Plus PS

De zachte winter heeft óók impact op de stad

Door de zachte winter zijn planten er dit jaar vroeger bij dan ooit. En dat merk je óók midden in de stad. 'De afgelopen weken verkouden? Dat kan aan de bloeiende hazelaars en elzen liggen.'

Beeld Michael Philips/Getty Images

Het is twee graden boven nul. Een straffe wind komt de hoek om als we van de Van Noordtkade in de Zeeheldenbuurt Amsterdam-West insteken. Plantenspecialist Ton Denters loopt met ferme passen langs de kade en stopt bij een gevelbak van een binnentuin.

"Kijk, dit is juffertje-in-het-groen," zegt hij, wijzend op een verborgen plantje in een overhoek. Met zijn handen kroelt hij erdoorheen. Aan de uiteinden van de groene steeltjes bevinden zich fragiele blauw-witte bloemetjes.

"Het is duidelijk waar hij zijn naam aan te danken heeft," zegt Denters, "de bloempjes zitten als het ware verstopt in het groen. In het Engels heet hij dan ook 'love in a mist.'' De plant komt oorspronkelijk uit het Middellandse Zeegebied, maar voelt zich nu ook thuis in de hoofdstad.

Juffertje-in-het-groen is een van de vele soorten planten die nu, hartje winter, in bloei staan. Als we verder lopen wijst Denters op madeliefjes die boven het strak gemaaide gazon uitsteken.

Warmste ooit
Het plantje blijkt zelfs tegen vorst ­bestand. "Eerdere jaren bloeiden dit soort planten ook wel, maar niet zo massaal als nu," zegt Denters, terwijl we de tocht vervolgen via de Houtmankade.

"Door de zachte, vrijwel vorstvrije winters komen planten steeds vroeger tot bloei of blijven ze zelfs jaarrond doorbloeien. Ook ­bolgewassen zoals sneeuwklokjes, narcissen en krokussen schieten al uit de grond terwijl het nog winter is."

Met een gemiddelde temperatuur van 7,8 graden sinds oktober was de afgelopen periode een van de warmste ooit.

We naderen het drukke Haarlemmerplein, waar fietsers, brommers en auto's zich door het verkeer manoeuvreren.

Midden op de Willemsbrug houdt Denters zijn pas in. Hij buigt zich voorover en gaat met zijn hand over het onkruid dat zich heeft verspreid naast de hefboom.

Na even speuren wijst hij tussen de begroeiing op een paarse bloem op een harig, bordeauxrood steeltje. "Ronde ooievaarsbek," zegt hij. "Afkomstig uit Zuid-Europa en tot voor kort erg zeldzaam in Nederland. Maar nu is ie aan een opmars ­bezig in steden, waaronder Amsterdam."

De stad blijkt een vruchtbare bodem voor planten om tot bloei te komen. Sommige reproduceren zich constant, óók in de winter. Omdat de stad altijd een paar graden warmer is dan het omliggende gebied en veel beschutting biedt, zijn in Amsterdam nog meer bloeiende soorten te vinden dan in de provincie. Zoals je er ook in het zuiden van ­Nederland meer vindt dan in het noorden.

Via vakantiegangers
Ton Denters, schrijver van de Veldgids stadsplanten uit 2004 en bezig met een opvolger daarvan, onderzoekt al ­jaren de stedelijke flora. Hij let onder meer op het verloop van de bloei in de winter.

"Het zijn vooral veel nieuwkomers in Nederland die het goed doen. Zaden meegekomen met handel of onbewust meegebracht door vakantiegangers weten zich nu definitief te vestigen, terwijl ze voorheen bij strenge vorst weer verdwenen."

"Soorten als fijnstraal, oorspronkelijk uit Amerika, of bezemkruiskruid uit Zuid-Afrika zijn echte opportunisten. Die planten verspreiden zich het hele jaar door met hun vruchtpluis."

Iets verderop houden we stil bij een flinke pluk wilde planten aan de voet van een woonhuis aan de Brouwersgracht. Tussen de stoeptegels steekt fier een plant met gele bloemetjes uit: klein kruiskruid. Ook zo'n soort die voortdurend opbloeit, ook al is het december of januari.

Veel planten en bomen hebben de afgelopen decennia steeds vroeger hun bloeipiek, ontdekte Arnold van Vliet, onderzoeker bij de universiteit van Wageningen, met behulp van burgerwetenschap.

De hazelaar bloeide deze winter voor het eerst in de geschiedenis vóór de jaarwisseling, namelijk op 26 december. Tussen 1940 en 1968 lag die piek nog op 15 februari. Voor het gewoon sneeuwklokje, de zwarte els, gele kornoelje, klein hoefblad en gewoon speenkruid geldt eenzelfde vervroeging van bloei.

Wat de gevolgen hiervan zijn voor bestuivers en andere insecten, daarover is nog weinig bekend. Mogelijk ontstaat er een 'mismatch' bij planten en dieren die elkaar nodig hebben.

Volgens Van Vliet heeft de vroege bloei sowieso effect op mensen: het hooikoortsseizoen begint tegenwoordig al in december. "Dat realiseren mensen zich niet. Ze wijten hun verkoudheid van de afgelopen weken aan het wisselende weer, maar het kan ook aan de bloeiende hazelaars en elzen liggen."

Ingeburgerd
Na het oversteken van de Haarlemmerstraat bereiken we de stille hofjes van woningen aan de Nieuwe Houttuinen. In een openbare tuin naast een appartementencomplex staat een uitbundig bloeiende purperrode plant: doorgroeide ­duizendknoop, afkomstig uit Zuidoost-Azië en nu 'ingeburgerd' in Nederland.

Ernaast staat nóg een bloeiende plant uit Azië: Japanse anemoon, een zogenoemde 'garden-escape'. Vanuit tuinen zet deze plant steeds vaker de stap op straat en is daarmee toegetreden tot de wilde stadsflora van ­Nederland.

Volgens Denters is er geen Nederlandse stad die zo'n ­diversiteit aan specifieke wilde straatflora heeft als ­Amsterdam. Dat heeft te maken met de plek waar de hoofdstad ligt: dicht bij de kust, niet te diep het land in.

Ook is Amsterdam een compacte stad, waardoor het opwarmingsniveau hoog ligt. Er wordt geen gif gespoten en veel gereisd door de inwoners. Ten slotte staan Amsterdammers volgens Denters relatief tolerant tegenover planten. "In bepaalde delen van het land wordt al het onkruid weggehaald, maar Amsterdammers vinden het vaak juist leuk als er spontaan een plant voor hun deur groeit."

Ons eindpunt is een geveltuin, iets verderop. Denters plukt wat blaadjes van een grote plant met nauwelijks zichtbare bloemetjes: welriekende ganzenvoet, afkomstig uit Mexico. In 2014 werd de plant hier voor het eerst ontdekt.

Dit is het tweede exemplaar in de stad. Overgestoken vanuit Amerika naar Zuid-Europa en dankzij de klimaatopwarming langzaam naar het noorden gekropen. Denters kneust de blaadjes in zijn handen en houdt ze bij zijn neus. Een heerlijke citroengeur, verzekert hij.

Winterbloeiers

Plantenorganisatie Floron onderzoekt sinds 2015 met hulp van vrijwilligers door heel Nederland de zogenoemde 'winterbloeiers'. De laatste week van december en de eerste week van ­januari gingen dit jaar 434 plantenliefhebbers op stap om te kijken welke bloeiende planten zij in een uur tijd zagen.

Het madeliefje was de vaakst geziene plant, gevolgd door straatgras, vogelmuur, klein kruiskruid en paarse dovenetel.

Uit de verzamelde gegevens komt ­duidelijk naar voren dat 2015 tot nu toe de zachtste winter was, gevolgd door 2017 en dan 2016. Laurens ­Sparrius van Floron: "Door de vorst begin december bloeide er eind ­december niet veel meer, maar door de warme tweede helft van ­december konden heel wat planten weer opbloeien."

Plantenspecialist Ton Denters doet elk jaar mee aan het onderzoek en vond afgelopen jaar in zijn onderzoeksgebied in de Zeeheldenbuurt 53 verschillende soorten.

Spot ze allemaal
- De oostoever van het Sloterpark kleurt nu geel van de bloeiende ­winterakonieten;
- In de middenberm van de Basisweg bloeien volop narcissen;
- Langs de Veemkade bloeit de els ­uitbundig;
- In het Geuzenbos bloeit de hazelaar;
- In het Amsterdamse Bos vind je velden vol sneeuwklokjes;
- In de heemtuin van het Amstelpark staan sneeuwklokjes en hazelaars;
- Het W. H. Vliegenbos is één geelgroen ­tapijt van speenkruid;
- Het Flevopark staat vol winterakonieten en sneeuwklokjes.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden