Plus Krapte

'De vraag is nu: wil ik voor een klant werken?'

Aannemer Erik Pijnenburg (51) ging failliet aan het einde van de crisis. Inmiddels, als zzp'er, barst hij van het werk. Deel 6 van een serie over de krappe arbeidsmarkt.

Beeld Yoko Heiligers

"Het is alsof ze een arm of een been bij je afzagen. Ik zal niet zeggen: alsof ze je een kind afnemen, dat is niet zo, maar wel een arm of been. Toen we ons faillissement aanvroegen, februari 2015, heb ik weken niet geslapen. En gehuild, als een volwassen man. Echt wel. Ik was 17 jaar dag in, dag uit met dat bedrijf bezig geweest.

Het was een paar maanden eerder dat ik de tussentijdse cijfers had opgevraagd. Toen zag ik: we gaan flink de min in. Dat verlies konden we nog dragen. In november en december gebeurden een paar rare dingen: ziekte, een opdrachtgever viel om. Eind december kwamen we erachter dat het verlies inmiddels vier, vijf keer zo groot was.

Hard achteruit
Je moet denken: twintig man personeel, dat is op jaarbasis 1 miljoen euro aan loon. 80.000, 90.000 euro per maand. Als je dan geen inkomsten hebt, ga je heel hard achteruit.

In de crisis was de werkdruk al niet geweldig, we hadden een paar keer verlies gedraaid. Jong­ens die aanvoelen dat de werkdruk wegvalt, dus die over projecten wat langer doen om maar aan het werk te blijven. Die denken: als dit klaar is, waar moet ik dan heen? Dat doen ze niet bewust, maar het gebeurt wel. En dan loop je tegen boetes aan omdat je je deadlines niet haalt.

Toen zijn we gaan rekenen. Ik heb twee weken genomen om te kijken of we eruit konden komen. Een herstart, doorstart, wie we mee konden nemen. Maar als je iemand van in de zestig op je loonlijst hebt staan, wordt dat een afkoopsom van 156.000 euro. Die kun je dus niet ontslaan. De wet is nu veranderd, maar toen konden we niet anders dan faillissement aanvragen.

Schreeuwend duur
Wat wordt vergeten: als werkgever ontsla je bij faillissement jezelf, zonder recht op uitkering. Mijn vrouw en ik waren allebei directeur-grootaandeelhouder. We hadden opeens nul inkomen.

Je leeft van je spaargeld en gaat gauw wat anders doen. Ik ben weer gaan timmeren. Dan maar weer zelf, met de eigen handen. Dat was leuk: ik was weer met mijn vak bezig, niet alleen met projecten en personeel. Als directeur-grootaandeelhouder ben je vooral personeelsmanager.

Je hebt te maken met alle ellende van iedereen. Met slecht weer word je wakker en denk je: die zou een dak opgaan, dat kan niet. Die zou buiten gaan staan, dat gaat ook niet, dan moet ie dáárheen. En dan lig je nog in je bed.

Verantwoordelijkheid
Iemand die ziek wordt, moet je twee jaar doorbetalen. Dat kun je verzekeren, maar dat is schreeuwend duur. Het jaar erna betaal je wat je uitgekeerd hebt gekregen als extra premie, dat schiet niet op.

Je bent verantwoordelijk voor dingen die niks met jouw werk te maken hebben. Een jongen die bijwerkt in een slachterij, die een infectie oploopt afkomstig van varkensvlees maar daar grijs werkte, dus bij ons ziek is.

Erik Pijnenburg: Werkt als zzp'er. Was eigenaar van bouw­bedrijf Koopmanschap, dat onder meer het Hilton renoveerde

Of een werknemer die bij iemand thuis op zaterdag een dak aan het vervangen is, een balkje eraf gooit, met die balk mee van het dak wordt getrokken en het puntje van zijn elleboog breekt. Vervelende blessure, duurt lang voordat dat is geheeld. Het risico ligt bij de baas.

Bouwen is vertrouwen
Nu heb ik dat allemaal niet. Soms loop ik weken alleen. Dat kan fijn en ontspannen zijn, maar je moet soms ook dingen doen die je eigenlijk niet kunt. De Arbowet zegt: maximaal 25 kilo tillen, maar als timmerman loop je ook weleens te slepen met een deur van 60 kilo.

Het was altijd zo dat de klant bepaalt wie er komt. Nu de concurrentie wegvalt en de prijzen omhoog kunnen, verandert dat. Mensen zijn al blij dat je kunt komen. Als ik als aannemer nu mijn vlaggetje omhoogsteek en zeg: ik heb tijd, dan heb ik de klus.

De vraag is nu vooral: wil ik voor een klant werken? Als ik er geen goed gevoel bij heb, doe ik het niet. Bouwen is vertrouwen. Vertrouw je het niet, niet bouwen.

Serieus geld
Een tijdje geleden was ik bij een man om een klus op te nemen. Hij heeft duidelijk adhd. Hij heeft bouwplannen, maar ik kan aan het huis zien dat er al twee aannemers op twee verschillende verdiepingen bezig zijn geweest.

Ik moet de derde verdieping doen, ik krijg in 10 minuten uitleg over de opdracht. Je hebt het niet over een pak suiker, je hebt het over een verbouwing van als ik het zo inschat 40.000 euro. Dat is voor mij serieus geld.

Als ik in zo'n korte tijd een uitleg krijg, zonder verder contact, stuit mij dat tegen de borst. Dan hoef ik die opdracht niet te hebben. En het is nu zo verschrikkelijk druk dat ik die opdracht niet hoef te nemen.

Goed genoeg
Als die opdrachtgever zich zo blijft gedragen tijdens de bouw krijg ik een heleboel wijzigingen, en moet ik over elke schroef die erbij komt gaan vechten. Dus heb ik gezegd dat ik geen tijd heb.

EIB Beeld EE/Het Parool

Oktober zit ik vol, voor november beginnen de eerste opdrachten binnen te druppelen. Als ik maar voor twee weken vol zit, vind ik het ook best. Ik heb uitgerekend dat ik voor mijn uurloon van 40 euro ongeveer de helft van de werkzame uren in een jaar moet werken. Dan heb ik het goed. Niet overdreven, maar goed genoeg.

Natuurlijk kan ik nu 50, 60 euro per uur vragen, wat in Amsterdam al wel wordt gedaan. Ik heb al metselaars gehoord van 80 euro per uur. Een echte goeie is dat geld ook wel waard, maar zelf vind ik het overdreven. Een metselaar is ook versleten na 25 jaar hè, dat is nog steeds zwaar werk. Daarna gaat ie de ww in.

Meer jongeren opleiden
Als er niet zo'n groot personeelstekort was, zou ik meer werk kunnen aannemen. Ik heb een tegelzetter nodig. Over een maand heeft ie tijd. Terwijl ik hem ken, hij een goeie jongen is, ik weet wat ik aan hem heb, hij weet wat ie aan mij heeft. Maar hij is te druk. Timmerlieden? Hetzelfde. Loodgieters? Misschien nog wel erger. Een goede loodgieter kun je nu echt niet vinden. Dat duurt maanden.

Een kortetermijnoplossing is er niet. We moeten meer jongeren opleiden. Maar dan niet zoals nu: de mensen die niets anders kunnen mogen de bouw in. Nee, opleiden tot specialisten. Met het systeem dat er nu is, hebben die jongens als ze van school komen nog zeven jaar nodig om het vak te leren. Dan weten ze net wat een hamer is.

Die zeven jaar nemen ze niet meer. Als ze twee jaar voor een baas werken, kunnen ze bij een ander een paar euro meer verdienen, en gaan ze lopen. Dus het is voor een baas niet meer lonend ze op te leiden. De bouw heeft een slechte naam.

Ouders willen het niet meer voor hun kinderen en jongens gaan liever achter een bureau zitten dan dat ze buiten staan. Soms is het warm ja, en als het regent, word je nat. Maar je zit niet op kantoor, je doet niet de hele dag hetzelfde werk. Dat is het leuke eraan."

Vacature

Gezocht
Timmermannen, metselaars, tegelzetters, stukadoors. De komende jaren zijn er 17.320 extra timmermannen nodig en 2980 stukadoors, blijkt uit cijfers van het Economisch Instituut voor de Bouw. De verwachting is dat de schaarste na 2020 geleidelijk minder wordt. Directeur Taco van Hoek: "De groei vlakt af. We hebben vier jaar achtereen dubbele groeicijfers gehad in de woningbouw, dat gaat stabiliseren. En langzaam maar zeker komen er weer meer mensen van de opleidingen."

Geboden
Vrij werk, in weer en wind. Elke dag anders.

Vergoeding
Vakmensen krijgen ongeveer 40 euro per uur. Uitschieters naar boven zijn in deze tijd van schaarste altijd mogelijk, maar Van Hoek ziet dat niet terug in de winstcijfers en loonstijgingen. "De lonen stijgen wel duidelijk, maar dat is ook begrijpelijk na de crisis."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden