PlusColumn

De vijfhonderdste column die ik voor deze krant schrijf

James WorthyBeeld Agata Nowicka

Dit hier is de vijfhonderdste column die ik voor deze krant schrijf. Vijfhonderd! Als je ze allemaal achter ­elkaar zou leggen, zou je exact vijfhonderd columns achter elkaar zien liggen.

Ik weet nog goed hoe ik in het kantoortje van de hoofdredacteur zat. Het was te laat voor koffie, dus ik dronk bier. Een week voor onze afspraak had er een feestje op de redactie plaatsgevonden. Er stonden nog wat biertjes in de koelkast.

"Zou jij de maandag, de woensdag en de vrijdag willen hebben?" vroeg hij. Ik schrok, want ik was in feite al blij geweest met alleen de zondag.

"Drie dagen?"

"Ja, denk je dat je dat kunt?"

Zijn vraag echode na in mijn hoofd. Angst stak zijn zweterigste hand de lucht in en antwoordde als eerste. Zijn antwoord was nee. Ik geloofde hem. Angst had een fijne stem, stembanden als veiligheidsgordels.

En toch zei ik ja. Ik droomde namelijk al jaren van Het Parool. De krant van mijn ouders. Ik weet nog hoe ze hem elke avond opensloegen in mijn jeugd. Met een pak kokosmakronen of gevulde koeken op tafel, of van die café noirkoekjes van Verkade die alleen mijn moeder lekker vindt.

Een paar maanden later zat ik weer in het kantoortje van de hoofdredacteur. Dit keer dronk ik gewoon koffie. Er waren geen feestjes geweest. Ik dacht dat hij me ging ontslaan. Dat hij iets ging zeggen over dat ze een lezersonderzoek hadden gehouden en dat mijn columns bijzonder laag scoorden. Maar toen vroeg hij het.

"Zou je de dinsdag en de donderdag er ook bij willen hebben? Denk je dat je dat kunt?"

Weer echode die vraag na in mijn hoofd. Angst was met vakantie, maar Twijfel zat op zijn plek.

"Dus ik moet vijf keer per week een column schrijven?" vroeg ik.

"Ja, kan je dat?"

"Kan iemand dat?"

"Als iemand het kan..."

"Ja, maar ik doe niets, mijn hoofd doet alles. Ik ben ­alleen maar het hulpje van mijn hoofd. Mijn hoofd is Batman, ik ben Robin."

"Maar wil je het?"

"Willen Ajaxsupporters kampioen worden?"

Met mijn hoofd in de wolken stapte ik de lift in. Ik belde mijn vrouw op en zei tegen haar dat ik alle vijf de ­dagen had gekregen. Toen kon ik haar naar de Louis Vuitton-store horen rennen.

Zielsgelukkig liep ik door de Czaar Peterstraat. De straat waar ik woonde toen ik nog geen enkele column had en gewoon nog in de garderobe van de Melkweg jassen ophing en tassen weglegde.

Ik liep naar huis via de Sarphatistraat en de Weteringschans, en voor Paradiso bleef ik even stilstaan. Een paar jaar eerder had ik in de kelder van de poptempel mijn vrouw voor de eerste keer gezien. Ze droeg een jurkje en ik droeg twee grote biertjes. We raakten aan de praat en om eerlijk te zijn is het praten nooit gestopt.

En zoals ik toen voor de eerste keer naar haar keek, daar in die naar tosti's ruikende kelder, zo kijk ik ongeveer ook naar deze krant als ik hem uit de brievenbus loswrik. Ik hoop dat we voor altijd bij elkaar ­mogen blijven, beste lezer. Dat ik voor altijd bij jullie mag zijn.

Dit hier is mijn vijfhonderdste column. Ik weet nog steeds niet of ik het kan.

Op naar de vijfduizend.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden