Plus Binnenstad

De volgebouwde Felix Meritisbuurt is zonder tuin toch zeer gewild

Stadsplanners lieten ooit de ontwikkelingen tussen Keizers- en Prinsengracht op hun beloop. In de volgebouwde Felix Meritisbuurt wordt nu volop gewoond - en allang niet meer door de armen van de stad.

De volgebouwde omgeving gezien vanuit het pand Felix Meritis Beeld Rink Hof

Het kan raar lopen. De Felix Meritisbuurt - bij de meeste mensen beter bekend als de Negen Straatjes - was oorspronkelijk het armste stuk van de grachtengordel.

Uitgerekend hier zijn prijzen per vierkante meter tegenwoordig het hoogste van de hele stad, hoger zelfs dan in de Gouden Bocht. Dat zou wel eens kunnen komen doordat hier van oudsher minder strikte regels gelden.

Smaldelen
De grachtengordel werd niet in een keer aangelegd, de westkant was het eerst aan de beurt. Vanaf het begin was het de ambitie om een rijk en eerbiedwaardig deel aan de stad toe te voegen. In een 'keur' werd vastgelegd dat overlast veroorzakende bedrijven niet welkom waren en dat er diepe tuinen moesten komen.

Maar begin zeventiende eeuw was het nog niet zeker of er wel voldoende vraag zou zijn naar zulke percelen. En dus golden die eisen alleen voor de blokken tussen de Heren- en Keizersgracht. De derde, de Prinsengracht, was een werkgracht, daar lieten de stadsplanners de ontwikkelingen op hun beloop.

Hier mocht je zelfs 'smaldelen': haaks op de gracht een steeg aanleggen met daaraan kleine huisjes. De tuinen mocht je gewoon helemaal volbouwen. Dat alles gold vooral aan de westkant van de stad, de latere oostelijke uitbreiding bestond bijna geheel uit keurblokken waarvoor strenge regels golden.

Niet-keurblokken
In de niet-keurblokken konden projectontwikkelaars avant la lettre dus hun gang gaan. Neem het bouwblok waar het pand van Felix Meritis staat, dat de buurt zijn naam geeft.

Het is 161 meter lang en 93 beter breed en ligt tussen de Prinsen- en Keizersgracht, wordt aan de noordzijde begrensd door de Berenstraat en aan de zuidzijde door de Runstraat. Op luchtfoto's is te zien dat het blok bijna tot op de laatste vierkante meter is volgebouwd, maar aan de buitenkant vangt alleen de oplettende voorbijganger daar een glimp van op.

Aan de Keizersgracht verspringt de nummering bijvoorbeeld van 334 naar 370. Achter de voordeur van 334 lag vroeger het hofje Liefde is het Fondament, met achttien woninkjes voor arme katholieke vrouwen. Begin vorige eeuw is het gesloopt en kwamen er vijf nepoud-Hollandse huisjes met trapgevels voor in de plaats, nu in gebruik als kantoor.

Weeshuis
Een stukje verder aan de Keizersgracht ligt hotel The Dylan: loop door de lobby en je komt op de langgerekte binnenplaats van het oude weeshuis dat hier werd gebouwd toen de oude stadsschouwburg was afgefikt.

Achter op de plaats geeft een klapdeur toegang tot een steeg die uitkomt op de Prinsengracht, vroeger werd via dit achterom brood verdeeld onder de armen, nu is het handig voor leveranciers.

Een paar deuren verder aan de Prinsengracht zit het hoofdkantoor van het hippe jeansmerk Denham. Oprichter Jason Denham koos vanuit Londen voor de denimhoofdstad van Europa en begon in 2008 aan de gracht een ontwerpstudio en een winkel, slechts gescheiden door een glazen deur, zodat klanten een blik in de keuken konden werpen maar belangrijker nog: zodat hij kon zien wie zijn broeken kochten.

Transformatie
Later huurde hij de andere verdiepingen erbij voor zijn internationale hoofdkantoor en opende om de hoek in de Runstraat nog vier extra winkels. Hij beschouwt ze samen als 'een warenhuis in boetiekvorm'. In totaal werken hier in een straal van 35 meter een zeventigtal mensen voor hem.

Transformatie is de rode draad van de grachtengordel: bijna alle panden zijn vernieuwd, maar bevatten nog zeventiende-eeuwse elementen. Maar belangrijker nog is dat de functie doorlopend werd aangepast aan de behoeftes van dat moment.

In de jaren zestig van de vorige eeuw domineerde bijvoorbeeld de kantoorfunctie - op een kaart in het standaardwerk De grachten van Amsterdam is bijna de hele grachtengordel blauw gekleurd, de code voor kantoren.

Dit was de tijd dat Sonneveld in Aan de Amsterdamse grachten zong: 'Nu zit een vreemde meneer in 't kamertje voor / En ook die heerlijke zolder werd tot kantoor.' Inmiddels is wonen weer dominant geworden, meer dan de helft van de vloeroppervlakte heeft een woonfunctie, slechts dertien procent in dit blok is kantoor.

Verblijfskwaliteit hoog
Je zou verwachten dat deze functieveranderingen door de eeuwen heen uitgebreid in kaart zijn gebracht, maar nee.

Pieter Vlaardingerbroek, de specialist van Monumenten en Archeologie die de grachtengordel onder zijn hoede heeft: "We weten eigenlijk bijna niets van het gebruik van de panden. Zelfs niet hoeveel mensen er woonden, want alleen rijke hoofdbewoners kregen een belastingaanslag."

Maar, relativeert hij: "Eigenlijk verandert er niks. Of het nu een woning is of een winkel, een hotel of een kantoor, het gaat altijd om verblijven. En blijkbaar is de verblijfskwaliteit hier zo hoog dat de grachtengordel altijd in trek is gebleven.'

Vanuit bouwkundig oogpunt heeft Vlaardingerbroek gelijk, maar de stad is meer dan een verzameling gebouwen alleen, het is juist de manier waarop we ze gebruiken die de stad tot stad maakt.

En dan is het opvallend dat een blok met zo'n hoge dichtheid als dat van Felix Meritis - dat er eind achttiende eeuw radicaal in is geduwd door simpelweg wat panden te slopen - toch zo'n hoge levenskwaliteit heeft.

Tuinen verdichten
Dat de prijzen per vierkante meter hier de hoogste van de stad zijn, wijst er niet op dat het er zo beroerd toeven is. Blijkbaar zijn de diepe tuinen zoals die in de keurblokken - hoe prachtig ook - geen harde voorwaarde voor een hoge waardering.

Zou dat eigenlijk mogen, de tuinen van de keurblokken verdichten? Vlaardingerbroek schrikt van de vraag: "Dat moet je helemaal niet willen." Misschien niet, maar mag het? "De tuinen hebben geen monumentenstatus. Wel staat in het bestemmingsplan dat de ruimtes open moet blijven." Maar bestemmingsplannen zijn geen wetten, de gemeente kan ze dus wijzigen.

Begin dit jaar lanceerde architect Donna van Milligen Bielke een radicaal plan voor de Felix Meritisbuurt: de achttien straatjes. Ze wil panden slopen en negen extra dwarsstraten maken om de groei binnen de grenzen van de binnenstad op te vangen.

Zelf noemt ze het 'een fictief plan met een serieuze ondertoon'. Zou het dan niet logischer zijn te kijken naar de tuinen van de keurblokken - er zijn er in totaal 27 - om de grachtengordel, met behoud van kwaliteit, te verdichten?

Dit is het vierde deel van een serie waarin Het Parool buurten in de binnenstad uitlicht. Lees ook: Binnenstad: de plek waar de stad samenkomt [+], deel 2: Buurten rond het Rokin leven weer op [+] en deel 3: Het volkse in de Driehoekbuurt is er nog steeds [+].

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.