OPINIE

'De wietteelt verdient een eigen gedoogbeleid'

Recente rechterlijke uitspraken onderstrepen dat legalisering van cannabis een kwestie van tijd is. In de tussentijd moet Nederland een voortrekkersrol vervullen stellen advocaten Ilonka Kamans, Maurice Veldman en Tim van der Eerden.

Met een bosmaaier worden achttienduizend cannabisplanten in een bos bij het Limburgse Reuver geruimd.Beeld anp

Met woord en daad was Nederland wereldwijd bezien decennialang de hoeder van een verstandig softdrugsbeleid. De resultaten waren succesvol: in vergelijking met andere Europese landen kent Nederland minder doden onder jongeren door harddrugsgebruik. Blowers komen hier niet in aanraking met een criminele omgeving dankzij het bestaan van coffeeshops.

Deze wapenfeiten zijn ingeruild voor repressie van de hele cannabisbranche. Door de wietpas zijn in het zuiden illegale verkooppunten als paddenstoelen uit de grond geschoten. De overheid lijkt uit het oog te zijn verloren dat coffeeshops een maatschappelijke functie bekleden.

Pleidooi
In Nederland verscheen al op 18 mei 2010 een opinieartikel met een pleidooi voor het legaliseren van drugs. Dit pleidooi was geschreven door Frits Bolkestein - partijgenoot van minister Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie). Op goede gronden betoogde hij dat de productie van cannabis gereguleerd moest worden. Gemeenten stonden voor de kweek van cannabis in de rij. Toentertijd was al twee keer een motie van die strekking in de Tweede Kamer aangenomen. Dit jaar deed een grote groep burgemeesters een krachtige oproep de cannabisteelt te reguleren en droeg allerlei initiatieven hiertoe aan.

De basis voor het fenomeen coffeeshop ligt in de richtlijn van het College van Procureurs Generaal in 1996. Dat jaar is een blauwdruk geschreven voor de voorwaarden waaronder in Nederland in (kleine) horecazaken cannabisproducten mochten worden verkocht.

Een klein detail ontbrak in de progressieve richtlijn: een regeling voor de zogeheten achterdeur. Het nalaten van het regelen (op juridisch vlak dan) van de kweek en dus de bevoorrading van de coffeeshop leidde tot een juridisch monster: steeds werden én worden coffeeshopexploitanten, eigenaars, medewerkers, voorraadhouders, kwekers; kortom de hele keten wordt door het Openbaar Ministerie vervolgd en daarna berecht én veroordeeld voor het kweken en aanhouden van hoeveelheden hennep buiten de coffeeshop om.

Uitspraken
Sinds 2012 is echter een kentering zichtbaar in de houding van rechters ten opzichte van het hypocriete gedoogbeleid. In een reeks vergelijkbare uitspraken worden eigenaren, exploitanten en medewerkers niet langer bestraft in zaken waar grote hoeveelheden softdrugs door de politie werden aangetroffen op locaties gelegen buiten de coffeeshop. In al deze zaken ging het om externe handelsvoorraden softdrugs, bestemd voor coffeeshops.

Recente rechterlijke uitspraken over de achterdeur van de coffeeshops onderstrepen dat we getuige zijn van een ontwikkeling die ertoe zal leiden dat Cannabis sativa internationaal bezien over vijf jaar niet langer een verboden product is.

De vraag die voorligt is: op welke manier gaat Nederland in de tussentijd (tot aan het schrappen van de Cannabis sativa van de verboden lijst van roesmiddelen van de Opiumwet) weer die voortrekkersrol spelen waar we trots op kunnen zijn in de wereld?

Bestaansrecht
Nederland heeft in 1996 de voortrekkersrol genomen door als eerste land ter wereld de coffeeshops een maatschappelijk en juridisch bestaansrecht te geven. De eigenzinnige oplossing van destijds schreeuwt nu om een vervolg.

Grote leiders zijn in staat grote omwentelingen tot stand te brengen. Wij vragen van minister Opstelten toe te treden tot de groep van grote inspirerende leiders en aan te sluiten bij de imposante rij van gelijkgestemden als Kofi Annan, Richard Branson en anderen die onlangs opriepen tot de legalisering van drugs, in het bijzonder marihuana.

Voor nu doen wij een simpele suggestie in de zoektocht naar een oplossing voor het dilemma waarin Opstelten lijkt te verkeren ('internationaal gezien geen ruimte').

Uitbreiding van de richtlijn zou kunnen volstaan. Slechts toevoeging van nóg een gedoogcriterium is voldoende, het zogenoemde Cannabis sativa companycriterium volstaat: de teelt van de cannabisplant wordt toegestaan wanneer het gaat om de productie ervan voor coffeeshops. De voorwaarden zijn al aangereikt door de vooruitstrevende rechters van de rechtbank in Groningen. Gewoon overnemen!

Wij hopen weer trots te kunnen zijn op Nederland als gidsland.


Wil je reageren op dit artikel? Dat kan! Scroll (een beetje) naar beneden om een reactie te plaatsen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden