Review

De Vriend maakt van KCO het beste oudemuziekorkest

De Vriend kreeg voor elkaar wat eerder alleen Nikolaus Harnoncourt en Ivan Fischer hadden weten te bewerkstelligen: het orkest klonk donderdagavond wezenlijk anders dan gebruikelijk. Foto ANP/Koen Suyk Beeld
De Vriend kreeg voor elkaar wat eerder alleen Nikolaus Harnoncourt en Ivan Fischer hadden weten te bewerkstelligen: het orkest klonk donderdagavond wezenlijk anders dan gebruikelijk. Foto ANP/Koen Suyk

Dirigent Jan Willem de Vriend, Amsterdammer in Enschedese dienst (hij is de chef van Het Orkest van het Oosten), maakte donderdagavond zijn debuut bij het Koninklijk Concertgebouworkest. Het resultaat was opmerkelijk. Onder zijn leiding klonk het orkest niet gewoon als het beste orkest ter wereld, zoals het op een normale doordeweekse dag doet, en ook niet als het beste operaorkest ter wereld, zoals het deed onder Riccardo Chailly en Mariss Jansons in de bak van het Muziektheater, maar als het beste oudemuziekorkest ter wereld.

Dit spreekt niet vanzelf. Het KCO excelleert normaal gesproken in het romantische repertoire en alles wat daarna komt, maar in wat men 'oude muziek' noemt, is het blazoen niet ongeschonden. Onder sommige dirigenten - we noemen geen namen behalve Sir Roger Norrington - klonk het KCO ook wel eens als één van de beroerdere oudemuziekorkesten ter wereld.

De Vriend kreeg voor elkaar wat eerder alleen Nikolaus Harnoncourt en Ivan Fischer hadden weten te bewerkstelligen: het orkest klonk donderdagavond wezenlijk anders dan gebruikelijk. Die indrukwekkende metamorfose onderstreepte dat de musici zich hadden laten overtuigen door de visie van De Vriend. Met minder stok, minder vibrato bij de strijkers in de tutti klonk het KCO in eerste stuk van de avond, Music for the Royal Fireworks van Händel, volkomen anders dan anders, al waren de karakteristieke rankheid en lenigheid gebleven.

De Vriend werkte Händels voorliefde voor ruimtelijke effecten gedurfd uit, door op twee plekken steeds drie musici te laten opstaan en naar de bovengang, of de achterzaal te laten lopen, om vanaf daar in dialoog met de rest van het orkest te treden. Er was dan wel geen echt vuurwerk in de Royal Fireworks, maar dit kwam aardig in de buurt.

Gregor Horsch, aanvoerder der celli van het KCO, was de solist in Haydns Celloconcert in D. Hij maakte ten overstaan van zijn collega's (dat moet ongelooflijk eng zijn) indruk met eigen solocadenzen. Maar hij leverde ook het hele stuk door strijd tegen het spook der onzuiverheid. In het adagio liet hij zijn instrument prachtig zingen, dat wel.

In de Vijfde symfonie van Schubert liet de aanstekelijk dirigerende De Vriend horen dat men hem ook voor klassiek repertoire gerust nog eens kan terugvragen. Dit was een zeer fraaie, lichte, maar ernstige Schubert, met passie, vaart en ook tederheid. Eigenlijk is alleen al dat ontroerende eerste thema van het openingsallegro, dat De Vriend bijzonder vervoerend liet neerzetten, de gang naar het Concertgebouw meer dan waard. (ERIK VOERMANS)

Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Jan Willem de Vriend. Solist: Gregor Horsch (cello). Händel, Haydn, Mozart, Schubert. Gehoord: 26/2, Concertgebouw.
Herhaling: vrijdagavond aldaar.
Uitzending Radio 4: 22/3 (14.45 u)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden