Plus

Debat over vuurwerk leidt tot milde aanpassing

Vuurwerkliefhebbers hechten aan de traditie, critici wijzen op de risico's en de kosten. De groeiende weerstand tegen het geknal voedt de discussie, die dit keer zonder heftige emoties verloopt.

Vuurwerk in Amsterdam. Een verbod op het zelf afsteken gaat de gemeente vooralsnog te ver Beeld Getty Images

'What's next, de oliebol?" Op de site van de 'petitie voor vuurwerk' wordt het sentiment over het al dan niet verbieden van vuurwerk kernachtig samengevat. Volgens de initiatiefnemers staat niets minder dan het 'behoud van de prachtige vuurwerk traditie (sic) in Nederland' op het spel, en meer dan honderdduizend ondertekenaars zijn het daar roerend mee eens.

Bij veel initiatiefnemers van de petitie speelt een flinke dosis eigenbelang mee: op de lijst prijken namen als WECO Vuurwerk, bestelvuurwerk.nl en Katan Vuurwerk. Maar ook de mensen die achter de Facebookgroep 'Zwartepieterman' zitten blijken 'partners' van de petitie, waarmee de wat karikaturale vrees voor het verbieden van oliebollen op z'n plek valt. Eerst Zwarte Piet, daarna het vuurwerk: mag straks dan helemaal niks meer in dit land, is de angst.

Bereidheid om aan te passen
Er zijn inderdaad overeenkomsten tussen de discussies over Zwarte Piet en over het afsteken van consumentenvuurwerk: ze gaan beide over de bereidheid om een traditie aan te passen als een deel van de samenleving er last van ondervindt.

Verschillen zijn er ook: het debat over vuurwerk is aanzienlijk minder beladen en er zijn minder emoties en meer harde cijfers op basis waarvan een afweging kan worden gemaakt: het aantal slachtoffers, de maatschappelijke kosten, de schade aan het milieu. Bovendien lijkt na maanden van hoogoplopende discussie over Zwarte Piet het animo niet bijzonder groot om dat nog eens dunnetjes over te doen over vuurwerk.

Anders dan bij Zwarte Piet is het vuurwerkverbod een kwestie waar de politiek een knoop over door moet hakken: het gaat om wet- en regelgeving. En juist bij politici ontbreekt de wil om de vuurwerktraditie aan te passen. Alleen GroenLinks, de Partij voor de Dieren en 50Plus pleiten voor een algeheel vuurwerkverbod, andere partijen vinden dat ingezet moet worden op de aanpak van illegaal vuurwerk, maar vinden een vuurwerkverbod te ver gaan.

Betutteling
Dat zou onmogelijk te handhaven zijn, denken veel partijen. Bovendien vrezen vooral de liberale partijen voor het verwijt van betutteling: zij benadrukken de eigen verantwoordelijkheid van mensen die op oudejaarsavond vuurwerk afsteken.

De vuurwerkbranche, vuurwerkliefhebbers en een meerderheid van de politieke partijen vormen zo een forse hindermacht voor hen die het vuurwerk het liefste zien verdwijnen.

De Onderzoeksraad voor de Veiligheid (OVV) noemde oud en nieuw in een vorige maand verschenen rapport het onveiligste feest van het jaar. Veel mensen in het donker op straat, van wie veel onder invloed, in combinatie met het vuurwerk dat baldadigheid in de hand werkt: de risico's zijn 'onaanvaardbaar groot'.

Onbekommerd feest
De cijfers liegen er niet om: bij de vorige jaarwisseling waren er 11.000 incidenten, uiteenlopend van brandjes tot geweld tegen hulpverleners. Daarnaast vielen als gevolg van vuurwerk een dode en 472 gewonden, van wie een kwart oogletsel opliep.

Veel van de slachtoffers zijn omstanders en minderjarigen. De schade aan particuliere eigendommen wordt geschat op 14 miljoen euro, onbekend is hoeveel bushokjes, prullenbakken en brievenbussen er sneuvelden. De OVV pleit dan ook voor een verbod op knalvuurwerk en vuurpijlen.

Datzelfde vindt ook de politie. Korpschef Erik Akerboom zei afgelopen zomer dat oud en nieuw weer een 'onbekommerd feest voor iedereen' moet worden, en daarin is wat hem betreft geen plaats meer voor knalvuurwerk en vuurpijlen.

Verschillende artsenorganisaties, onder meer het Nederlands Oogheelkundig Genootschap, hameren al jaren op het inperken, of zelfs totaal verbieden van consumentenvuurwerk. Ook ouderenorganisaties en milieuclubs en mensen die zich bekommeren om het dierenwelzijn vinden dat er iets moet veranderen aan het geknal rond oudejaarsnacht.

Algeheel verbod
Een brede coalitie dus, die zich bovendien gesteund weet door veel gemeenten en een groot deel van de samenleving. Uit een recente peiling van EenVandaag bleek dat 51 procent van de Nederlanders voor een algeheel verbod van vuurwerk is, 68 procent wil een verbod op knalvuurwerk en vuurpijlen.

Een (gedeeltelijk) vuurwerkverbod zal er vermoedelijk niet snel komen, vermoedt cultureel antropoloog Jef de Jager, expert op het gebied van tradities en rituelen. "De vuurwerktegenstanders zetten veel te hoog in. Het totaalverbod gaat te ver, daarvoor vinden veel mensen deze traditie veel te leuk. Bovendien hebben we geen vervanging van de traditie. In Engeland is er samenzang, dat kennen wij hier niet."

Een compromis lijkt het hoogst haalbare voor de tegenstanders van vuurwerk. Dat begint bij het inperken van de risico's. Door middel van campagnes ('Je bent een rund als je met vuurwerk stunt') proberen Sire en de overheid al decennia het bewustzijn over de gevaren van vuurwerk onder de aandacht te brengen.

Maatregelen
Daarnaast zijn de afgelopen jaren maatregelen genomen om de overlast in te dammen. Het aantal dagen dat vuurwerk mag worden verkocht, is teruggebracht en in plaats van de hele oudejaarsdag mag nu pas vanaf 18.00 uur vuurwerk afgestoken worden. Ook zijn Romeinse kaarsen en babypijltjes uit de handel genomen omdat die onveilig gebruik in de hand werkten.

In tientallen gemeenten bestaan vuurwerkvrije zones. Rond ziekenhuizen, kinderboerderijen, dierentuinen en verzorgingscentra mag niet meer geknald worden, daarbuiten wel. In Hilversum is een groot deel van het centrum zelfs vuurwerkvrij.

Als alternatief wordt liefhebbers een door de gemeente georganiseerde vuurwerkshow aangeboden, zoals dit jaar in Amsterdam op de kop van het Java-eiland. Verder wil de gemeente vooralsnog niet gaan. "We zullen het maatschappelijk debat actief volgen, om te bezien of aanpassingen nodig zijn," schreef het college deze maand in reactie op een voorstel van de Partij voor de Dieren om vuurwerk volledig te bannen.

Sensatie
Zelfs Ron Brinkman, een van de oprichters van de Facebookpagina 'Anti vuurwerkverbod' kan zich vinden in aanpassingen, zoals de vuurwerkvrije zones of het verbod op Romeinse kaarsen.

Maar de sensatie van zelf vuurwerk afsteken, die laat hij zich niet afnemen. "Om 31 december om precies 18.00 uur sta ik buiten. Daar verheug ik me al maanden op. Dat aansteken van die lont, samen met je vrienden en familie, dat is pure nostalgie. Als je dat vervangt door een centrale vuurwerkshow, verdwijnt dat gevoel van saamhorigheid."

Volgens hem wordt het verzet tegen consumenten aangevoerd door een klein groepje mensen en opgeblazen door de media, 'net als bij dat gedoe over Zwarte Piet'.

Naoorlogse traditie

Al in de zeventiende eeuw werd het nieuwe jaar ingeluid met schieten in de lucht. In de tweede helft van de negentiende eeuw was dit gebruik verdwenen, onder meer vanwege de naleving van het verbod op vuurwapens.

Pas na de Tweede Wereldoorlog raakte in Den Haag het afsteken van vuurwerk in zwang, een traditie die was overgenomen uit het voormalige Nederlands-Indië. Het duurde tot de jaren zeventig tot het ­afsteken van vuurwerk door consumenten een wijdverbreid ­fenomeen was.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden