Plus

De vrouwen lieten meer dan gedacht hun sporen na

In de depots van het Stadsarchief Amsterdam ligt een enorme verzameling Amsterdamse notarisstukken uit de jaren 1578-1915. In de miljoenen akten hebben vrouwen vaker dan gedacht hun sporen nagelaten.

Bordeel, een gravure van Jeremias Falck Beeld Rijksmuseum

In de geschiedschrijving uit de vroegmoderne tijd komen vrouwen niet veel aan het woord. Dat geldt niet voor de notariële archieven, integendeel: in veel akten spelen vrouwen juist een cruciale rol. Wie denkt dat 17de-eeuwse vrouwen hun tijd doorbrachten met het huishouden en de kinderen, zal zich verwonderen over de talrijke zakelijke activiteiten van vrouwen in de stad.

Als vrouwen het kraambed hadden doorstaan, leefden ze doorgaans langer dan mannen, zeker als die zich in riskante beroepen als de zeevaart begaven. Veel Amsterdamse vrouwen (en weduwen) traden dus zelfstandig op: ze beheerden hun eigen financiën, vastgoed, erfenissen en bedrijven. Veel vrouwen waren, al dan niet in samenwerking met een echtgenoot, actief als groente- of visverkoper, winkelier of beddenverhuurder.

De vrouwen waren geen lid van de gilden en werkten dus niet in 'mannenberoepen', maar er waren beroepen die uitsluitend door vrouwen werden beoefend, zoals vroedvrouw. Ook de beëdigde taxateurs (schatsters), die de waarde bepaalden van de inboedel van overleden Amsterdammers, waren altijd vrouwen.

Meisjes uit Enkhuizen
Een goed voorbeeld is Marretje Hendrijcks. In de jaren vijftig van de 17de eeuw dreef ze samen met haar man Pieter Jansz Vos herberg De Witte Fortuijn op de Zeedijk. In tientallen akten van notaris De Winter komen we haar tegen, meestal in verband met zeelui uit alle streken van de wereld, die in De Witte Fortuijn hadden gelogeerd. Daaruit blijkt duidelijk dat niet Pieter, maar Marretje de zaken in de herberg regelde.

Veel vrouwen hadden kleine logementen. Ze verhuurden bijvoorbeeld enkele bedden in een kelderwoning, zoals Annetje Reindersdochter, die op 28 maart 1652 met de bootsgezellen Salomon Deels uit Sleeswijk, Jan Jansz uit Leiden en Jacob Douwes uit Zaandam bij de notaris kwam.
De heren stonden op het punt het ruime sop te kiezen, maar hadden elk nog zo'n dertig gulden schuld voor 'verteerde costen' en voorgeschoten bedragen voor uitrusting. Dat moest eerst even worden geregeld.

Notaris Henrick Schaeff was in het midden van de 17de eeuw gevestigd op de Haarlemmerdijk, naast het West-Indisch Huis. Bij Schaeff kwamen de rijke WIC-bestuurders over de vloer, maar ook de vrouwen uit de Jordaan, wier mannen zich op zee bevonden. Vrijwel dagelijks werden er verklaringen opgesteld ten behoeve van zeemansvrouwen van wie de man in Azië, Brazilië of het Caribische gebied zou zijn overleden. Met zo'n verklaring hoopten zij nog een restantje gage bij de WIC of de VOC te kunnen innen.

Schaeff noteerde ook klachten over het huis van Lijsbett Pieters op de Haarlemmerstraat, waar kennelijk niet alleen getapt, maar ook een 'openbaar ravot en bordeel' gehouden werd, waar 'deurgaens veel lichte vrouwen, hoeren en snoeren in huijs waren', vooral meisjes uit Enkhuizen. De klagers noemden het 'een quaat en oneerlijk huijs', waar tot ergernis van de buren nachtenlang 'gedroncken, gesongen, gedanst en gespeelt' werd.

Realen van achten
Verder registreerde Schaeff de zakelijke beslommeringen van Eva Soeteman, brouwster van brouwerij 't Hart aan 't IJ. Zij werd in een hoogoplopende familietwist door haar zus Marritje met een mes bedreigd: 'Ick zal u een veeg geven, ick zal u een rood rokje geven,' kennelijk doelend op het bloed dat zou gaan vloeien. Een te hulp geschoten brouwersknecht wist een bloedbad ternauwernood te voorkomen.

Op het kantoor van Schaeff verschenen eens vijf vrouwen uit de Jordaan die op verzoek van Jannetje Jacobsz verklaringen aflegden over onterechte beschuldigingen aan het adres van Jannetjes dochter, Lijsbeth Gerrits.

Ene Trijntje Cornelis zou, zo lieten ze vastleggen, 'dikwijls en vele malen ten aanhoren van veel mensen' hebben gezegd, ja zelfs 'over de hele buurt' hebben geroepen, dat Lijsbeth allerlei zilverwerk had gestolen in een zilverwinkel bij de Jan Roodenpoortstoren, die vroeger aan het Singel op de Torensluis stond.

Totale onzin, verklaarde Trijntje Florisdochter, de eigenaresse van de winkel: het zilverwerk was namelijk 'contant betaelt met gouden ducatons en realen van achten'.

Niet alle verklaringen leveren uiteindelijk zo'n keurig verhaal op. Vele akten gingen over vechtpartijen tussen koopvrouwen op de vis- of groentemarkt. Omdat de klerk van de notaris het 'verbaal' nauwkeurig noteerde, werden zo allerlei hilarische en pikante 17de-eeuwse roddels opgetekend, met soms zeer beeldend taalgebruik.

Reputatie
Zo liet Marritje Pieters op 28 mei 1626 getuigen opdraven om de roddels van ene Trijn Olofs tegen te spreken. Twee weken eerder had Trijn ergens op een stoep in de Nieuwmarktbuurt aan een stel buurtgenoten in geuren en kleuren verteld dat Marretje 'haar gat onder haar meester geleijt had' en 'daarvoor tweeduisent gulden' had gekregen, geld dat ze gebruikt zou hebben om een voor- en achterhuis te laten timmeren.

Om de onbetrouwbaarheid van Trijn Olofs kracht bij te zetten, vertelden de getuigen over de andere 'vieze' verhalen die zij placht te vertellen. Zo zou er op Uilenburg een man wonen die 'een so lange had dat hij 't alle dagen met een touw aan sijnen been moesten bijnden'.

Roddels en geruchten zijn natuurlijk van alle tijden en niet direct reden om naar de notaris te stappen, maar zo af en toe waren de praatjes zo beschadigend dat men het nodig vond een officiële verklaring vast te laten leggen. Ook in de 17de eeuw was je reputatie iets dat zorgvuldig bewaakt diende te worden.

Over de auteurs

Mark Ponte en Laurien van der Werff zijn als historici betrokken bij het project Alle Amsterdamse Akten. Dit artikel is ook gepubliceerd in het 'Allemaal Amsterdamse Vrouwen'-nummer van Ons Amsterdam, dat deze maand is verschenen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden