Plus

Details bleven achterwege bij Amsterdamse beeldhouwer Aart Lamerts

De Amsterdamse beeld­houwer Aart Lamberts wilde ooit beelden maken als de beroemde Dokwerker. In zijn werk liet hij details zo veel mogelijk achterwege. Wat overbleef was de essentie.

Zelfportret uit 1973.Beeld Aart Lamberts

Een typisch kunstenaarsatelier. Een ruime, witte zolder met twee bijlen naast de houtkachel. Er hangt een ouderwetse wandkoffiemolen in het keukentje. Het is half één. De kunstenaar - rood poloshirt en spijkerbroek - zet thee. Hij rookt een shaggie en kijkt uit zijn raam uit over de Wibautstraat. Hij houdt van vrouwen, vertelt hij. "Het zijn de leukste wezens die er bestaan." Daarnaast behoort een goed glas wijn ook tot zijn passies, zegt hij even later.

In een filmportret van Willem en Boele Weemhoff over Aart Lamberts (1947-2015), komt de Amsterdamse beeldhouwer naar voren als een vriendelijke reus. Een petit maître, van wie vrij veel beelden in de openbare ruimte staan, al werd hij nooit een bekende kunstenaar.

Wellicht kwam dat doordat hij niet graag in de belangstelling stond. Hij werkte stug door in zijn atelier, maar toonde weinig initiatief om het eindresultaat te exposeren. Het organisatorische gedoe rond een tentoonstelling vond hij zelfs een 'ramp'.

Waar hij ook niet aan kon wennen, is dat wildvreemden hun gedachten op zijn beelden konden loslaten. Dan stond hij maanden op een beeld te ploeteren, en vervolgens zag het publiek er dingen in die hij totaal niet bedoeld had.

Misschien was de geboren Amsterdammer geen makkelijke man; een makkelijk leven had hij zeker niet.

Zijn eerste werk in brons op de overzichtstentoonstelling bij Arti et Amicitiae verbeeldt zijn eerste vrouw op haar sterfbed. Ze overleed terwijl ze in verwachting was.

Lamberts groeide op in de Eerste Boerhaave­straat. Er was weinig geld in het arbeidersgezin en toen Aart werd toegelaten tot de Rijksacademie, waren zijn ouders niet onder de indruk. Hij moest een baan zoeken, vonden ze. Na bemiddeling van een docent aan de Rijksacademie mocht hij alsnog aan de studie beginnen.

Tramhalte
De Rijksacademie was destijds een traditionele opleiding, waar studenten les kregen in klassieke genres. Hij wilde aanvankelijk schilder worden, maar op de academie kwam hij erachter dat boetseren hem beter lag. Lamberts wilde in de voetsporen treden van Mari Andriessen, beelden maken zoals de beroemde Dokwerker.

De onderlinge verhoudingen tussen mensen komen steeds terug in zijn werk. Veel werk in Arti gaat over communicatie, over groepen mensen, over moeders met kinderen. Vanuit zijn raam bestudeerde hij het gedrag van reizigers op de tramhalte tegenover zijn atelier.

Zoals de stillevenschilder Giorgio Morandi potjes, vaasjes en flesjes bij elkaar plaatste, zo liet Lamberts verstilde figuren bij elkaar komen, waarbij de interactie tussen de figuren cruciaal is. Mensen ontmoeten elkaar, een enkeling wordt buitengesloten of blijft vrijwillig op gepaste afstand.

Dat principe ligt ook vaak ten grondslag aan de verzetsmonumenten die Lamberts maakte. Eendracht bijvoorbeeld, waarvan een klein exemplaar bij Arti in een vitrine staat. Het echte monument staat in Geuzenveld. Drie figuren arm in arm, schouder aan schouder, worden één onverzettelijk blok. Maar tegelijk zijn ze door hun kleine koppies kwetsbaar.

Als jonge kunstenaar zocht Lamberts vanuit de figuratie zijn weg in de beeldhouwkunst, en daarmee plaatste hij zichzelf in een lastige positie. De wind waaide in de jaren zestig en zeventig duidelijk vanuit een andere richting.

Langzaam werd zijn werk ook steeds abstracter. Allerlei details werden minder belangrijk en uiteindelijk achterwege gelaten, tot de essentie overbleef. Het ging hem uiteindelijk om sociale thema's, verbeeld door in zichzelf gekeerde groepen figuren, door een enkel gebaar of een ontmoeting.

Daarom werkte hij ook in klei, een materiaal dat je eindeloos kunt weghalen, toevoegen, kneden en vervormen. Soms sloeg hij er met een stok op. Alles was gericht op de essentiële vorm die in het beeld besloten ligt.

Toga's
Toch maakte Lamberts ook beelden met een kwinkslag. Voor het Spoorwegmuseum in Utrecht maakte hij een sculptuur van twee figuren die met elkaar verbonden worden door een soort tafel met een boogvorm. De figuren zijn gekleed in toga's, een verwijzing naar de oorsprong van Utrecht, ooit een Romeins fort. "Deze hebben wel heel lang op de trein moeten wachten."

Een van de laatste beelden op de tentoonstelling heet Klaverblad. Lamberts maakte het twee jaar voor zijn dood en het is vrijwel abstract. De vorm doet, zoals de titel aangeeft, denken aan een klavertje vier, maar je zou er ook een geabstraheerde torso in kunnen zien. Zelf vond hij het 'een vorm die ik mooi vind'.

Aart Lamberts: Over leven, een retrospectief. Arti et Amicitiae, Rokin 112, t/m 24/9.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden