Deborah was (is?) een harde tante

Tegen Hans P., de minnaar van de verdwenen, hoogzwangere Deborah Rosiek, is gisteren vijf jaar geëist. Relationeel geweld, denken de aanklagers. Een onzorgvuldig onderzoek, aldus de advocaten. Deborah Rosiek (39) was een 'obsessieve, manipulatieve en sterke vrouw', zeker in haar relatie met de getrouwde P. Zij hield hem, ten onrechte, voor dat hij de vader van de ongeboren tweeling was, ze eiste zijn onverdeelde aandacht. Zij wilde een serieuze relatie terwijl het hem om de seks ging, stelden aanklagers J. Osinga en W. van Schaijck gisteren.

Ze stalkte hem, nam ruzies op op bandjes en er was veel gedoe over geld; ze dreigde de relatie openbaar te maken als hij niet de duizenden guldens terug zou geven die hij van haar zou hebben gestolen. De relatiespanningen zouden steeds hoger zijn opgelopen voor de bevalling. Die tijd was sowieso zeer stressvol voor P.: het gedoe met Deborah, twee banen en een verhuizing - hij sliep maar een paar uur per nacht.

Maar hoe gek hij ook werd van zijn minnares - hij noemde haar 'psycho' - hij verbrak de relatie niet. Afstoten en aantrekken was het devies, een patroon dat men vaak ziet bij huiselijk geweld, aldus de aanklagers. Volgens hen past de verdwijning in 'het beeld van relationeel geweld'. Wat hen in die overtuiging steunt, is dat P. zou voldoen aan 23 van de 29 door de politie vastgestelde indicatoren die wijzen op partnerdoding.

Ondanks een gebrek aan harde bewijzen staat voor het OM vast dat P. bij de verdwijning is betrokken. Zijn alibi voor de avond vóór haar verdwijning wordt bijvoorbeeld niet bevestigd, hij heeft tegenstrijdig verklaard, hij ging niet naar de politie toen ze niet kwam opdagen in het ziekenhuis voor de bevalling. Hij was in haar huis toen de politie daar kwam kijken zónder dat hij daar een goede verklaring voor had en volgens de buren was hij er die week bovendien al vaker geweest.

Hij was natuurlijk op zoek geweest, stelt het OM naar de - goed verstopte - bandjes van de ruzies die Deborah als chantagemiddel had opgenomen. Maar P. zegt van niets te weten. Ook niet van het belangrijkste bewijs tegen hem: de bloedsporen in zijn kelderbox. Want daar is Deborah volgens hem nooit geweest.

Arthur van der Biezen, P.'s advocaat, hekelde gisteren het onderzoek naar zijn cliënt, dat in zijn ogen met vijf jaar véél te lang heeft geduurd. P. is jaren achtereen onderworpen aan tal van opsporingsmethoden, waarbij zijn privacy ingrijpend werd geschonden. Huiszoekingen, telefoons werden afgetapt. En dan de politie-informant die zich voordeed als vriend en toekomstige werkgever in de hoop hem meer informatie te ontfutselen. ''Hoe kan deze man ooit nog vertrouwen op de mensheid? Hij wordt steeds belazerd door mensen die hij vertrouwt.'' Bovendien was bij de politie sprake van een stevig staaltje tunnelvisie, aldus Van der Biezen. Er is gefocust op P.; andere mogelijke verdachten en scenario's zijn niet goed genoeg onderzocht. Terwijl daar toch redenen genoeg voor zijn, gezien de soms opvallende contacten van het slachtoffer. Daarnaast is het volgens de advocaat nog maar de vraag of Rosiek inderdaad dood is. ''Er zijn in dit dossier meer aanknopingspunten dat ze een nieuw leven is begonnen dan dat ze nog leeft.''

En wat het bewijs betreft: ''Drie bloedspatjes duidt helemaal nergens op - op een bloedneus, het openhalen van een hand.'' (KAMILLA LEUPEN)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden