Plus

Dhruv Boruah vist al fietsend plasticsoep uit de grachten

Amsterdam is een fietsstad met een grote maritieme geschiedenis. Wordt het niet eens tijd dat we die twee dingen combineren - en ondertussen het plastic uit het water vissen?

Milieuactivist Dhruv Boruah vist op zijn waterfiets plastic uit de grachten. Beeld Dingena Mol

Na afloop van een zeilrace van Los Angeles naar Hawaï voer de Amerikaanse oceanograaf Charles Moore in 1997 met zijn catamaran weer terug naar het vasteland.

Zijn schip was uitgerust met twee dieselmotoren, er was extra brandstof aan boord en Moore besloot een ongebruikelijke route terug te nemen: dwars door de Noord-Pacifische gyre, de grote cirkelvormige oceaanstroming in het noorden van de Grote Oceaan. Een plek waar zelden iemand kwam en waar hij dagenlang niets anders dan water zou zien.

Tenminste, dat had hij verwacht. 'Maar terwijl ik over het wateroppervlak staarde van wat een ongerepte oceaan had moeten zijn, werd ik, tot zover het oog reikte, geconfronteerd met de aanblik van plastic,' schreef Moore later in een verslag.

'Het duurde een week om de gyre over te steken en op welk moment van de dag ik ook keek, de plastic troep dreef overal: flessen, dopjes en zakjes.'

Kapitein Moore had zojuist een van de grootste drijvende vuilnisbelten ter wereld ontdekt. De Great Pacific Garbage Patch. De plasticsoep.

Alleen: daar gaat dit verhaal vooralsnog niet over. Dit gaat namelijk over waterfietsen in de Amsterdamse grachten. Loom en kabbelend, als op een bloedhete zomerdag. Je moet vooral niet te hard trappen, een beetje genieten van het uitzicht en maar kijken wat er voorbij komt varen.

Blowende Italianen
In de stad dobberen honderd witte waterfietsen. Eigenlijk zijn het een soort tandems, waarbij je bij deze variant naast elkaar zit. Met twee kinderzitjes achterop, waarin niet zelden een paar blowende ­Italianen zitten.

Is het eigenlijk wel een fiets? Wielen ontbreken. Een rem en een fietsbel ook. De enige overeenkomst met de fiets is dat er pedalen zijn, waarmee in dit geval een waterrad in beweging wordt gebracht. Een pedalo, zoals het apparaat in andere delen van de wereld wordt genoemd, is misschien een betere term.

Dhruv Boruah laat zijn waterfiets in de gracht glijden. De milieuactivist uit Londen vist plastic uit het water. Beeld Dingena Mol

De eerste waterfietsen - model Sunny, van het bedrijf Martini, net iets boven Rimini - gingen te water op 5 april 1984. De Amsterdamse binnenstad was op dat moment een grote puinhoop.

De vervallen panden zaten vol krakers, heroïnejunks en graffiti. De woonboten waren nog niet aangesloten op het riool, sommige huizen ook niet. Wie in het stinkende water viel, werd geadviseerd om zo snel mogelijk een tetanusprik te halen.

Het was op een warme zomeravond dat de toen 23-jarige Felix Guttmann een waterfiets leende van zeilmakerij Röell, die onder de Torontobrug nog een paar oude vervallen exemplaren had liggen. "Het was een prachtige avond, maar we waren de enigen op het water. Ik dacht: hier moeten toch meer mensen van genieten," zegt Guttmann nu.

Dus belde hij de gemeente of het oké was als hij waterfietsen ging verhuren. Daar had nog nooit een ambtenaar over nagedacht, dus duurde het een jaar voordat het geregeld was.

Ondertussen zocht Guttmann bij de Kamer van Koophandel in de dikke boeken met internationale handelsregisters naar een leverancier. Via de telex kreeg hij contact met Martini in Rimini en werden er aangepaste Sunny's besteld: een strandwaterfiets moet vooral versteviging hebben aan de onderkant, een grachtenwaterfiets aan de zijkant.

De Sunny's gingen ruim vijftien jaar mee. Na de eeuwwisseling werden ze vervangen door een eigen model, dat Guttmanns bedrijf Canal Bike liet fabriceren in Friesland. Op het gebied van de waterfiets is dat in Amsterdam de meest recente ontwikkeling geweest, aldus Guttmann. En dat is ergens vreemd.

Toegenomen drukte
Het aantal schepen voor de passagiersvaart in de grachten verdriedubbelde sinds 1994: er varen er nu bijna driehonderd. Er zijn niet alleen maar de klassieke rondvaartboten, maar ook salonboten, tjalken en kleine en grote sloepen zijn toegevoegd aan de vloot. Daarnaast is het aantal pleziervaartuigen in die periode verdubbeld.

Ooit waren het vooral oude tuindersvletten en zeilboten, maar inmiddels is het een hutspot van aluminium schepen, oranje reddingsboten en andere vanaf vakantieadressen geïmporteerde bootjes.

Kapitein Charles Moore, ontdekker van de plasticsoep. 'Er is overal zo ongelooflijk veel troep.' Beeld Dingena Mol

Er zijn kano's en op surfplanken staande suppers actief. Soms worden de grachten opgeschrikt door waterscooters. Tijdens de Canal Parade komt er nog weleens een flyboarder voorbij en een aantal jaren geleden was er nog een varende bus (waar plannen voor zijn om die weer terug te brengen).

Op de grachten is alles veranderd, maar de waterfiets is nog steeds dezelfde waterfiets. Voor een stad die zich erop voorstaat fietsstad te zijn, in een land met een grote maritieme geschiedenis, heeft er op het gebied van fietsen op het water opmerkelijk weinig ontwikkeling plaatsgevonden. Alhoewel.

Onlangs zat Felix Guttmann te lunchen bij De Belhamel op de Brouwersgracht, toen er een man voorbijkwam die een echte fiets had gemonteerd op twee grote, gele opblaasbare drijvers. Hé, een waterfiets, wat grappig, dacht Guttmann.

Met zijn bamboefiets en een gigantische rugzak op was Dhruv Boruah (35) een paar uur eerder uit de trein gestapt op CS. Daarna was hij naar de steiger bij de Herenmarkt gewandeld, waar hij de twee meterslange gele plastic drijvers uit zijn rugzak haalde en uitrolde.

Aan zijn fiets bevestigde hij een metalen frame, waardoor de wielen loskwamen van de grond. Daarna klom hij onder toeziend oog van een groep toeristen op zijn fiets, begon hij hard te trappen en vulden de twee drijvers zich met lucht. Als twee niet-gekromde bananen.

Opblaasbare drijvers
In Amsterdam is dan niets gebeurd op het gebied van waterfietsen, in de sector heeft wel degelijk innovatie plaatsgevonden.

Afgelopen jaren verschenen online spectaculaire beelden van futuristische waterfietsen, waarbij je echt over water lijkt te vliegen. De Schiller S1-C bijvoorbeeld, die zich met een prijs van bijna vijfduizend euro vooral richt op eigenaren van luxe jachten.

Beeld Dingena Mol

Nog spectaculairder is de Manta5, een hydrofoiler: een soort hometrainer op het water, waarbij je dankzij de draagvleugels met 15 kilometer per uur boven het water kunt zweven.

Te testen in het Amsterdamse water is de Manta5 nog niet. 'We hebben hier nu alleen nog het prototype,' mailt het bedrijf vanuit Nieuw-Zeeland. 'We hopen hem volgend jaar zomer te kunnen leveren, ook in Europa.'

Ook het Italiaanse bedrijf achter de Shuttle Bike laat weten geen testexemplaren van hun waterfiets in de buurt van Amsterdam te hebben. Zij maken een budgetversie van de Schiller S1-C: een doe-het-zelfpakket waarbij je elke willekeurige fiets kunt monteren op twee opblaasbare drijvers.

Door te trappen, zet je een schroef in beweging, waarmee je wordt voortgestuwd over het water. Een techniek waarmee elke fiets voor 1299 euro een waterfiets zou kunnen worden: ideaal voor Amsterdam, zo lijkt het. Dat je in plaats van langs de grachten - vol met toeristen, auto's en stilstaande busjes - ook óver de grachten kunt fietsen.

Aandacht voor plastic
"Voor mij is het vooral een conversation starter," zegt Boruah, terwijl hij aan de gracht zijn waterfiets in elkaar schroeft. Het is al snel duidelijk dat de Shuttle Bike een weinig pragmatische oplossing is voor een forens met haast: Boruah is er ruim drie kwartier mee bezig.

Dat komt ook doordat mensen hem continu vragen wat hij aan het doen is. Enkele toeristen willen een selfie met hem maken: ze zeggen dat ze over zijn project hebben gehoord. In de wateren in Groot-Brittannië fietst Boruah namelijk regelmatig rond, niet zelden gevolgd door een camera.

Vorig jaar maakte hij een tocht van 250 kilometer over de Theems, waarbij hij vanaf zijn fiets overal plastic uit het water viste. Dat is waar het Boruah om te doen is: aandacht genereren voor het wereldwijde probleem van plastic. En met zijn waterfiets trekt hij de aandacht.

Voorlopig hoeft hij niet te werken, vertelt Boruah. Als business consultant heeft hij jaren hard gewerkt, waardoor hij het zich nu kan permitteren om dagen met zijn fiets over het water te rijden om de wereld plastic flesje voor plastic flesje wat schoner te maken.

Hij is al een paar jaar fulltime milieuactivist, altijd op zoek naar avontuur met een doel. Zoals toen hij voor het goede doel een keer een ambulance van Madrid naar Mongolië reed. Of zijn plan om van Zuid- naar Noord-Korea te fietsen, overal fietsonderdelen te kopen en op de grens tussen beide landen een Koreaanse fiets in elkaar te zetten, om het vredesproces te stimuleren.

Nu wil hij het vooral over het gevaar van plasticvervuiling hebben. Dat is de reden waarom hij de krant mailde, toen hij van de fabrikant van Shuttle Bike hoorde dat we graag een waterfiets wilden testen. Hij moest toevallig toch in Den Haag zijn, voor een symposium over vervuiling van de wereldzeeën door plastic.

Dan kon hij ook wel even naar Amsterdam komen om zijn boodschap over te brengen. "Het lijkt ongevaarlijk, een plastic flesje in het water. Maar plastic wordt nauwelijks afgebroken in de natuur, het wordt alleen opgedeeld in steeds kleinere deeltjes. Daardoor ontstaat microplastic, dat zo klein is dat het bijna niet te zien is. En ondertussen komt het wel in vissen en in ons drinkwater terecht."

Interessant, maar hoe fietst zo'n echte waterfiets nu echt?

Als een reiger
Vanaf de steiger laat Boruah zijn waterfiets langzaam te water. Met een touwtje houdt hij hem vast, waarna hij er voorzichtig opklimt. Daarna klinkt zijn fietsbel en fietst hij weg.

Op de kade staan mensen hem te fotograferen. "Oh my god, he is riding a bike on the water," klinkt het. Vanaf rondvaart­boten kijken de toeristen hem via hun telefoonschermpje verbaasd aan.

Vanaf de langsvarende sloepen wordt Boruah toegeroepen. Dat het er goed uitziet. En dat het geniaal en briljant is. Vanaf de woonboten zwaaien mensen, vanaf een sloep biedt iemand hem een biertje aan.

Boruah fietst ondertussen stug door, speurend naar plastic - als een reiger die een vis zoekt. Soms maakt hij een plotse beweging en haalt hij met zijn afvalgrijper een stuk plastic uit het water.

Dhruv Boruah heeft veel bekijks. 'Oh my god, he is riding a bike on the water.' Beeld Dingena Mol

En als hij op de hoek Brouwersgracht/Herengracht een leeg flesje ziet drijven, trekt hij een sprintje. "Ik had meer van dit soort grote stukken verwacht," zegt hij vanaf zijn fiets. "Maar het zijn vooral veel kleine delen."

Dan ziet Boruah opeens iemand die hij kent. "Kijk, dat is kapitein Moore. Wow. Kapitein Moore!" roept Boruah, terwijl hij enthousiast naar een sloep zwaait.

Daarin zit een man met een kapiteinspet van plastic en een TED-talk-T-shirt aan. Het is Charles Moore, de man die sinds zijn ontdekking in 1997 de term plasticsoep en de gevaren daarvan op de kaart heeft gezet. Hij was voor hetzelfde symposium als Boruah naar Nederland gekomen en zit aan boord met de directeur van de Plastic Soup Foundation, juist om te praten over de toekomst van dit probleem.

Aan boord van de sloep vertelt Moore dat hij, ondanks het perfecte weer, niet echt kan genieten van dit soort vaartochten. De Amsterdamse grachten doen hem denken aan zijn zeiltocht door de Noord-Pacifische gyre en hij toont de stukken plastic die hij uit het water heeft gevist. "Er is overal zo ongelooflijk veel troep. En dat dringt allemaal onze voedselketen binnen."

Genieten is lastig
Moore moet doorvaren, om met de Plastic Soup Foundation verder te vergaderen over hoe dit wereldwijde probleem aan te pakken. Boruah wil wel even pauze van het plasticruimen en staat zijn fiets af.

Fietsen over water voelt als trappen door los zand, waarbij je een beetje van links naar rechts zwenkt. Alleen kom je op het water wél vooruit. Als je het stuur rechthoudt en je lichaam in balans houdt, kun je zelfs flink tempo maken, tot een kilometer of zes per uur.

Dan voelt het bijna echt als echt fietsen, waarbij je automatisch maar tevergeefs in de handremmen knijpt. Vrij nutteloos vergeleken met hoe snel en wendbaar je bent op een reguliere fiets op de straat, maar in theorie een leuke activiteit. Alleen is genieten inmiddels lastig: op de fiets van Boruah, met een afvalknijper in je hand, zie je opeens overal in de stad plastic drijven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden