Plus PS

Dick Bekedam: 'Iedere gynaecoloog heeft zijn eigen kerkhof'

Dick Bekedam (64) zou het efficiënt vinden als alle eerstelingen in het ziekenhuis werden geboren. De specialist over de stammenstrijd tussen ziekenhuizen en verloskundigen, het mooie van hechting en lastige keuzes. 'Als ik bij mijn besluit was gebleven, had het kind geleefd.'

Dick Bekedam: 'De eerste keer dat ik een kind verloor, is lang geleden. Die gevallen vergeet je niet' Beeld Merlijn Doomernik

Dick Bekedam dacht tijdens zijn studie dat hij tropenarts zou worden. Hij kende het daar al een beetje. Als kind van een tabaksboer woonde hij tot zijn twaalfde in Indonesië en Rhodesië (nu Zimbabwe). Na een middelbareschooltijd in Deventer ging hij medicijnen studeren in Groningen. Gynaecologie als specialisme kwam niet in zijn hoofd op. Tot hij als coassistent een bevalling aanschouwde, vertelt hij in de keuken van zijn mooie, oude huis aan het haventje van Broek in Waterland.

Er komt cappuccino op tafel, hond Druif ligt ernaast. "Mijn broer, zus en ik kregen thuis weinig seksuele voorlichting. Wat ik wilde weten, scharrelde ik zelf bij elkaar. Dat ik een vak zou kiezen dat ermee samenhing? No way. Echter, de eerste keer dat ik het hele proces van een geboorte meemaakte, was ik getroffen. Hier gebeurt echt iets, dacht ik."

Op uw afdeling in het OLVG stond bij mijn bevalling ook een coassistent voor wie het een primeur was. Toen mijn dochter werd geboren, riep hij: wow, er komt gewoon een mens uit!
"Ja, goed hè? De eerste keer is ook een bizarre ervaring. Bij mij is de uitzinnige verwondering wel weg na al die jaren; ik weet inmiddels dat er een mens uitkomt. Maar een geboorte blijft een magisch moment, zeker. En bij zeer moeilijke bevallingen die me doen twijfelen over de afloop, voel ik een enorme opluchting als ik een goed kind aanpak. Dat blijft."

Zou u de ervaring van zwanger zijn en bevallen willen meemaken, als het kon?
"Bevallen weet ik niet, dat zou ik misschien wel afgeven. Het kind dragen lijkt me een zeer bijzondere fase in het leven van een vrouw. Al zit ik prima in mijn man-zijn, dat had ik graag willen ervaren. Ook om de hechting tussen moeder en kind na de geboorte. De interactie tussen die twee is met name de eerste zes maanden zo intens."

"Als vader kijk je in die ­periode naar een diep proces waar je min of meer buiten staat. Na de komst van ons eerste kind nam ik me voor mijn vrouw in alles bij te staan; 's nachts opstaan, helpen met de borst­voeding. Nou, ik hoorde hem niet eens als ik sliep. Mijn vrouw hoorde hem elke seconde."

"Het is echt een fantastisch fenomeen, de hechting. In mijn werk zie ik het steeds weer ontstaan. Iets basalers dan geboorte is er niet. Onze drijfveren in het bestaan zijn seks en voortplanting. Iedereen heeft ermee te maken. Dat is het leuke aan mijn vak."

Dick Bekedam begon in 1991 als gynaecoloog in het oude Anna Paviljoen van het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis, na zijn promotie en specialismeopleiding in Groningen. Binnen zijn vakgebied richtte hij zich gaandeweg steeds meer op de verloskunde. Nu hij bijna 65 wordt, gaat hij ergens in het komende jaar met pensioen.

Hij zal niet helemaal stoppen met baby's ter wereld brengen. Hij is van plan om voor periodes van steeds een paar maanden terug te keren naar de tropen, naar ontwikkelingslanden waar de gynaecologische zorg vaak te wensen overlaat. "Je kunt veel voor vrouwen betekenen in die landen. Maar goed, ook hier is het dankbaar werk. Barenden en hun partners zijn altijd zo blij als ze vakkundig en liefdevol zijn geholpen."

Wat trof u aan in het OLVG toen u begon?
"Een ander gebouw dan nu, om te beginnen. Het oude Anna Paviljoen was gevestigd aan het 's-Gravesandeplein. Mijn sollicitatiegesprek had ik in juni. Het was mooi weer, voor de deur zat een anarchistische bende van patiënten in rolstoelen te blowen. Ik kwam net uit Groningen, niet helemaal bleu, maar het was toch een hele overgang. Heel leuk eigenlijk."

"Niet lang daarna zijn we verhuisd naar een etage in het gebouw aan het Oosterpark. Die was niet groot genoeg. Vooral de verloskamers waren klein. We hadden toen nog last van de overheid die dicteerde wat je als ziekenhuis moest doen met je vierkante meters. Het gaat nu vaak over de toenemende bureaucratisering in de gezondheidszorg. Dat was destijds ook al zo."

"Wij zijn gelukkig wel vooruitgegaan. Sinds 2014 zitten we in het nieuwe Anna Paviljoen, met geweldige kamers waar moeder en kind altijd bij elkaar liggen, ook als de baby een infuusje nodig heeft of een tijdje in een couveuse moet. Ik ben blij dat we dat voor elkaar hebben gekregen."

Vindt u het lastig om afscheid te nemen?
"Nou, ik ga het zeker missen. Maar ik kan het wel rationaliseren. Op een goed moment moet je vertrekken, plaats maken. Het grootste probleem is dat ik niet verder kan met mijn plannen om de integratie te verbeteren tussen de eerste lijn en de tweede lijn in de geboortezorg."

"De tweede lijn zijn de ziekenhuizen, de eerste lijn zijn de verloskundigen om de hoek, in Nederland een autonome beroepsgroep. Ik vind dat er veel intensiever moet worden samengewerkt. Dat is een ingewikkeld, precair proces dat al jaren speelt; het is echt een stammenstrijd met verschillende ideologieën."

Heeft u iets bereikt in deze stammenstrijd?
"Ja, in Amsterdam-Oost hebben we het nu best goed voor elkaar, met de oprichting van het IGO, de integrale geboortezorg organisatie, waarin wij als afdeling nauw samenwerken met zeven verloskundigenpraktijken. Dat is al fantastisch."

Wat verandert het voor de zwangeren?
"Dat we een gezamenlijk pad bewandelen. We bespreken alle lastige gevallen elke week met elkaar. Dat geeft meer zicht op wat er gebeurt gedurende een zwangerschap. Bij OLVG West zijn we helaas nog niet zover, omdat de controverse tussen de eerste lijn en het ziekenhuis er veel scherper is."

"De verloskundigen willen niet in zo'n constructie. Dat is daar vloeken in de kerk, uit lijfsbehoud. En volgens mij hoeft dat helemaal niet zo te zijn. Verloskundigen zijn in dit land onmisbaar. Ook in een geïntegreerd verloskundig systeem houden zij de regie, zolang het medisch verantwoord is."

Dick Bekedam: 'Op een goed moment moet je vertrekken, plaats maken' Beeld Merlijn Doomernik

Is er in de toekomst nog ruimte voor de autonomie van verloskundigen?
"Niet volledig, denk ik. De geboortezorg is zodanig complex geworden. Van alle bevallingen vindt nog slechts een derde plaats bij een eerstelijnsverloskundige, zeventig procent onder leiding van een gynaecoloog in een ziekenhuis."

Nederlandse vrouwen beginnen hun zwangerschap toch wel bijna allemaal bij een zelfstandige verloskundige?
"Tachtig procent. Daar staat tegenover dat een betrekkelijk klein percentage tot het einde van de rit in de eerste lijn blijft. Dat vraagt om een nieuwe blik, een andere, integrale organisatie, zodat je een en ander beter op voorhand kunt sturen.:

"Voldoende ruimte op de verloskamers bijvoorbeeld. Nu moeten Amsterdamse verloskundigen vaak lang rondbellen naar ziekenhuizen voor ze een plek hebben gevonden voor hevig barende vrouwen die tijdens de bevalling overgedragen moeten of willen worden. En dat gebeurt heel vaak. Als we in een eerder stadium overleggen, kunnen we dit probleem grotendeels oplossen."

Bevielen vrouwen meer thuis in uw eerste jaren als gynaecoloog?
"O ja, veel meer. De thuisbevalling is natuurlijk van oudsher het boegbeeld van de Nederlandse bevallingscultuur. Daar is niet zoveel mis mee, maar we kunnen niet terug naar de tijd waarin een gynaecoloog met een tas verlostangen op zijn fiets sprong om een verloskundige te helpen bij een baby die er niet uit komt."

"De maatschappelijke vraag is verschoven. Mensen denken anders over risico's. Steeds meer vrouwen kiezen voor het ziekenhuis, bijvoorbeeld omdat ze dicht bij de ruggenprik of andere vormen van pijnbestrijding willen zijn. Daar kun je van vinden wat je wilt, maar het is hun goed recht."

Een paar jaar geleden ontstond veel discussie over het in Nederland hoge percentage babysterfte rond de geboorte. Hoe is het daar nu mee gesteld?
"Onze positie binnen Europa is sinds die desastreuze boodschap verbeterd. Optimaal is het nog niet. Als je ons vergelijkt met landen als België, Duitsland of Scandinavië doen wij het nog steeds beduidend minder goed."

Komt dat door de thuisbevallingen?
"Nee. Het is niet zozeer de thuisbevalling, als wel de organisatie rond een zwangerschap en een bevalling. Als je goed en tijdig selecteert, is er niets mis met thuis bevallen onder leiding van een verloskundige. Ik ben er echt niet tegen - twee van mijn drie kinderen zijn thuis geboren - maar je moet wel zeker zijn dat het kan. Er moet bijtijds een behoorlijke risicoafweging zijn gemaakt. Daar ontbreekt het nog te vaak aan."

"Laatst liet een collega me 'De ooievaar' lezen, een rubriek in Het Parool. Er werd een situatie beschreven die je echt niet wilt hebben. Een baby geboren ergens op tweehoog. Een grote vrouw met een heel dikke buik die voor het eerst baart. De kans dat zo'n groot kind blijft steken is groot, zeker bij een eerst-barende."

"Gelukkig ging het goed. Het kind kwam eruit, en woog 5100 gram! Vervolgens verloor de moeder enorm veel bloed. Ze moest afgevoerd worden met een ambulance en verloor onderweg drie keer het bewustzijn. Dat is nou een verhaal waarvan ik zeg: de verloskundige heeft de bevalling top gedaan, maar het is en blijft een near miss omdat er iets fout ging bij het inschatten van het risico."

U hamert op de vrouwen die niet eerder baarden. Zou het helpen als eerste baby's sowieso niet meer thuis geboren worden?
"Dat denk ik weleens, ja. Dat zou in elk geval efficiënter zijn, want eerst-barende vrouwen moeten zo vaak overgedragen worden. Bevallingen van het tweede, derde of zevende kind kun je bij wijze van spreken ook aan de vader overlaten; die rollen eruit. Eerste kinderen komen echt veel lastiger en trager ter wereld. Daarmee moeten we rekening houden, ook omdat de ervaring van verloskundigen drastisch afneemt."

"Het aantal verloskundige hulpverleners per duizend zwangeren is sinds 2000 bijna verdriedubbeld. Daardoor is het totaal aantal bevallingen per individu veel lager dan circa tien jaar geleden. En daarmee neemt de ervaring en dus de expertise af. Hoeveel bevallingen denk jij dat een eerstelijnsverloskundige gemiddeld doet per jaar? Bevallingen die ze afmaakt, waarbij ze de baby aanpakt."

Tachtig? Nee, dat is wel heel laag. Laten we zeggen, 3 bevallingen per week keer 52 min zes weken vakantie of zo, dus 46. Misschien 130?
"23, volgens de cijfers uit 2015 van het Nederlands Instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg. Ze zijn natuurlijk betrokken bij veel meer bevallingen, maar 23 keer maken ze het werk helemaal af. Daar komt bij dat 13 van die 23 multen zijn: vrouwen die eerder bevielen. Van de iets lastigere bevallingen doen ze er gemiddeld tien per jaar."

"Wat ik hiermee wil zeggen is dit: verloskundigen in Nederland zijn goed opgeleid, alleen wordt hun exposure beperkter. Natuurlijk zijn de echt lastige gevallen relatief zeldzaam, maar je moet altijd voorbereid zijn en weten waar je terecht kunt als het erop aankomt."

Het gesprek wordt afgebroken omdat ik mijn kind moet ophalen aan wier plastic OLVG-bedje Bekedam ook nog een paar minuten heeft gestaan na haar geboorte (hij weet dat niet meer). Vier dagen later zien we elkaar weer, in het Anna Paviljoen. Het is zaterdagochtend half tien. Zes vrouwen liggen te baren in verschillende fasen van de bevalling. Bekedam heeft dienst.

Dat betekent tegenwoordig bij het OLVG dat er altijd een gynaecoloog op
de afdeling moet zijn. Ook 's nachts, ook in het weekend, zodat hij of zij meteen klaarstaat en niet eerst nog een halfuur onderweg is van huis. In steeds meer Nederlandse ziekenhuizen geldt deze regel, met een positieve invloed op de hoogte van het babysterftecijfer.

Hoeveel bevallingen doet u zelf per jaar?
"Het zijn er geen duizenden, wel een stuk meer dan 23. Ik kom er tegenwoordig natuurlijk alleen nog aan te pas bij moeilijke bevallingen: kunstverlossingen, ­sectio's. En dat is ook goed. Jonge gynaecologen in opleiding en onze klinische verloskundigen - in dienst van het ziekenhuis - moeten de kans krijgen zo veel mogelijk ervaring op te doen. Zonder dat moeder en kind eronder lijden."

Artsen specialiseren zich steeds meer. Wat is het effect daarvan op uw vak?
"Onze algemene brede medische kennis neemt af, zeker. Ik doe al jaren vrijwel alleen nog verloskunde, terwijl ik vroeger ook ander gynaecologisch werk verrichtte. Het verwijderen van baarmoeders en eierstokken, dat soort dingen. Dat ik dit niet meer doe, behoort tot de maatschappelijke ontwikkeling van verdergaande specialisatie. Dat is zeker een stap vooruit, al blijft er altijd behoefte aan mensen die het geheel kunnen overzien."

"Ik zie het ook bij assistenten. Bij het minste of geringste afwijkende wordt de hulp van een andere superspecialist ingeroepen. Ik zeg dan: denk eerst na, probeer het zelf op te lossen met de kennis die je hebt. Anderzijds moet je als arts ook je grenzen kennen."

"Gek genoeg gebeurt in de verloskunde tegelijkertijd het omgekeerde: er komen steeds meer verloskundige dienstverleners die minder vaak voor een moeilijk geval staan. Dat is geen vooruitgang. Bovendien heeft de groeiende concurrentie een economische kant die me niet zo aanstaat."

Dick Bekedam: 'Verloskundigen in Nederland zijn goed opgeleid, alleen wordt hun exposure beperkter' Beeld Merlijn Doomernik

En die is?
"Dat er allerlei flauwekul wordt aangeboden om zwangeren te lokken. Neem een verloskundigenpraktijk als Femme, in Zuid. Daar kun je alleen zorg krijgen als je een extra pakket van 750 of 1500 euro betaalt bovenop het bedrag dat zij declareren bij de verzekeraars. Daarvoor krijg je acupunctuur, een gesprek met een seksuoloog, extra echo's."

"Het is, vrees ik, vooral een marketingstrategie. Daarmee wil ik niet zeggen dat Femme geen goede verloskundigen heeft hoor. De vrouwen uit hun praktijk die uiteindelijk bij ons terechtkomen zijn erg tevreden, dus wie ben ik om er iets van te vinden? Maar toch, ik vind het geen wenselijk sociaal systeem."

Dat is toch evengoed tegemoetkomen aan een maatschappelijke vraag als het zetten van meer ruggenprikken?
"Nou, het ligt toch iets anders omdat extra echo's en acupunctuur niet voor iedereen bereikbaar zijn. Het klopt toch niet dat je betere zorg kunt krijgen als je maar betaalt?"

Is het wel betere zorg?
"Dat weet ik niet. Er gaan in het vak wel steeds meer stemmen op voor meer echo's zodat we minder vaak voor verrassingen komen te staan over bijvoorbeeld de groei van de baby. Dat moet dan alleen wel voor iedereen gaan gelden."

"Kijk, veel vrouwen in mijn praktijk ­vragen of ik niet sowieso bij hun bevalling kan zijn. Nee, zeg ik dan, als ik geen dienst hebt, lukt het niet. Het is ondenkbaar dat ik er wel zou staan als ze mij tweeduizend euro meer betalen. In Engeland en de Verenigde Staten gebeurt dat wel, op grote schaal zelfs."

"Ik ken een Britse gynaecoloog, leuke man, die 25 zwangeren per jaar inschrijft. Zij betalen hem veertigduizend pond en dan is hij er ook altijd voor ze. Wat is het gevolg? Hij gaat keizersneden afspreken om zijn praktijk te reguleren. Nu zie ik zoiets hier niet snel ontstaan, maar hoe dan ook, marktwerking in de verloskunde is volgens mij niet wenselijk."

Geven we in Nederland te weinig uit aan geboortezorg?
"Er mag meer geld mag komen, ja. Er gaat nu heel veel naar de diagnostiek,
26 miljoen euro naar de nipt, een prenatale screeningstest naar onder andere het downsyndroom. Ik ben niet tegen de nipt, wel vind ik dat we rondom een bevalling ook meer zouden kunnen investeren, bijvoorbeeld in een constante, mentale een-op-eenondersteuning van de barende. Dat zou ons helpen om het keizersneepercentage niet te laten stijgen, omdat het een rustgevende uitwerking heeft."

Dick Bekedam: 'Uiteindelijk hebben we allemaal één gezamenlijk doel: een moeder en een kind die goed uit de geboorte komen' Beeld Merlijn Doomernik

"Nederland, met een percentage van slechts 17 procent keizersneden, behoort overigens nog steeds tot de beste van de wereld. Slogans als 'save your love channel, have a C-section' zien we hier gelukkig niet. De drempel is wel iets lager geworden."

"Dat is ook goed. Ik zie mijn opleider nog met zijn voet tegen de bedrand staan om te proberen een kind dat muurvast zat door het bekken heen te trekken. Dat doen we niet meer. Wel of geen keizersnee blijft voor mij wel altijd een lastige inschatting. Ik heb relatief veel grijze haren en ervaring, en nog vind ik het een heikel moment: kijk ik het nog even aan? Grijp ik in? Het zijn split second beslissingen, die grote gevolgen kunnen hebben."

En niemand maakt altijd de juiste beslissing.
"Nee, iedere gynaecoloog heeft zijn eigen kerkhof. Die gevallen vergeet je niet. No way. In je beginjaren ben je kwetsbaarder. De eerste keer dat ik een kind verloor, is lang geleden. Het was bij een Ghanese vrouw wier eerste kindje vier dagen na de geboorte in het AMC overleed aan een hartafwijking. Heel verdrietig."

"Ze kwam bij de volgende zwangerschap pas zes weken voor de uitgerekende datum voor het eerst bij me. Het kind lag er niet helemaal goed voor en het was enorm groot. We moeten een keizersnee doen, zei ik. De volgende controleafspraak kwam ze niet na. Bij 37 weken was ze er wel, met al een beetje weeën. Het kind lag inmiddels goed. Ik begon weer over de keizersnee. Zij zei dat ze gewoon wilde bevallen. Waarom niet, dacht ik. Het is haar wens. De vorige baby was ook 4,5 kilo. Dit kind is niet erg veel groter."

"Het ging mis. De schouders kwamen vast te zitten. We hebben alsnog met spoed een keizersnee gedaan. Het kind deed het hartstikke slecht; veel te weinig zuurstof gehad. Na twee dagen overleed het. Als ik bij mijn eerste besluit was gebleven, had het geleefd. Ik moest de kamer in om excuses te maken. De vader was woedend op me. Meer dan nederigheid was er niet. En we hebben alle uitvaartkosten betaald, ook van de eerste baby."

Heeft u ooit nog iets van haar gehoord?
"Ja. Kennelijk was er toch vertrouwen; bij haar volgende zwangerschap is ze bij me teruggekomen. Het was weer een monsterlijk groot kind. We hebben vroegtijdig een keizersnee gedaan en dat ging goed."

"Een bevalling is en blijft mensenwerk. Elke keer is het anders. Dat weet iedereen die werkt in de verloskunde. Daarom geloof ik ook zo in verbinding tussen de eerste en de tweede lijn, in elkaars fysieke nabijheid. Als ik daar nog iets meer vooruitgang in boek voor mijn vertrek, zou me dat veel genoegen doen. Uiteindelijk hebben we allemaal één gezamenlijk doel: een moeder en een kind die goed uit de geboorte komen."

Dick Bekedam

15 december 1952, Djember, Indonesië

1965-1971 Rijks-hbs, Deventer
1972-1980 Geneeskunde, Rijksuniversiteit Groningen
1980-1984 Diverse arts-assistent­schappen in Amsterdam
1985-1991 Specialisatie en staflid gynaecologie en verloskunde Academisch Ziekenhuis Groningen
1989 Promotie, onderzoek naar bewaking van foetale ­groei­vertraging
1991-heden Gynaecoloog/perinatoloog OLVG, Amsterdam. Tevens opleider van 2007-2014

Dick Bekedam is getrouwd, heeft drie kinderen en woont in Broek in Waterland.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden