Column

De vervelende, moderne toerist vraagt je het hemd van het lijf

In de pauze van de wedstrijd moet ik Moor uitlaten, want in de eerste helft maakte ze verdachte draaibewegingen, waarmee ze vertelde: ik moet kakken.

Even dus een rondje. Maar omdat ik ook wil horen wat de commentatoren zeggen, verlaat ik mijn huis iets te laat.

De straten zinderen van stilte. Als ergens hoop en vrees in de lucht hangen, is het hier.

Soms kan ik ergens naarbinnen kijken. Kinderen met oranje hemdjes aan en beschilderde gezichtjes snoepen chips, vaders schenken een biertje in.
Ik droom van het kleine geluk: moeder die in de keuken lekkere hapjes klaarmaakt, en een jonge dochter die niet van voetbal houdt, maar in haar kamer naar liedjes van Jacques Brel luistert. (Mijn fantasieën zijn altijd erg jaren zestig, zeventig gericht.)

Bij het park zijn een paar toeristen. Verbazen zij zich over de eigenaardige stilte?

Ze zijn blij dat ze mij zien, want ze zijn verdwaald. Ze moeten naar een hotel in de Jordaan.

Ik leg ze uit dat ze dan het best de tram kunnen nemen, maar dat willen ze niet doen. Ze willen door het Vondelpark lopen, want hun app op hun telefoon beweert dat de kortste weg via het park is. ('Waarom vraag je mij dan de weg, idioot, als je zo'n app hebt!')

Ik blijf beleefd en geef accuraat advies.
Ze snappen mijn uitleg niet en duwen mij hun kaartenapp onder mijn neus.

Ik leg nogmaals uit dat ze de weg naar rechts moeten nemen. Dan komen ze na verloop van tijd vanzelf op de plaats waar ze willen zijn.
Ze snappen me niet en Moor draait precies voor hun voeten een drol.

'How long walk?'
'Twenty minutes,' zeg ik.
Het zijn vervelende, moderne, mondige toeristen. Die vragen je het hemd van het lijf. Laatst wilde een Italiaan weten of het eten in het Stedelijk Museum goed was en toen ik knikte - want ik wilde niet laten blijken dat ik het eigenlijk niet wist - vroeg hij naar de prijzen. Dan vraag je te veel van een simpele bewoner van de stad.

Ik loop snel naar huis.
De tweede helft is al begonnen.
'Bij ons ook,' zeg ik solidair tegen Moor, die achter me aan sukkelt.
'Verdomme, we staan met 1-0 achter, Moor,' zeg ik, 'maar bij hen kan het nog goed komen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden