldig dat ze niet meer voor ons kon zorgen. Ik nam alles automatisch over. Mijn broer trok zich juist terug, dus ik had het gevoel dat ik geen keuze had."

Tegelijkertijd moest Dicky het hoofd boven water houden op school. De tiener zat in 3 vwo en haalde geen uitmuntende cijfers.

Naarmate zijn moeder zieker werd, was het steeds lastiger om zijn werk bij te houden. "Als je thuiskomt, staat je hoofd echt niet naar het maken van huiswerk. En ik was ook moe, want de zorgverleners stonden 's ochtends al vroeg voor de deur."

In overleg met school besloot Dicky in 4 havo verder te gaan. Een teleurstelling, want hij wilde graag geneeskunde studeren. "Het zorgde voor meer rust. Het schoolwerk werd veel makkelijker voor me."

Bizar
Hij baalt nog steeds van die keuze. Liever had hij huiswerkhulp of bijles gehad. "Er zijn genoeg klasgenoten die soortgelijke cijfers hadden en hun diploma wél hebben gehaald."

Inmiddels zit de tiener in het tweede jaar van een hbo-opleiding biologie en medisch laboratoriumonderzoek. "Ik twijfel of ik dat moet blijven doen. Volgend jaar wil ik mijn vwo-certificaten halen om alsnog geneeskunde te kunnen studeren."

Het is niet het enige moment waarop Dicky de juiste begeleiding heeft gemist. In de maanden voordat zijn moeder overleed - 'ze was echt al heel erg ziek' - moest hij een verhuizing regelen.

Het gezin woonde op de vierde verdieping, maar had een huis op de begane grond gekregen. "Gelukkig kreeg ik hulp van mijn vrienden en hielpen wat ouders de spullen verhuizen. Het is eigenlijk bizar, liepen we daar met een stel 16-jarigen."

Toen brak de laatste week van zijn moeders leven aan. Ze sliep alleen maar, als ze bijkwam, sprak ze warrige taal. Dicky ging wel naar school, maar had constant stress. Wat als dat ene telefoontje zou komen en hij naar huis moest racen?

25%

Bijna een kwart van kinderen met ernstig zieke ouders neemt op jonge leeftijd de zorg voor hun vader of moeder op zich.

Vlak voor kerstmis blies zijn moeder haar laatste adem uit, 50 jaar jong. In het bijzijn van familie en haar twee zoons. Dicky, nog maar 16 jaar, achterlatend.

"Ik was een emotioneel wrak, maar direct wist ik dat we van alles moesten regelen voor haar uitvaart."

Want ja, wie moest het anders doen? "Mijn moeder had ons een nummer gegeven dat we moesten bellen. Van een uitvaartverzekeraar of zo. Die deed gelukkig veel, maar we moesten wel allerlei beslissingen nemen. Bijvoorbeeld over welke kist we wilden."

Snel volwassen
Dicky ging door op de automatische piloot. En dat zou hij nog een tijd blijven doen. Hij moest op zoek naar een leven zonder moeder. Waar moesten de jongens van leven? Waar hadden ze recht op? Welke zaken moesten ze in de nasleep van het overlijden nog regelen?

"Dan kregen we weer een brief van de Belastingdienst en had ik echt geen idee wat ik ermee moest. Ik wist ook totaal niet bij wie ik dat kon navragen."

Om nog maar een ander voorbeeld te noemen: zijn moeder had geld bij twee pensioenfondsen. Hoe kwam Dicky erachter waar hij als minderjarige zoon recht op had? En een uitkering? Kreeg hij die? "Ik heb echt allemaal mensen gebeld. Toen bleek dat mijn vader formeel nog voogd was, omdat hij wel leeft. Daarom had ik geen recht op een uitkering."

Het waren praktische zaken die Dicky na een zware periode moest oplossen. Op een leeftijd waarop hij bezig had moeten zijn met uitgaan en verliefdheden. "Ja, ik moest snel volwassen worden, te snel. Ik had zorgen over geld. En ik wist helemaal niet naar wie ik toe kon met vragen. Ik voelde me aan mijn lot overgelaten."

Om andere kinderen dat leed te besparen, vertelt Dicky zijn verhaal. "Ik wil mensen ervan bewust maken dat deze situaties bestaan. En ik wil andere jongeren in zo'n situatie laten weten dat ze niet alleen zijn."

'Signalen beter oppikken'

Kinderen van ernstig zieke ouders krijgen te weinig hulp. Bijna een kwart van hen neemt op jonge leeftijd de zorg voor hun vader of moeder op zich en stort zich op het huishouden.

Kinderombudsman Margrite Kalverboer constateert in een rapport dat vandaag is verschenen, dat deze kinderen zelf óók hulp nodig hebben. De kinderen in het gezin voelen zich niet gezien, doordat alle hulpverlening naar de ouder of ouders gaat.

In gezinnen waar ouders kampen met een psychische of lichamelijke ziekte, verslaving of beperking, nemen de kinderen al jong te veel taken op zich. Of ze cijferen zichzelf voortdurend weg om hun gezonde ouder niet nog meer te belasten. "Kinderen voegen zich naar de situatie thuis. Ze maken zich dienstbaar en klein. Aan de buitenwereld durven ze vaak niet alles te vertellen."

Kalverboer doet namens deze jongeren een oproep: hulpverleners, docenten en andere volwassenen, kijk ook naar wat wij nodig hebben. En vraag door tijdens gesprekken over de moeilijke thuissituatie. "Kinderen geven steeds signalen in de hoop dat de docent of hulpverlener die oppikt, maar dat gebeurt vaak niet," merkt Kalverboer.

Officieel moeten hulpverleners een kindcheck doen: bij problemen in het gezin horen ze te controleren of de kinderen veilig zijn. In de praktijk blijkt die echter lang niet altijd (goed) te worden uitgevoerd.

Juist op de scholen worden de problemen zichtbaar, doordat de jongeren 'lastig gedrag' gaan vertonen. "Als ze lange tijd alles wat er thuis gebeurt opkroppen, komt die woede er een keer uit. Maar op school worden ze vaak gezien als rotkinderen en krijgen ze het advies een niveau lager te gaan," aldus Kalverboer.

Dat is nu net níet de oplossing die de kinderen zelf graag zien. Zij hopen op meer steun vanuit de school, bijvoorbeeld door hulp te bieden bij het maken van huiswerk als dat thuis lastig is. Van hulpverleners verlangen de kinderen meer informatie te krijgen over hun zieke ouder. Nu gebeurt het dat ze nergens van weten.

Kalverboer: "Natuurlijk kun je niet alles bij een kind wegnemen als een ouder ziek is. Maar als je het niet goed begeleidt, ontstaan emotionele of gedragsproblemen."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden