Plus

Deze Amsterdammers geven een vluchteling een thuis

Ashraf houdt niet van het snelle eten hier, Mohamed moet erg wennen aan het verkeer, Achmed aan de taal, maar de vluchtelingen zijn dolblij met hun gastgezin via Takecarebnb. 'Ik voel me onderdeel van de familie.'

Ashraf Daoud woont bij Anne-Floor Quast en Frank Rijntjes.Beeld Dingena Mol

'Ashraf is heel open en we hebben dezelfde humor'

Het is een beetje passen en meten in de woning van vijftig vierkante meter op een hoog in de Hoofddorppleinbuurt in Zuid, waar Ashraf Daoud (24) sinds anderhalve maand woont bij het stel Anne-Floor Quast (27) en Frank Rijntjes (27). De badkamer sluit aan op de grote slaapkamer en de kledingkast staat in Daouds kamer. Maar het werkt: "We staan niet in de rij voor de douche." En belangrijker nog: het klikt. Er wordt vaak en hartelijk om elkaar gelachen.

De arts-assistent en arts-onderzoeker wilden helpen bij het vluchtelingenprobleem, maar vrijwilligerswerk was wegens tijdgebrek geen optie. "Toen wees een vriend ons op het verhuren van de extra kamer," zegt Rijntjes.

Sociaal leven
Quast: "We zijn jong, we maken lange dagen met diensten in het weekeinde, daarnaast hebben we een druk sociaal leven." Ze wilden iemand die bij die levensstijl past en het liefste een vrouw. "Want wat als ik alleen thuis zou zijn als Frank nachtdienst heeft?" Het bleek geen probleem, vanaf de eerste ontmoeting voelden ze zich bij elkaar op hun gemak. "Hij is heel open en we hebben dezelfde humor."

Daoud: "Ik was op zoek naar mensen die een beetje zijn zoals ik: met wie ik gemakkelijk kan praten en af en toe wat kan drinken. En waar ik thuis ook de privacy heb om te studeren. Ik vond ze meteen aardig, cool en relaxed."

Nederlands leren
Daoud vluchtte vanuit de Syrische havenstad Latakia toen hij na zijn studie mechanische en elektronische engineering het leger in moest. Via Turkije en Griekenland kwam hij naar Nederland. "In het azc was het verschrikkelijk. Het enige wat je daar kon doen was wachten." Nu loopt hij twee dagen per week stage in Den Haag bij een nieuwswebsite en hoopt hij binnenkort Nederlands te leren.

Daoud: "'s Middags appen we elkaar over het eten: hoe laat, met wie en wie kookt er? 's Avonds kijken we bijvoorbeeld samen televisie. Ik wilde graag het Nederlandse dagelijks leven leren kennen. Ik weet nu bijvoorbeeld dat Nederlanders heel goed zijn in plannen en heel georganiseerd zijn. Dat is in Syrië wel anders."

Openheid
Quast: "Wij realiseren ons soms niet helemaal dat het hier voor hem best anders moet zijn. Hij past zich namelijk zo gemakkelijk aan. Totdat hij vertelt over zijn familie of hoe ze dingen in Syrië aanpakken."

Daoud vindt de stad fantastisch en hij is lovend over de openheid en het fietsen. Maar die eetgewoonten, dat doen ze thuis in Syrië toch beter. "Daar staan we uren te koken en wordt er altijd uitgebreid gegeten. Hier koken ze een half uurtje en eten ze snel, snel." Daarom hebben ze binnenkort een etentje: "In Syrische stijl."

Beeld Dingena Mol

'We willen hetzelfde: onze gang gaan en dagelijks een praatje'

Mohamed (44) heeft vanochtend voor de tweede keer rijexamen gedaan. Hij schudt zijn hoofd en kijkt sip: weer niet gelukt. Thuis reed hij al vanaf zijn vijftiende. "Ze zijn hier wel erg streng."

De Palestijn was in Libanon eigenaar van een fabriek voor Arabische lekkernijen. Totdat hij moest vluchten, iets waar hij niet over wil praten: "Dat is mijn eigen verhaal." Hij moest vrouw en kinderen achterlaten en kwam na acht maanden asielzoekerscentrum (azc) via Takecarebnb terecht bij Rosa Knorringa (84) en dochter Ruth Oldenziel (58) op de Weesperzijde in Oost.

Tramrails
Hij loopt de trap op naar de zolderverdieping om zijn kamer te laten zien. Langs zijn eigen keuken en badkamer en het dakterras, waar hij zijn sigaretjes rookt. Sinds twee maanden woont hij hier. Met de privacy waar hij eerder zo naar verlangde en de mogelijkheid zijn nieuwe land en mensen te leren kennen.

"Als je een nieuw leven wilt beginnen, moet je naar buiten, met mensen praten. Dat kon niet in het azc," vertelt Mohamed. "Daar deed ik niet anders dan van het bed naar de keuken lopen. Hier spreek ik Nederlands tijdens mijn rijlessen, in de winkel, op de universiteit en hier thuis. Ik fiets naar de Albert Heijn en ben de eerste keer meteen gevallen toen ik over de tramrails reed. Het is even wennen, met al die auto's, trams en fietsers."

Beetje onwennig
Op de bank in de woonkamer vertellen ze over het eerste weekeinde met Mohamed. Oldenziel: "Ik deed enorm mijn best, wilde hem overal mee naartoe nemen. Maar hij lag alleen maar heel diep te slapen." Mohamed: "Ik wist niet dat ik zo moe was en hier voelde ik me meteen veilig."

Een beetje onwennig was het in het begin wel. Knorringa: "De eerste keer dat hij met mij at, heb ik een heel Hollandse maaltijd gemaakt. Gehaktballen met aardappels en spruitjes. Hij vond de spruitjes lekker. Maar het was erg aftasten." Mohamed: "Het was voor mij de eerste keer dat ik met een Nederlander aan tafel zat. Ik was onzeker en had veel vragen: Hoe eet je? Waar ga je zitten? Wat trek je aan?"

Onderdeel van de familie
Oldenziel: "Maar uiteindelijk ging alles veel makkelijker dan we hadden gedacht. We hebben behoefte aan dezelfde dingen: onze eigen gang gaan, maar wel dagelijks een praatje. Binnen twee weken waren we gewend." Mohamed: "Nu voel ik me onderdeel van de familie."

"Mensen vragen wel eens: 'Waarom neem je een vluchteling in huis? Iemand die je niet kent?'" zegt Knorringa. "Maar ik ben als Joods onderduikkind ook geholpen door mensen die mij niet kenden."

Beeld Dingena Mol

''s Avonds komen we elkaar weer tegen en oefenen we Nederlands'

"Het is hier altijd een komen en gaan van mensen," zegt Rienk Leemhuis (65). Op de bank zit een Portugees - een logé voor een paar nachten. Ze zijn muzikanten. Leemhuis speelt piano, zijn vrouw Alevtina Shiryaeva (49) viool en ze hebben een open huis. Een vluchteling opnemen was geen enkel probleem. Ze zijn extra mensen wel gewend in de beganegrondwoning in de Da Costabuurt in West.

Leemhuis zag de stroom vluchtelingen op televisie en dat maakte hem boos. "We wilden helpen, maar ook een ander gezicht laten zien dan dat van de relschoppers die tegen de komst van vluchtelingen zijn."

Piano
Het is de derde week dat Achmed (35) - niet zijn echte naam - bij hen logeert. De ingenieursassistent vluchtte vanuit Aleppo, Syrië, waar hij vrouw en kinderen moest achterlaten. Hij verbleef daar een paar maanden in een azc vlakbij Emmeloord. Toen hij zijn tijdelijke verblijfsvergunning kreeg, besloot hij dat het goed was om bij een Nederlands gezin te gaan wonen. Om werk te krijgen en de taal en cultuur te leren. Hier heeft hij een eigen slaapkamer. Als Leemhuis piano speelt, denkt Achmed aan thuis.

In de afgelopen twee weken gingen ze met zijn drieën een dagje naar het strand en uit eten bij de Libanees om de hoek. Verder trekt iedereen zijn eigen plan.

Achmed: "Ik wandel overdag veel om de stad te leren kennen, ik doe boodschappen of ga bij vrienden langs. 's Avonds komen we elkaar weer tegen. Dan oefenen we Nederlands met een spelletje op de telefoon."

Glaasje bier
"Haaientanden, grill met steenkool, zwabber," somt hij soepel op. "We praten hier Nederlands," zegt Leemhuis, "Ik heb respect voor hoe goed hij de taal al spreekt, al weet ik soms niet zeker of hij het wel begrijpt."

"We leven onregelmatig, eten niet voor negen uur 's avonds en hebben veel huisdieren. Degene die bij ons in huis kwam, moest wel zelfstandig zijn. We drinken veel wijn, Achmed drinkt af en toe een glaasje bier mee."

De nieuwe woonsituatie voelt voor iedereen al heel normaal. "We laten hem maar een beetje vrij, geven hem de ruimte om een nieuw leven op te bouwen."

Wat doet Takecarebnb?

Bij Takecarebnb zetten 35 vrijwilligers zich in om vluchtelingen met een status voor maximaal drie maanden aan een onderkomen bij een Nederlands gastgezin te helpen. In die tijd wachten ze op een eigen woning . Nadat de stichting in november 2015 werd opgericht, zijn vanaf half januari dertig vuchtelingen en gastgezinnen aan elkaar gekoppeld, op basis van voorkeuren van beide kanten.

Na een paar proefdagen bepaalt iedereen of het goed bevalt. In korte tijd nam het aantal aanmeldingen vanuit de azc's een vlucht. Al vijfhonderd statushouders, vooral mannen, gaven zich op. Daarom is de organisatie op zoek naar nog meer gastgezinnen. Maja Grcic, een van de twee directeuren: "We weten uit peilingen dat de er animo onder Nederlanders is, dus we zouden iedereen moeten kunnen plaatsen."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden