PlusKlapstoel

Denker des Vaderlands Marli Huijer schrijft over twee soorten yolo

Marli Huijer (1955) is Denker des Vaderlands. Gisteren verscheen haar essay Achterblijven, waarin ze de consequenties van migratie vanuit Europa onderzoekt.

'Die grenzeloosheid confronteert ons ook met een vorm van beweeglijkheid - van mensen, producten - waarvan we de consequenties nog niet kunnen overzien'Beeld Harmen De Jong

Amsterdam
"Onvoorstelbaar verknocht ben ik aan Amsterdam. Geboren in de Gerrit van der Veenstraat, maar toen ik anderhalf was zijn mijn ouders door ­Nederland gaan zwerven: elke nieuwe baan van mijn vader een nieuw huis. Ik woon nu een kwart eeuw in één en hetzelfde straatje en dat vind ik heerlijk.

"Ik kan me niet voorstellen dat ik ooit zou weggaan uit Amsterdam. En dat heeft alles te maken met diversiteit, de vele nationaliteiten. Ik heb me toen ik hier kwam wonen voorgenomen iedereen te groeten op straat, dat heb ik stug volgehouden. Het leuke is dat het kan uitmonden in een gesprekje, ik kan hier met zo veel mensen in contact komen, ik hoor zoveel dingen."

Ieder1

"...is van de wereld. Ja, ik was erbij. Ja, ik heb meegelopen. Ik heb geaarzeld, ik wil niet politiek worden vastgelegd. Maar diversiteit, pluraliteit is een van de grootste voorrechten van het mens-zijn. Zoals Hannah Arendt, een van mijn favoriete filosofen, al schreef: we zijn allemaal één in het verschillend zijn."

"Ik moet zeggen dat er tijdens de mars wel een soort jarenzestig-, zeventiggevoel over me heen kwam van love & peace. Maar dat deed me als tegenhanger voor al die negativiteit toch ook goed."

Lina Maria
"De naam van de moeder van mijn ­moeder. En bij mij is dat de roepnaam Marli geworden, op mijn geboortekaartje in een wit vierkantje met een roze strikje."

"Als mensen het niet kunnen onthouden, zeg ik: je mag ook Bob zeggen. Dan vergeten ze het nooit meer. Alhoewel... Voordat ik Denker des Vaderlands werd schaatste ik twee, drie keer per week, dat is nu in het slop geraakt. Op de ijsbaan was een man die me inderdaad altijd Bob noemde. 'Hé, Bobbie!'"

Tucht
"Ik ben opgevoed met tucht en orde. Mijn ouders waren in de jaren vijftig, zestig streng ­religieus. Een zesdaagse schoolweek, dag zeven naar de kerk. Elke dag vroeg op, nooit uitslapen, zondag niet buitenspelen. Stiptheid met de klok, gedragsregels voor wat netjes en keurig is. Net ­zoals heel veel andere Nederlanders in die tijd."

"Tucht is een vorm van discipline die van buitenaf wordt opgelegd, door instituties of een akelige juf. Ik ben meer van discipline die je zelf organiseert. Van orde, het is fijn als er een zekere ordening is. Hoe zorg ik dat mijn leven op orde/in orde is? Tucht hebben we grotendeels achter ons gelaten, maar de mens kan niet zonder orde."

Huisarts
"Toen ik mijn medische opleiding deed, lagen er geen werktijden vast voor co-­assistenten; zonder klagen werkten we zestig tot tachtig uur per week. Dat heeft gemaakt dat ik nooit denk: jeetje, wat moet ik hard werken."

"Ik had de pech dat toen mijn ­opleiding af was, Nederland op slot ging voor huisartsen, ik mocht me niet meer vrij vestigen. We moesten concurreren om een plaatsje. Ik was zwanger, ik kon de­ concurrentie helaas niet aan."

Filosofie
"Ik werkte als methadonarts in Beverwijk. Ik moest zorgen voor het geld, het klinkt onaardig, maar ik was kostwinner. Mijn toenmalige partner Jean (politicoloog Jean Tillie) was nog student, dus ik pakte elke baan die ik kon krijgen. Maar ik ging me als methadonarts vervelen. Het was zo saai."

"Was dit dan mijn levensdoel geweest? Maar wat dan? Mijn vader had zich voorgenomen op zijn 65ste filosofie te gaan studeren. Hij is 57 geworden, dus dat is mislukt. Maar die wens van hem had wel ergens postgevat. In mijn eerste jaar geneeskunde had ik overigens ook al filosofie gedaan, maar dat was me denk ik iets te christelijk. Bovendien vond ik de jongens op de medische faculteit leuker dan die bij filosofie."

René Gude
"Mijn voorganger als Denker. Ik heb hem in de jaren negentig leren kennen en ­zolang ik me kan herinneren was het ­iemand die onvoorstelbaar goed kon performen. Een clubje enthousiaste filosofen organiseerde de Nacht van de Filosofie, we zochten nieuwe manieren om de filosofie interessant te maken. Op die nachten wist René, welke vraag hem ook werd gesteld, een mooi en diepzinnig antwoord te geven. Een paar maanden voor ik hem opvolgde, wist René dat hij ging sterven."

"Ik vond het jammer dat hij toen niet meer de kans kreeg om het over meer dan zijn eigen sterven te hebben. Maar het is een goede rol geweest, 'goed sterven' is een thema geworden en dat heeft hij meesterlijk gedaan. In een interview kreeg ik, toen hij nog leefde, de vraag: kun je wel over René heen als Denker des Vaderlands? Ik antwoordde: ik ben 1.57, René 1.93, sorry, daar ga ik niet overheen. René vond dat fantastisch. "

Docent
"Ik werd onlangs herbenoemd, nu tot hoogleraar publieksfilosofie in Rotterdam, en blijf nog een dag lesgeven aan de Haagse Hogeschool. Een collega in Den Haag, even oud als ik, had het over vervroegd pensioen."

"Hij verheugde zich erop. Ik dacht: huh? Ik begin net weer aan een nieuwe baan. Lesgeven geeft mij zo veel energie, niemand zo kritisch als jonge studenten."

Milan
"Dan zeg ik AC Milan - mijn partner zegt dan Milan Kundera. Ons hondje, een behoorlijk eigenwijs type. We kunnen enorm veel tuttelen om het hondje en het af en toe als een kind achter het behang willen plakken. Er is een heel netwerk van buren die ook met hem willen lopen."

"Ik praat door hem ook met zo veel extra mensen. Laatst was ik in de voormalige Bijlmerbajes, waar nu vluchtelingen wonen. Er was een meisje uit Irak dat graag een huisdier zou willen. Nu gaan we samen het hondje uitlaten."

Achterblijven
"Een rotwoord, een negatief woord, erger kan haast niet. Waarom schrijf ik een boek over achterblijven? Maar dat was meteen ook de motivatie voor mijn boek. Migratie, beweeglijkheid, het is altijd zo overgewaardeerd geweest. Het drong tot me door dat er nauwelijks of geen literatuur is over de achterblijvers. Maar daar zit ook een verhaal in. Iedereen heeft wel ooms of tantes die zijn verhuisd naar een ander continent."

"Mijn grootouders naar Canada, mijn grootmoeder zwanger van de elfde. Mijn vader was de oudste zoon, hij was de enige die niet meeging. Wij waren het gezin dat was achtergebleven. Zou je me vragen of ik had gewild dat ze hier waren gebleven: ja, volmondig! Jammer dat de tak van mijn vader hier niet was toen ik werd geboren, ik heb mijn grootvader één keer gezien, toen ik vijf was. Ik heb zo veel neven en nichten die ik niet ken. Mijn twee grootste broers zijn ook naar het buitenland vertrokken, Rouwen om dat soort verlies is een onmogelijkheid - want je kunt wel heel verdrietig zijn, maar ze zijn niet dood."

Barbie
"Mijn vader was in Canada geweest en had voor mij van mijn grootmoeder een barbie meegekregen, in een lange witte jurk die ze zelf had gebreid, met rode kraaltjes erop geborduurd. Vijf jaar eerder had ik een donkere pop gekregen met zwart kroeshaar."

"De juf in mijn eerste klas lagere school was donker, ze kwam uit Suriname. Ik was dol op haar, en op die pop. En toen die dunne barbie met die lange benen - ik had er helemaal niets mee."

Boston
"Ik heb nog lang gedacht: waarom ga ik zelf niet? Ik hoor toch ook weg te gaan? Ik heb mijn grootmoeder altijd als heldin gezien. Met man en kinderen heb ik het toen een aantal maanden in Amerika uitgeprobeerd, in Boston. Ik miste mijn sociale netwerk, ik ervoer een oppervlakkigheid die ik in Europa niet kende, ik miste de bruggen in Amsterdam. En toen kwam 9/11, een allesbehalve leuke tijd."

Grenzeloosheid
"Echt vertrekken vanuit Europa zoals mijn grootouders dat deden, bestaat niet meer. Reizen is zo veel makkelijker en goedkoper geworden. Door de digitale verbondenheid is de dramatiek ook minder. Maar die grenzeloosheid confronteert ons ook met een vorm van beweeglijkheid - van mensen, producten - waarvan we de consequenties nog niet kunnen overzien. Het lijkt of de wereld is gekrompen, we komen los van de aarde."

"Bizar hoeveel mensen terwijl wij hier praten in de lucht zitten. Hoeveel grenzeloosheid kunnen we aan? In die zin zijn juist die achterblijvers ook belangrijker geworden, ze zorgen voor bestendigheid in een samenleving."

Yolo
"Daar heb ik het over in mijn boek. Het heeft twee betekenissen: je leeft maar één keer, zoals Ramses Shaffy het zong, trek je nergens iets van aan, haal het maximale eruit. Maar het andere yolo is lijnrecht het tegenovergestelde: pas op, je leeft maar één keer! Het is de waarschuwing dat je met één avontuur het loodje kunt leggen: wat er hier is, is eenmalig en daardoor van enorme waarde. Zo kun je ook in het leven staan."

"Het eerste yolo is denk ik uiteindelijk oppervlakkiger, van de ene ervaring naar de andere, van China naar Congo, van de ene ex naar de volgende partner. Maar je hóéft niet per se duizenden ervaringen op te doen om een rijk leven te hebben. Zorg dat je in dit beperkte leven ook die intensiteit ervaart."

DJ Dano
"De Roxy, de iT, ik ben er vaak geweest, tot mijn vijftigste ging ik elk weekend overal dansen waar maar gedanst kon worden. Ook om te dansen is Amsterdam zo'n lekkere stad."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden